Webdagboek Jan de Korte, vierde kwartaal 2006
dinsdag 26 december 2006
Onze engel

zaterdag 23 december 2006
Als een kind
Vanmorgen zag ik de herhaling van de uitzending van 'Het vermoeden' met Anne van der Meiden. In die uitzending komt Psalm 131 ter sprake, een prachtige tekst over inkeer en verstilling. Mooi om dat zo vlak voor kerst te horen, het feest van het kind van het licht en de vrede. Bij alle hooggespannen verwachtingen klinkt het als een verademing, 'ik zoek niet wat te groot is', in de uitzending werd dat gehoord als aandacht voor het kleine, daarin de verschijning van de Ene herkennen.
Heer, niet trots is mijn hart,
niet hoogmoedig mijn blik,
ik zoek niet wat te groot is
voor mij en te hoog gegrepen.
Nee, ik ben stil geworden,
ik heb mijn ziel tot rust gebracht.
Als een kind op de arm van zijn moeder,
als een kind is mijn ziel in mij.
vrijdag 22 december 2006
Uitnodiging

donderdag 21 december 2006
Kaars
Tussen alle kerstkaarten zijn er die er uitspringen, een mooi beeld, een mooie gedachte. Vandaag ontvingen we er één met een tekst van Hein Stufkens, 'Om licht en liefde'. De ene kaars is de andere niet, van dit soort wens je er veel in de wereld, tegelijk is duidelijk dat het bij jezelf begint.
Steek een kaars aan in het duister,
laat het licht toe in je hart.
Maak je handen niet tot vuisten,
streel maar zacht wat is verhard.
Steek een kaars aan in het duister,
en zaai vrede waar je gaat
Strek je armen uit en luister,
naar de mens die naast je staat.
Steek een kaars aan in het duister,
eer wat kwetsbaar is en klein.
Ga geduldig tot het uiterst,
laat waar jij bent liefde zijn.
woensdag 13 december 2006
Maria in glas-in-lood
Bij het zoeken naar een illustratie voor de orde van de dienst van aanstaande zondag vond ik de glas-in-loodramen van de 'Kerk van de verzoening' in Taizé. Hier de aankondiging van de geboorte van Jezus door de engel Gabriël en de ontmoeting van Maria en Elisabet.


dinsdag 12 december 2006
Vreugde
Bij de lezing van aanstaande zondag, Lukas 1:39-56, een gedicht van Gabriël Smit.
'Aankomst'
U komt, U danst over de bergen,
niemand kan U nog zien,
een kleine lichtvis in de bloedrivier
van een jonge vrouw.
U komt, ik ben zo blij, over
een lang, leeg land van eeuwen
haal ik adem naar U, springt
mijn verlangen met U mee.
Maak haast, laat de bezige handen
van uw moeder er dadelijk zijn, laat
ze helpen, de kamers liggen
vol stof, ramen zijn blind.
De tuin is verwilderd, die U voorgaat
legt straks de bijl aan de wortels,
maar kom, kom over de bergen,
razend snel korten de dagen.
Ik ben zo blij, uw komen wordt zijn,
uw moeder staat aan het begin
van de veldweg, - o Elisabeth, als
een kinderstem vonkt de morgenster.
donderdag 7 december 2006
Frauenkirche, plaats van ontmoeting
(Zie ook bij 6 en 9 november)
Wonderlijk om het wij-gevoel te ervaren bij het bezoeken van de Frauenkirche, de herbouwde kerk in Dresden, opgerezen uit een puinhoop die 45 jaar het beeld van de stad bepaalde. Uit de feestrede van Horst Köhler, die hij bij de inwijding van de kerk hield als bondspresident, citeer ik wat gedachten. (De volledige rede is te vinden op www.frauenkirche-dresden.org, zie onder Wiederaufbau, Weihe.)
