Webdagboek Jan de Korte, eerste kwartaal 2007



zaterdag 24 maart 2007

Offer

Gisteren de dienst geleid in het verpleeghuis hier in de wijk. Alvast de gelijkenis gelezen die we ook morgen in de kerk lezen. Over de arbeiders in de wijngaard, die weigeren de oogst af te dragen aan de afgevaardigden van de eigenaar. In de mailgroep rond het leesrooster lees ik veel begrip voor de arbeiders. Waarschijnlijk moesten zij hun werk doen voor een hongerloontje en ging de echte opbrengst naar een heer die zich terugtrok in een verre, veilige, schone stad. Ik deel de verontwaardiging over de arrogant hoge salarissen in de top van het bedrijfsleven, ook daar vraag ik me regelmatig af wie het nu eigenlijk verdient. Toch heb ik het gevoel dat ik zo nooit bij de kern van de gelijkenis kom. In het verpleeghuis zou ik mee kunnen klagen over de zuinigheid in de zorg, maar wie heeft daar op dat moment iets aan? Met wie is wie in deze gelijkenis komen we er niet uit. Een aspect van de gelijkenis is voor mij de vraag naar de opbrengst, naar de oogst, naar de groei en de bloei. Waarom blijft die uit? Waarom blijft die verborgen binnen de muren van de wijngaard? Waarom wordt die gesmoord in de agressie van de arbeiders? Zeker binnen de muren van een verpleeghuis spannende vragen, daar waar het leven in zijn gekwetste, gefrusteerde vorm volop aanwezig is. Morgen praat ik over 'de weg van het offer' het is de weg die Jezus ging en het bleek een weg die altijd een nieuwe wereld opent. Wat offeren we dan? Onze muurtjes, onze hekjes, of die nu van stof of van goud gebouwd zijn. Daarover morgen meer, nu alvast ter overdenking het stukje dat ik ooit over deze gelijkenis schreef voor de Bijbelse Dagkalender.

Je kunt overal een hek omheen zetten en zeggen: dit is van mij. Mijn tuintje, mijn land, mijn leven. Daarbinnen ben ik de baas, met daarbuiten heb ik niets te maken. Het kan zelfs een ideaal worden, met niemand iets te maken hebben, van niemand afhankelijk zijn.
Jezus prikt daar doorheen. Je bent niet alleen, je kunt niet alleen, je leeft in relatie met anderen, in andere tuintjes, in andere landen, en als aarde zijn we betrokken op de hemel. Niemand is absoluut de baas, niemand maakt eeuwige wetten, niet in het kleinste deeltje van je leven.
Dat kan ons boos maken, roept agressie op, ergens willen we toch een beetje God zijn, er is al zoveel de baas over ons. Dat is de agressie die deze gelijkenis oproept. Het wonder van de hemel is, dat Jezus er zich niet aan onttrekt.



maandag 19 maart 2007

Agressie

Gisteren in de kring van de familie geweest. Er gaat een opruimwoede door alle geledingen, het zal wel aan de lente liggen. Maar zomaar weggooien is zonde, dus hadden diverse familieleden iets meegebracht dat de ander vast nog wel kon gebruiken. Zo gingen we van huis met overbodig geworden potjes en overhemden en kwamen we terug met een elders overbodig geworden tafeltje. Een ander ging met een uit de gratie geraakte slaapzak naar huis en de derde was blij met onze potjes. Ik moest er vanmorgen aan denken bij het lezen van de gelijkenis van onze zondag, een verhaal met veel agressie. In het algemeen en misschien in de kerk wel in het bijzonder gooien we dat wat ons niet zint het liefst maar gelijk weg. Zonde, agressie, begeerte, uitrukken met wortel en tak. Toch is het goed hier het spreekwoord van het kind en het badwater nog eens te bedenken. Zo is agressie toch vuur, weliswaar vaak verterend vuur, maar datzelfde vuur kan ook warmte geven en zuiveren. Ad den Besten geeft dat mooi aan in het lied dat we zondag zeker gaan zingen.