Hij herinnert aan de eerste plannen tot wederopbouw. Had Oost-Duitsland niet veel eerder straten, daken en fabrieken nodig dan een dure kerk? Maar er was ook het geluid: Dresden braucht mehr! 'En vandaag stellen we vast: deze burgers hadden gelijk, mensen leven van brood, maar niet van brood alleen. Het jaar 1989 heeft juist ons Duitsers getoond: mensen hebben vrijheid nodig, als de lucht om te ademen.' En aan een uitspraak uit 1945, 'wie het huilen verleerd heeft, die leert het weer bij de ondergang van Dresden', voegt hij toe: 'wie het vertrouwen verloren heeft, vindt het terug bij het zien van de wederopgestane Frauenkirche'. De kerk verbindt mensen, wereldwijd. Wie scholieren wil uitleggen wat 'Europa als vredeswerk' betekent moet met ze naar Dresden en Coventry gaan, steden die in hun partnerschap symbool staan voor de ontmoeting van Engelsen en Duitsers. Aan het slot van zijn rede zegt hij: 'De Frauenkirche staat - voor de kracht van verzoening en voor dat, wat ons verenigt'.
Die ontmoeting is voelbaar in deze kerk, hier vinden mensen niet alleen een bijzonder gebouw, maar vooral elkaar. Mensen uit voormalig Oost- en West-Duitsland, mensen die de verwoesting hebben meegemaakt en die later zijn geboren, mensen van binnen en buiten Duitsland, mensen die uit alle hoeken komen aangelopen over een winderig plein en binnen iets ervaren van de vrede die alle verstand te boven gaat. Het nieuwe kruis op de koepel is gemaakt door Alan Smith, een Engels goudsmid, zijn vader was er bij, in 1945, als piloot van één van de bommenwerpers. Een prachtig symbool van hoe dicht mensen elkaar kunnen naderen, ook na de meest diepe kloof.
maandag 4 december 2006
Ontmoeting
Gisteren een mooie dienst, voorbereid en uitgevoerd door de werkgroep 'Leren vieren', een groep gemeenteleden die enkele malen per jaar een dienst verzorgt. De lezing was over de ontmoeting van Zacharias en de engel Gabriël, thema was 'Hoe wilt Gij (gij) zijn ontmoet?'. Mij was gevraagd in de dienst een gebed uit te spreken.
Goede God.
'Wij delen en spelen voor God in het licht,
de hemel is open, gaat nooit meer dicht.'
Wij zingen het, wij zeggen het, wij willen het,
wij geloven het, zo nu en dan.
Maar soms welt de vraag van Zacharias in ons op,
'hoe kan ik weten of dat waar is?'.
Of het waar is dat hemel open is,
of het waar is dat we leven in een wereld met engelen
als tekenen van uw aanwezigheid.
Hoe kunnen we weten of het waar is,
dat we niet los van U bestaan,
dat Gij altijd met ons in ontmoeting bent?
Wij bidden,
laat het waar worden en laat het waar zijn,
in ons delen en spelen,
in ons vieren, bidden en zingen,
in ons spreken en luisteren.
Zend ons uw geest, uw engel.
Amen.
maandag 27 november 2006
Rachel
(Uit mijn overdenking van gisteren, we lazen Genesis 35.)
Rachel sterft, de geboorte van haar jongste zoon overleeft ze niet. Ze noemt hem Benoni, dat betekent 'zoon van verdriet'. Jakob, zijn vader, noemt hem Benjamin, 'zoon van vreugde'. Ergens heb ik door dit verhaal altijd een vooroordeel over Rachel gehad. Zij stond symbool voor het ongeloof, dat niet verder kijkt dan de gebeurtenissen van de dag. Jakob keek daar overheen, zag in zijn geloof de toekomst die in deze zoon besloten lag en noemde hem Benjamin. Deze week kreeg ik een ander beeld van Rachel. Ik zie haar op haar sterfbed, met een pasgeboren kind in haar armen en tegenover haar een man die zij liefheeft en die haar liefheeft. En ze ziet het verdriet voor zich dat hen wacht als zij er niet meer is, een kind zonder moeder, een man zonder zijn geliefde. 'Zoon van verdriet' zegt ze, gericht op hen die zij liefheeft. Jakob ziet Rachel, ziet haar liefde, ziet het kind, ziet wat hij in haar en in dit kind ontvangen heeft en zegt 'zoon van vreugde'. Zo zijn zij samen in de ruimte van Gods liefde en trouw.
donderdag 23 november 2006
Dieren
Toen ik, een beetje uit de losse pols, de stemwijzer invulde, kwam ik uit bij de Partij voor de Dieren. Deze partij komt nu in de Tweede Kamer met twee zetels. Ik gun ze de winst van harte, omdat ik denk dat ze een onrecht aan de kaak stellen waar andere partijen vaak aan voorbij gaan. Ook in de kerk is het niet echt een thema, terwijl daar vanuit Bijbel en geloof gezien toch alle reden voor is. De gruwelijkheden die plaats vinden in de bio-industrie willen we meestal niet eens horen, laat staan zien, en daar zal wel mede mee te maken hebben dat het resultaat op ons bord ligt voor een prijs die die gruwelijkheden in de hand werkt en nodig maakt. Ik gun ze de winst, omdat dieren zelf geen vuist kunnen maken, hoewel het onrecht zich vroeg of laat tegen ons zal keren. Ik gun ze de winst, niet omdat ik voor themapartijen in het parlement ben, maar omdat ik hoop dat op deze manier ook het dierenleed hoger op de agenda van andere partijen komt. Met dieren kun je doen wat je wilt, daarom lijkt het streven van deze partij op het eerste gezicht belangeloos. Dat maakt het sympathiek, tegelijk is opkomen voor de dieren wel degelijk van belang voor het leven op aarde. De voedingswetten in het Oude Testament zijn naar mijn overtuiging niet zo maar toevallige regels, ze hebben ook te maken met wat goed is voor een mens en wat niet. De Partij voor de Dieren heeft mijn stem niet gekregen, het programma heeft wel mijn hart.
maandag 20 november 2006
Stem
Aan het begin van een week waarin veel spanning op de loer ligt, een mooie tekst van Marijke de Bruijne, mij aangereikt door een gemeentelid met het oog op de dienst van aanstaande zondag.
'Soms, in de stilte'
Soms, in de stilte, waar ik ook ben,
tussen de mensen, snel in hun tred,
drukte en haast en gesloten gezichten,
open ik mij en wacht op wat komt,
voel ik mij verbonden met wat ik niet zeggen kan.
Voel mij verbonden, waar ik ook ben,
word ik hervonden, word ik gekend
door wat mij moed geeft, door Die mij blijft helen,
gids en geleide is op mijn weg,
die mij helpt wezen, te zijn die ik worden kan.
Daar in die stilte, waar ik ook ben,
voel ik die kracht weer, hoor ik die stem,
die mij terugvoert, terug naar de mensen
wie zij ook zijn, terug naar mijzelf,
ben weer verbonden met wat ik niet zeggen kan.
dinsdag 14 november 2006
Barmhartig
Zondag sprak ik na de dienst een gemeentelid die naar de dag van de Raad van Kerken over vluchtelingen geweest was. Er waren vertegenwoordigers van diverse politieke partijen en er waren kerkleden die betrokken zijn bij het werk onder asielzoekers. Al vertellend over die dag zei hij 'ik sta me hier weer kwaad te maken'. Op de dag zelf was ook veel woede en verontwaardiging geuit, niet alleen gegrond op schrijnende ervaringen - zo leefden we in onze gemeente mee met twee gezinnen van wie de vrouwen vastgehouden werden in detentiecentrum Zeist, verdacht van een kleine winkeldiefstal, bijna een half jaar (!) zaten ze daar -, maar ook op grond van gegevens over het Nederlandse asielbeleid in vergelijking met dat van andere Europese landen. De woede wordt ook onder woorden gebracht door Huub Oosterhuis, gisteren te lezen in Trouw.
Maar Oosterhuis heeft vooral kritiek op het woordgebruik en de retoriek van anderen. Alleen al de term 'illegalen' draagt volgens hem bij aan het ontmenselijken van vreemdelingen. "Het is een vorm van taalgebruik waarin je die mensen criminaliseert. Illegaal klinkt als: 'Daar is iets niet koosjer aan, daar moet je voor uitkijken'. Maxime Verhagen heeft gezegd: 'We moeten de oorlogsmisdadigers er tussenuit halen'. Alsof die er tussen zitten."
Een ander argument dat Oosterhuis woedend maakt: een generaal pardon zou oneerlijk zijn tegenover de illegalen die al weg zijn gegaan, en die je niet meer terug kunt halen. "Dan kun je ook zeggen: 'We schaffen de doodstraf niet af, want er zijn al zoveel mensen door die straf om het leven gebracht'. Te gek voor woorden, dat politieke woordvoerders dit soort trucs uithalen om mensen te benevelen."