En doe ons van een ander vuur
in gloed staan hier op aarde,
gelouterd, - dat wij in dit uur
de strijd voor 't rijk aanvaarden,
dat niet rust op 't scherp van zwaarden.



dinsdag 13 maart 2007

William Faulkner

'Licht in augustus' wordt steevast 'één van de meest toegankelijke romans' van Faulkner genoemd, de Amerikaanse romanschrijver die dit boek in 1932 schreef. Of dat zo is weet ik niet, ik heb nooit eerder iets van deze schrijver gelezen, maar ik vond het een prachtig boek. Wat kan die man vertellen, en wat een geweldige interesse voor het leven van mensen die aan de rand van de samenleving hun leven leiden. Lena Grove vergeet ik niet meer, het meisje zonder ouders, volhardend op zoek naar de vader van haar ongeboren kind, intussen elke dag nemend zoals die is. Aan het eind van het boek is ze twee maanden op zoek, haar kind is intussen geboren, ze komt aan in het volgende stoffige provinciestadje en verrast merkt ze op: 'Goh. Een mens komt nog eens ergens. We zijn nog geen twee maanden uit Alabama onderweg, en nu zitten we al in Tennessee.' Om de frisheid van die woorden te ervaren lees ik graag een boek van bijna 500 pagina's. Lena is de uitzondering op allerlei figuren in het boek die vast zitten in hun verleden. Het onderstaande citaat staat ergens voorin het boek, de woorden bleven me het hele boek bij.

Maar nu weet ik waarom het is, denkt Byron. Het is omdat een mens veel banger is voor de moeilijkheden die hij zou kunnen krijgen dan voor de moeilijkheden die hij al heeft. Hij zal zich vastklampen aan moeilijkheden die hij gewend is voor hij een verandering zal riskeren. Ja. Een mens heeft het er wel over dat hij graag aan levende mensen zou willen ontsnappen. Maar het zijn juist de doden die hem schade toebrengen. De doden die rustig op één plek liggen en hem niet proberen vast te houden, daaraan kan hij niet ontsnappen.



zaterdag 10 maart 2007

Geschonden schoonheid

Het raakte mij ook heel erg, wat Sunny Bergman liet zien in haar documentaire 'Beperkt houdbaar' over de cosmetische industrie. Nu heb ik alleen het slot gezien, maar dat was al genoeg om er de volgende dag vol verontwaardiging verslag van te doen. Een meisje van 15 dat een aandoening zou hebben die helemaal niet bestaat, maar er wel voor onder het mes gaat, het snijden in gezonde lichamen, de ongelooflijke arrogantie van de plastische chirurgen tegenover vrouwen zoals de regisseuse die als een stuk vee bekeken wordt. Er over schrijven kwam niet van, daarom verwijs ik naar het stukje van Wim de Bie en de website Beperkt Houdbaar, via de laatste site kunt u ook de documentaire bekijken. Wim de Bie eindigde met woede, ik vond het vooral zeer verontrustend. Vroeger was het schoonheidsideaal nog die ene vrouw die er uit sprong, nu is het een vrouw die niet eens bestaat maar gemodelleerd wordt met behulp van computerprogramma's en plastische chrirugie. Heel goed dat deze documentaire gemaakt is.



maandag 5 maart 2007

Nieuw

'Jesu, nun sei gepreiset / zu diesem neuen Jahr.' Het klinkt uit de boxjes die ik in mijn studietijd al gekocht heb van het geld dat ik verdiende met vakantiewerk in de verzorging van verstandelijk gehandicapten. Mooie weken waren dat, ik denk nog wel eens terug aan Robert en Robert en Marianne en Elly, dubbel gehandicapte kinderen, voor wie het een hele prestatie was om een stukje brood in hun eigen mond te krijgen. Uit 'hun' boxjes komt nu de muziek van een cantate van Bach, zoals zo vaak 's morgens vroeg, een willekeurige cantate. Vandaag is het de nieuwjaarscantate, waarom niet. Gisteren lazen we over Jezus op de berg, in al zijn luister, in de concentratie op hem is elke morgen nieuw. Ik noemde wat vormen van 'de berg opgaan', voor mij is één van die vormen het beluisteren van een Bachcantate. Muziek die me herinnert aan het licht, aan de luister van Jezus, vandaag aan de nieuwheid van elke dag.



dinsdag 27 februari 2007

Onbeschoft

'Ben je gelukkig?', een filmmaakster werd geïnterviewd door Annemiek Schrijver. Ze spraken net nog over de kleinzoon van de ondervraagde, ze wilde hem graag leren te houden van de natuur en nog een paar dingen. Daarna werd de vraag gesteld naar het geluk. Het antwoord kwam onmiddellijk: dat is een onbeschofte vraag, maar ... De goede Annemiek vertrok geen spier en ging door met haar interview, maar wij hadden wel genoeg gehoord, de tv ging uit. Waarom reageert iemand zo bot op een dergelijke vraag? Het zal haar stereotiepe antwoord wel zijn, zo iets verzin je niet ter plekke, maar dan nog. Onbeschoft is onbeschaafd, het interesseert me eigenlijk niet zo heel veel waarom deze vraag onbeschoft genoemd werd. Ik verbaas me er wel over, wat mij betreft is de vraag naar elkaars geluk juist een blijk van beschaving, meer dan vragen als hoe vaak, hoe veel, hoe ver of naar welke persoonlijke records dan ook.