Door Tineke Huizinga werd gepleit voor een barmhartig asielbeleid. Dat een politicus dat woord in de mond durft te nemen vind ik mooi, ik vind het ook verfrissend en terzake. Natuurlijk gaat het om rechten, maar dat kan zo formeel worden, 'we hebben nu eenmaal afgesproken dat …'. Wees barmhartig, laat je raken door de nood van mensen en reageer daarop. Huub Oosterhuis heeft een lied geschreven, het 'Lied van Generaal Pardon'.
Zomer tweeduizend zes.
In Holland vallen geen bommen.
In Holland vallen mensen in een diep, zwart gat.
Als je papieren niet deugen,
maak je bij ons geen kans.
Moest jij je land ontvluchten?
Dat is dan jammer voor jou.
Maar nog voor het wintert,
waait iets van lente aan:
stemmen zijn opgestaan,
willen opnieuw beginnen.
Rechtop komen te voorschijn
onder de lentezon
al onze vreemde bekenden
en vernemen de woorden van Generaal Pardon.
Zomer tweeduizend zeven,
toekomst op een kier:
leven zullen zij,
veilig wonen zullen zij hier.
donderdag 9 november 2006
Frauenkirche, plaats van herinnering
Op de site van de stichting Frauenkirche Dresden wordt de kerk gepresenteerd als plaats van ontmoeting, hoop en herinnering. Bij herinnering denk ik aan de eerste plaats aan de verwoesting. Op 13 februari 1945 bombarbeerde de Engelse luchtmacht Dresden. De stad veranderde in een vuurzee, 35.000 mensen kwamen om. Een enorm trauma voor deze stad, die in feite van de grond af aan opnieuw opgebouwd moest worden. In de verwerking van dat trauma speelde de vraag mee naar het 'recht' en het 'nut' van deze verwoesting, tegelijk stond het Engelse optreden uiteraard in het kader van de strijd tegen het nazidom. Daar wordt ook aan herinnerd op de genoemde site's over de Frauenkirche. Die kerk leek trouwens bestand tegen het bombardement van 13 februari, maar het vuur had de constructie zodanig verzwakt dat het gebouw op 15 februari instortte. De nieuwe machthebbers voelden weinig voor de herbouw, er waren ook geen middelen voor. Tegelijk voelde men wel aan dat men van de Frauenkirche af moest blijven. Wij dronken koffie in een restaurant op de plaats van een andere beeldbepalende kerk, de restanten waren op last van de DDR-regering opgeruimd, toen we er naar vroegen bleken de herinneringen nog zeer levend. Maar de puinhoop van de Frauenkirche bleef onaangeroerd en zo lag die daar 45 jaar, als een wond in de stad, als een stenen herinnering aan de verschrikkingen van de oorlog in het algemeen en aan het lijden van Dresden in het bijzonder. Deel van dat lijden werd ook steeds meer het communistische bewind en ook in de reactie daarop ging de kerk een rol spelen. Jaarlijks werd en wordt op 13 februari de verwoesting van Dresden herdacht. De kerken speelden daar een belangrijke rol in en op 13 februari 1982 gebeurde het voor het eerst dat jongeren vanuit een vredesdienst met hun kaarsjes naar de ruïne van de Frauenkirche gingen. Dat werd vervolgens jaarlijks herhaald, een roep om vrede, die impliciet een protest tegen het toenmalige bewind inhield. Zo kreeg deze kerk, in haar val en in haar wederopstanding, een plaats in de geschiedenis van de Duitse hereniging. In de herbouwde kerk zijn de herinneringen letterlijk ingemetseld, heel duidelijk herkenbaar in de zwartgekleurde stenen. Dat zijn de stenen uit de puinhoop, waarvan bepaald kon worden waar ze in de oude kerk zaten. Ze hebben hun eigen plek teruggekregen. Het opruimen en het onderzoek van het puin heeft anderhalf jaar geduurd, steen voor steen werd onderzocht, zo is het mogelijk geworden dat het hoofdaltaar in de kerk voor 80 % uit oorspronkelijk materiaal bestaat. Ook het stuk muur dat alle jaren overeind is gebleven is duidelijk herkenbaar, als een litteken dat herinnert aan de wond en aan het heel worden van de wond.
maandag 6 november 2006
Frauenkirche
Het stormde in Dresden, vorige week woensdag. We liepen van het station naar de oude stad, het was koud, zo nu en dan viel er iets vlokkigs. Ons eerste doel was de Frauenkirche, meer intuïtief dan bewust, in haar lichte schoonheid is het ook een goed baken. In het Duitse journaal op de zondag ervoor hadden we gezien hoe de eerste verjaardag van de inwijding gevierd werd. Door de straat met de muurschildering over de historie van Dresden kwamen we op het grote plein, de stad leek leeg, koud, onherbergzaam, de lucht was opnieuw donker geworden. We duwden de deur open en stapten langs de beveiligingsbeambte naar binnen. Een zacht gonzen kwam ons tegemoet, we waren in een kerk die grotendeels gevuld was, in alle banken zaten mensen. Ook wij gingen zitten en lieten alles op ons inwerken. Er hoefde niets verteld te worden, ik wist alleen van een kerk die herbouwd was nadat ze 45 jaar alleen als een puinhoop bestaan had. Meestal ben ik nogal kritisch over het herbouwen van ingestorte monumenten, de architectuur van deze kerk heeft niet mijn voorkeur, maar dit was goed, zo goed. Ontroerd en verwonderd hebben we er bijna een uur gezeten, daarna nog wat rond gelopen, na afloop veel stil gestaan bij de betekenis van deze herbouw. Ik wil er in de loop van de week nog wat van onder woorden brengen. Wie alvast meer wil weten kan eens kijken op de prachtige webpagina's van de ZDF over de Frauenkirche. Door de storm en de kou hebben we de buitenkant van de kerk nauwelijks op ons in laten werken, maar Margriet heeft toch nog een foto gemaakt.
donderdag 26 oktober 2006
Elisabeth
In één van de diensten in september stonden we stil, rond en in de voorbede, bij het vertrek van Elisabeth Brakels naar Suriname. Samen met vriendin Ellen doet zij daar haar afstudeerproject. Het is een project in samenwerking met de Novib, dat bij wil dragen aan verbetering van de situatie van kinderen met name op scholen. Over haar project en haar andere belevenissen in Suriname kunt u lezen op de weblog die ze samen met Ellen schrijft.
dinsdag 24 oktober 2006
Ja zeggen
'Laten we het meisje zelf roepen,' zeiden ze, 'en haar vragen wat zij wil.' Dus riepen ze Rebekka en vroegen haar: 'Wil je met deze man meegaan?' 'Ja,' antwoordde ze.
(Genesis 35:57-58)
We lazen zondag het verhaal van Rebekka, Genesis 35. Zij wordt gevraagd wat ze er van vindt. Dat is in dit verhaal geen voorschotje op de emancipatie van vrouwen, dat moe(s)ten we echt zelf verzinnen. Rebecca kan zo haar ja zeggen, dat voegt haar in in het verhaal van Abraham, het verhaal van vertrouwen, het verhaal van ja zeggen. Ze zegt ja in haar rol, tegen haar rol, zelf kiezen kan ze niet, wie wel trouwens, maar ja zeggen kan ze wel. En dat kan ons uitdagen tot ons ja. Ja tegen onze rol, als voorganger en als gemeentelid, als vader, als moeder, ja tegen onze positie in de maatschappij. Ja zeggen tegen wie we zijn, tegen wie we mogen zijn. Ik lees nog eens de machtige woorden van Dag Hammarskjöld.
Ik weet niet wie - of wat - de vraag stelde. Ik weet niet wanneer zij gesteld werd. Ik herinner me niet dat ik antwoordde. Maar eens zie ik ja tegen iemand - of iets.
Vanaf dat moment heb ik de zekerheid dat het leven zinvol is en dat mijn leven, in onderwerping, een doel heeft.