donderdag 15 februari 2007

Hoop (2)

De aanleiding was het komende veertigdagenproject van de Nederlandse Zondagschoolvereniging 'Langs beelden van hoop'. Wat is hoop eigenlijk, hoe spreekt Jezus over hoop? Tot mijn verbazing spreekt Jezus, volgens de evangelisten, helemaal niet over hoop. Hij neemt het woord één keer in de mond, als hij Jesaja citeert (Matteüs 12:21). Hoewel, zo verbaasd hoef ik nu ook weer niet te zijn, ik raak in toenemende mate onder de indruk van 'hier-en-nu-karakter' van de uitspraken en de daden van Jezus. Het Koninkrijk is nabij, u bent niet ver van het Koninkrijk van God, vandaag gaat de Schrift in vervulling. Hoop verwijst voor velen op het eerste gehoor naar de toekomst, en het risico is dat je op die manier het heden uit het oog verliest, dat is allemaal niet zo belangrijk, want straks... Vanmorgen spraken we er even over in de werkgemeenschap van predikanten en daar proefden we zelfs de uitspraak 'geen hoop doet leven'. Als je de gedachte opgeeft dat het straks beter zal zijn, dat het pas goed zal als er iets verandert, aan jou of aan de wereld, dan opent zich het leven van vandaag aan je. Die gedachte vonden we ook wel terug in het gedicht van Havel, 'Hoop is niet hetzelfde als optimisme, / evenmin de overtuiging, / dat iets goed zal aflopen. / Wel de zekerheid dat iets zinvol is / afgezien van de afloop, / het resultaat'. Een eerste overpeinzing, we kunnen er in de veertigdagentijd aan de hand van het project en de lezingen nog uitgebreid op terugkomen.



maandag 12 februari 2007

Hoop (1)

De aankondiging van gisteren, een stukje over hoop, leverde alvast een gedicht op. Het is van Vaclav Havel, ik heb het hele gedicht op deze website opgenomen op de gedichtenpagina.

Hoop is niet voorspellen of vooruitzien.
Het is een gerichtheid van de geest,
Een gerichtheid van het hart,
voorbij de horizon verankerd.



zondag 11 februari 2007

Aanwezig

Vandaag is mijn jongste broer jarig. Net probeerde ik hem te bellen en toen kreeg ik ongeveer het volgende te horen.

Zij: met Carin de Korte.
Hij: hoe kan dat nou, je bent er helemaal niet.
Zij: maar jij bent er ook niet.
Hij: nou, dan moeten de mensen maar wat inspreken.
Piep.

Omdat ik nu toch met de familie bezig was, keek ik even op de weblog van mijn oudste zus. Die had niet veel te vertellen vandaag, maar door dat te vertellen had ze toch weer een stukje en dat werd door haar dochter weer zeer gewaardeerd. Zo houden we elkaar bezig en helpt mijn familie me om ook weer even aanwezig te zijn op deze plaats, hoewel ik er ook niet echt ben. Inspiratie genoeg, maar ik kom er niet aan toe hier te schrijven, ik hoop komende week weer. Over hoop gesproken, daarover heb ik nog wel een stukje in gedachten.



donderdag 1 februari 2007

Alleen

Mordechai, de oom van Ester, knielt niet voor Haman, de tweede man van het rijk van Ahasveros. Als enige, zonder verantwoording aan wie dan ook, zonder beroep om wat moet of niet mag. Hij staat helemaal alleen, recht overeind, tegenover allen die wel knielen. Deze Mordechai bracht me tot een visiualisatie waarmee ik zondag mijn overdenking begon.