Vanaf dat moment heb ik geweten wat het wil zeggen, 'niet om te zien', of 'zich niet te bekommeren om de dag van morgen'.
donderdag 19 oktober 2006
Het vagevuur
Tot mijn verrassing kwam ik op een surftochtje een link naar mijn wegdagboek tegen. Het was op de site van Adrie Lint, 'Het vagevuur'. Adrie Lint is pastor in Oosterhout en heeft een boeiende site met als titel 'het vagevuur'. Die titel legt hij zelf uit op de beginpagina van zijn site, waar hij ook zijn weblog heeft. Verder heeft hij interessante pagina's over kunst, meestal gelinkt aan geloof, en heeft hij blijkbaar interesse voor de spiritualiteit van het internet en de computer zelf. Op de pagina 'psalmen' staan eigentijdse psalmgebeden. Omdat ik vanmiddag bij een begrafenis uit Psalm 139 las, kies ik nu voor een fragment uit die Psalm in de bewerking van Adrie Lint zelf.
Nergens kan ik U ontlopen.
Zou ik opstijgen in de hemel, U bent er.
Zelfs diep onder de grond, in de dood, U bent er.
Al kon ik vliegen waarheen ik wilde
op de vleugels van het licht en zou ik
gaan wonen op het einde van de wereld,
ook dan zou uw hand mij vasthouden.
God, Ik dank U dat ik zo wonderlijk geschapen ben.
maandag 16 oktober 2006
Offer
(Uit de dienst van gisteren.)
God vraagt geen offers van mensen, geen kinderoffers, helemaal geen offers. We worden uitgenodigd om de weg van vertrouwen te gaan, op die weg ontmoeten we de zegen. Op die weg wordt ook geofferd. Elke stap op de weg met God houdt een offer in. Met elke stap op die weg laten we iets achter, laten we iets los, offeren we iets. Offers zijn geen beperkingen, opgelegd door jezelf, door anderen of door God, maar horen bij de weg die naar de ruimte leidt, naar de vrijheid, naar de zegen. Het grootste offer op deze weg is misschien wel het achterlaten van de 'waarom-vraag'.
Heer, ik wil uw liefde loven,
al begrijpt mijn ziel U niet.
Zalig hij, die durft geloven,
ook wanneer het oog niet ziet.
Schijnen mij uw wegen duister,
zie, ik vraag U niet: waarom?
Eenmaal zie ik al uw luister,
als ik in uw hemel kom!
(Jacqueline van der Waals)
donderdag 12 oktober 2006
Haiku
Vandaag al te zien, de expositie die zondag echt geopend wordt, zie hier beneden bij 3 oktober. Naar aanleiding van die expositie heb ik de pagina schilderijen op mijn website eindelijk eens aangepast. Van ruim twee jaar schilderen was daar nog niets te zien, nu staan er bijna 90 schilderijen op. Ik heb geprobeerd het geheel wat in te delen, het kan nog wel beter, de afdeling 'algemeen' is nog wel erg groot. Duidelijk te onderscheiden zijn de schilderijen die ik bij een tekst gemaakt heb, meestal een gedicht of een bijbelverhaal. Het schilderij hiernaast heb ik gemaakt naar aanleiding van een haiku van Ozaki Hosai, vertaald door W.J. van der Molen. Voor mij wordt hierin de stilte van de nacht op een prachtige manier opgeroepen.
Op grote afstand
wordt een schuifdeur gesloten
in het nachtelijk uur.
dinsdag 10 oktober 2006
Te laat
Aanstaande zondag lezen we het verhaal van Abraham die zijn zoon Isaak gaat offeren. Op de roep van God om dat te gaan doen gaat hij en in feite offert hij zijn zoon, hoewel hij op het laatste moment ervan weerhouden wordt om hem te doden. 'Te laat', voor Isaak, zegt Schulte Nordholt in zijn gedicht 'Moria I' (hij schreef nog een tweede gedicht bij hetzelfde verhaal). Het gedicht is beschreven vanuit wat Isaak meemaakte, voor ons heel herkenbaar. We zijn gewend dergelijke verhalen met psychologische oren te beluisteren, te vragen naar de gevoelens van de mensen die er in voorkomen. Dat gaat vanzelf, maar of we zo de betekenis van het verhaal zullen vatten is zeer de vraag. In een commentaar op dit verhaal word ik erop gewezen dat het in dit verhaal nu juist niet, helemaal niet, over gevoelens gaat, 'geen enkele emotie. Er wordt hier niet in zielen geroerd.'. Hoe ik het zondag allemaal helder moet krijgen weet ik nog niet, of ik het gedicht van Schulte Nordholt in de dienst gebruik weet ik ook nog niet, wel heb ik het gevoel dat we met dit gedicht nog niet van het verhaal af zijn. Ook de vaststelling dat de Here God geen kinderoffers wil lijkt me een te magere, te gemakkelijke, conclusie uit dit verhaal. Natuurlijk wil God geen kinderoffers, maar wat dan wel?
Moria I
Hij heette Lachen want zijn moeder lachte
over de onwaarschijnlijke gedachte
dat zij die oud was en verdord van jaren,
binnen een jaar, zei God, een zoon zou baren.
En zo gebeurde het, is hij geboren,
en daarna heeft hij alles weer verloren
wat leven lachen maakt, als het begint.
Argeloos was hij, kwetsbaar als een kind.
Hoe argeloos vertrouwt een kind de daden
van grote mensen, tot zij hem verraden.
Als dat gebeurt dan slaat de bliksem in,
dan wordt zijn wereld wreed en zonder zin.
Dan flitst het mes op in het donker lover,
dan buigt een zwarte schaduw zich voorover,
het kind ligt als een weerloos offerlam
onder de schreeuw van vader Abraham.
Dat dan de God hem redt en hem laat leven,
dat is te laat, wat over is gebleven
dat is een man die opschrikt in de nacht,
God en zijn vader haat, en nooit meer lacht.
donderdag 5 oktober 2006
Bron
Het blijft een mooie tekst, het zogenaamde Aramees Onze Vader. Onlangs in Trouw door Annemiek Schrijver genoemd als de inspirerende zin die met haar meegaat. Gesuggereerd werd dat deze tekst waarschijnlijk ouder is dan het ons bekende Onze Vader. Een manier om een tekst meer gewicht te geven. Later legde Tjitze Baarda, emeritus hoogleraar Nieuwe Testament, in dezelfde krant uit dat dit onzin is. Hij geeft aan dat iemand, mogelijk in de vierde eeuw na Christus, het Onze Vader in de woorden van zijn of haar eigen beleving heeft weergegeven.
Bron van Zijn, die ik ontmoet in wat me ontroert.
Ik geef U een naam opdat ik U een plaats kan geven in mijn leven.
Bundel Uw licht in mij - maak het nuttig.
Vestig Uw rijk van eenheid nu.
Uw enige verlangen handelt dan samen met de onze.
Geef ons wat we elke dag nodig hebben aan brood en inzicht.
Maak los de koorden van fouten, die ons vastbinden aan het verleden,
zoals wij ook anderen hun misstappen vergeven.
Laat oppervlakkige dingen ons niet misleiden.
Want uit U wordt de alwerkzame wil geboren,
de levende kracht om te handelen,
het lied dat alles verfraait:
en dat zich van eeuw tot eeuw vernieuwt.
dinsdag 3 oktober 2006
Leegte
In het dagelijks leven ben ik predikant, één van mijn hobby's is schilderen, wat ik nu ruim 15 jaar doe.
Ik schilder graag grote objecten, liefst wat oud en vervallen. Op veel van mijn schilderijen zie ik verlatenheid en leegte. Zo ook op de twee schilderijen die op deze expositie te zien zijn. Een lege kerk en een lege kapel. Het is leegte die betekenisvol is, die verwachting oproept, die verwijst naar een geheim. Nooit eerder geweten dat mijn schilderen zo dicht bij mijn werk ligt.
Bovenstaand tekstje schreef ik net voor de expositie Allemaal Anders. Leerlingen van Ellen Kroeze exposeren bij Galerie Spiegelbeeld, daar kunt u dus de genoemde schilderijen ook zien. De expositie is gedurende twee weekenden van 12 tot en met 22 oktober: op donderdag van 18.30-21.00 uur, op vrijdag van 12.00-17.30 uur, op zaterdag van 12.00-17.00 uur en op zondag van 11.00-17.00 uur. Galerie Spiegelbeeld huist op de eerste verdieping van Flier Interieur, Cornelis Houtmanstraat 47b. Zie ook www.helderrood.nl, de pagina 'nieuws'.