Stel je voor, er ligt een strand voor je. Of, als je niet zoveel hebt met strand, een ander landschap, een mooi bos, een hoogvlakte in de bergen. Je bent alleen en je loopt het strand op, het is een leeg strand, er zijn geen andere mensen. Met elke stap die je zet laat je iets achter van wie je bent, van wie je denkt dat je bent, van wie anderen denken dat je bent. Je ouders, je huis, je afkomst, je rol in de maatschappij, je hobby's, wat je bereikt hebt. Je stapt uit die beelden en je stapt ook uit je zorgen, uit je verdriet, uit je teleurstellingen. Je stapt uit je eigen verhaal. Zo loop je dat strand op en je blik wordt steeds breder, je voelt de zon, je voelt het zand, je hoort de vogels, je ruikt de zee. Je staat daar, midden op het strand, op dat lege strand, je bent als het ware de enige mens op aarde. Je staat daar met jouw ervaring, van het zand onder je, van de wolken boven je, met de gevoelens van je lichaam in je. En je beseft: ik ben een kind van God. Ik ben dat, los van de beelden die ik heb van mezelf, die anderen van me hebben. Ik ben dat, dat hoeft niemand me te vertellen, dat hoef ik mezelf en anderen niet te bewijzen: ik ben een kind van God. Dat besef kan een opening zijn naar alles wat in je is aan vreugde, aan kracht, aan liefde, aan licht. Zo sta je daar, met je eigen geloof, met je eigen liefde, met je eigen kracht, alleen, los.

Zie het als een gebedsoefening, heb ik erbij gezegd. Stel je dit voor, midden in de hectiek van je leven, in je eenzaamheid, in je verdriet, in je vragen. Zoek zo de leegte, de leegte van de openheid, de openheid voor wat er echt toe doet: dat wat God in jou doet, in jou legt, jouw liefde, jouw kracht.



woensdag 24 januari 2007

Bedelen

Instructie gegeven voor een groothuisbezoek met als onderwerp 'De bedelende mens'. Wat doet bedelen met een mens, hoe is onze reactie tegenover bedelen en inhoeverre kunnen we Luther naspreken die als zijn laatste woorden naliet: 'Wir sind Bettler. Hoc est verum.'? Wij zijn bedelaars, dat is waar, dat is de waarheid over onze verhouding met God en de Bijbel. Nooit hebben we het te pakken, steeds weer opnieuw houden we onze hand op, stemmen we ons af, en leven van de gave. Dat betekent niet automatisch dat je je klein maakt en helemaal niet dat je jezelf tot nul maakt. Bedelen heeft ook een waardigheid, de waardigheid van naar buiten komen, in de regen gaan staan, jezelf zichtbaar maken, je hand ophouden, vragen. Elementen van het bedelen komen aan bod in het gedicht van Betje Wolff en Aagje Deken, dat ik bij de voorbereiding tegenkwam.

De eerlijke bedelaar

Wens ik bedelend te leven?
Nee zo laag ben ik nog niet!
Schoon gij mij hier beedlen ziet,
Schoon ik smeek: wil mij wat geven,
Dank ik voor die gift met smart:
Zij doet mij zeer aan 't eerlijk hart.

Mocht ik voor mijn kostje wroeten,
Sloven, wurmen, dag en nacht!
'k Heb de luiheid steeds veracht,
Dit zou nog mijn ramp verzoeten!
'Werk dan', roept er een vergramd.
Goed, mijn vriend, maar ik ben verlamd.



maandag 22 januari 2007

Breken en delen

Gisteren het Avondmaal gevierd. Deze maaltijd naar voren gebracht als het symbool van Gods werkelijkheid, als symbool van de wereld waarin we voor Gods aangezicht leven. We hoeven onszelf niet naar de ander te wenden (als we 'goed' willen doen), we hoeven onszelf ook niet van de ander af te wenden (als we eens aan onszelf willen denken), we zitten al met elkaar aan tafel, een tafel, een relatie, die we niet hoeven te maken, maar ook niet kunnen ontkennen. En de aard van die relatie is geven en ontvangen, ontvangen en geven, voor u, met de ander, met de ander, voor u. Breken en delen, zo denken we terug aan Jezus. De mens die er niet op uit was zichzelf in stand te houden, maar zichzelf in stukjes liet vallen en op die manier in liefde aanwezig was bij de ander. We zijn steeds geneigd om onszelf en de ander vast te zetten, als we eerst maar weten wie we zelf zijn dan kunnen we iets doen voor de ander, als we maar een duidelijk beeld hebben van de ander weten we hoe die ander te benaderen. Jezus bekommert zich niet om vaste beelden van zichzelf en de ander, zijn waarheid en werkelijkheid is: we zitten als kinderen van God samen aan tafel. Zo is 'breken en delen' zijn commentaar op de scheiding die wij vaak maken tussen individu en gemeenschap, tussen mezelf-zijn en in-relatie-zijn.



dinsdag 16 januari 2007

Je ouders eren

Zondag weer een 'Ontmoeting op zondag', gezellig en inspirerend, om half twaalf in de Voorhof. Thema is het vijfde gebod, over het eren van je vader en je moeder. In de KRO-versie is dat geworden: Ik respecteer mijn afkomst. Respecteren komt van 'respicere', een latijns woord dat je kunt vertalen met terugblikken, rekening houden met, tot waarde laten komen. Opnieuw bekijken zou je kunnen zeggen, met nieuwe ogen. Niet met de ogen voorzover die gevormd en bepaald zijn door alles wat je aangeleerd is, door alles wat je overkomen is, door alles wat in je leven aangeslibd is, maar met de ogen van wie je ten diepste bent. Kijk eens met de ogen van Jezus, zeg ik wel eens, kijk eens met de ogen van geloof, hoop en liefde, jouw geloof, jouw hoop, jouw liefde. Dat is een kijken in vrijheid, in die vrijheid kun je je afkomst op zijn waarde schatten, kun je de lichte en de donkere kanten ervan op hun waarde schatten. Zo respecteer je je afkomst, in een hernieuwd kijken. Anselm Grün zegt het in zijn boek 'De tien beloften. Wegwijzers naar de vrijheid' als volgt.

'Ik respecteer mijn herkomst'. De ouders eren betekent dankbaar te zijn voor onze herkomst. Wie zijn herkomst niet respecteert, blijft zonder wortels. Hij leeft slechts bij de dag. Maar hij weet niet vanwaar hij komt en waarheen hij gaat. Respect komt van 'respicere', wat 'terugblikken, rekening houden met' betekent. Ik kan slechts vooruit zien, wanneer ik me bewust ben waar ik vandaan kom. Ik kom slechts verder, wanneer ik rekening houd met de weg die ik tot nu toe ben gegaan.



dinsdag 9 januari 2007

Bij de begrafenis van een tante

Midden in het groene hart, op een kleine begraafplaats achter de kerk, met vrij uitzicht op de weilanden, wilde wolkenluchten boven ons, zongen we bij haar graf. Een psalm, een psalm waarover ik al twee keer eerder schreef in mijn webdagboek (11 september 2004 en 18 januari 2006), Psalm 27. Het lied klonk weer als nieuw, bij een voldragen leven van 80 jaar.

Zo ik niet had geloofd, dat in dit leven
Mijn ziel Gods gunst en hulp genieten zou,
Mijn God, waar was mijn hoop, mijn moed gebleven?
Ik was vergaan in al mijn smart en rouw.
Wacht op den Heer, godvruchte schaar, houd moed:
Hij is getrouw, de bron van alle goed;
Zo daalt Zijn kracht op u in zwakheid neer;
Wacht dan, ja wacht, verlaat u op den Heer.



maandag 1 januari 2007

Non

Tijdens de kerstdagen het boek van Karen Armstrong 'Door de nauwe poort' gelezen. Ze schreef dikke populair-theologische boeken zoals 'Een geschiedenis van God', over vierduizend jaar Jodendom, Christendom en Islam. 'Door de nauwe poort' gaat over haar eigen geschiedenis, over de zeven jaar dat ze in het klooster was. In 1962 trad ze als 17-jarige in, ze had besloten non te worden en werd dat ook. Ze schrijft er een boeiend en spannend boek over, spannend vooral omdat je weet dat ze weer uittreedt, boeiend omdat ze schrijft vanuit haar eigen overtuiging echt non te moeten worden. In het nawoord schrijft ze hoe ze ontdekte, achteraf, dat ze een te grote waarde hechtte aan de wil. Ze had een sterke wil en op de een of andere manier werd die in dit kloosterleven actief gemaakt. 'Een non kent geen 'kan niet'', 'een non zegt geen verdomme', 'een non valt niet flauw'. Nee, een non kan door haar wilskracht alles beheersen, emoties, lichamelijke aandriften en ziekten, en het duistere onbewuste.

In de orde ontdekte ik dat we gecompliceerde wezens zijn en dat geest, hart, ziel en lichaam voortdurend zijn verwikkeld in een bloedige strijd. Een van de belangrijkste dingen die ik van het kloosterleven leerde, was juist de relatieve machteloosheid van de wil. Het is goed dat te beseffen, maar het maakt je wel nederig. Het brengt een soort vrede mee.

Gisteravond lazen we in de oudejaarsavonddienst over Hanna in de tempel, ze was er altijd, 84 jaar lang, nacht en dag, een soort nonnenbestaan. Ik lees dat als een aanwezigheid in het licht van God, net zoals je bent, zonder voorwaarden, zonder eerst zelf te willen veranderen. Zo ontvang je vrede.