Webdagboek Jan de Korte, 2009



woensdag 23 december 2009

Doeken

Omdat ons thema met kerst is 'Het licht schijnt in mensen, in Jezus, in jou'. Omdat er mooi geassocieerd wordt met de doeken in het evangelie. Omdat ik altijd een beetje smelt van hun liedjes. Bij wijze van kerstgroet, voor wie er van houdt. En voor wie er niet van houdt: evengoed een lichte kerst toegewenst.




vrijdag 18 december 2009

Uniek en nieuw

Met ieder mens is er iets nieuws ter wereld gebracht, dat er nog niet was, een eerste en enig iets.

Een zin van Martin Buber uit zijn mooie boekje 'De weg van de mens'. Ik moest bij die zin direct denken aan het gedicht van Muus Jacobse, dat ik zondag in de dienst wil lezen, 'Het kind'. Het nieuwgeboren kind is geen herhaling van zetten, maar brengt iets nieuws, iets wat er nog niet was. Mooi komt dat naar voren in het verhaal van de geboorte van Johannes, Lucas 1:57-80. Niet de te verwachten naam Zacharias, of 'zoon van Zacharias', maar 'Johannes is zijn naam'. Een naam die verwijst naar het nieuwe van de toekomst, het eigene en unieke van ieder moment en van ieder mens. Wie gaat met die naam is een bevrijd mens en gaat nieuwe wegen en ziet nieuw licht.

HET KIND

Ons is geen toekomst en geen keus gelaten:
wij moeten voort, verward en hulpeloos,
in een cultuur van films en radio's
en soms, wat over het verleden praten.

Niemand ontkomt eraan… alleen het kind
is nog hetzelfde als voor duizend jaren.
Nieuw en verwonderd ligt het rond te staren
alsof de wereld pas vandaag begint.

O makker in ditzelfde grauw getij,
nog altijd komt het kind tot jou en mij.
Nog altijd kan de wereld nieuw beginnen,

in ieder kind kan het opnieuw beginnen.
Zolang God kinderen in ons midden zendt,
heeft Hij zich nog niet van ons afgewend.



woensdag 9 december 2009

Ed Hoornik

Iemand opende de vergadering met het gedicht 'Hebben en zijn' van Ed Hoornik. We praatten even over de dichter, ik wist niet veel over hem te vertellen. Wel dat hij onderstaand gedicht geschreven had, ik dacht in de jaren dertig. Dat klopt waarschijnlijk niet, het gedicht werd in 1966 gepubliceerd. Het berichtje in de avondkrant denkt een onderzoeker teruggevonden te hebben in een krant van 1938. Ik ben opgegroeid in Middelharnis, vandaar dat het gedicht me ooit opviel, de gedachte van een requiem voor dit verdronken kind, en in hem of haar voor alle omgekomen kinderen, vind ik ontroerend. Een bespreking van het gedicht is hier te lezen. Lees meer over de gebeurtenis zelf en de actualiteit ervan in het Eilanden Nieuws van september 2009.

Te Middelharnis is een kind verdronken

Te Middelharnis is een kind verdronken.
Sober berichtje in het avondblad:
't stond bij een hooiberg die had vlam gevat
en bij een zolderschuit, die was gezonken.

Zes dagen heeft het in mij nageklonken.
Op het kantoor vroeg men: zeg, heb je wat?
Ik werkte door, maar steeds weer hoorde ik dat:
te Middelharnis is een kind verdronken.

En kranten waaien weg en zijn verouderd,
de dagen korten, nachten worden kouder,
maar over 't water komt zijn kleine stem.

-Te Middelharnis, denk ik, 'k denk aan hem
en bed zijn hoofdje tussen hart en schouder,
en zing voor hem dit lichte requiem.



woensdag 25 november 2009

Kijken met Hopper

'Konijn, ik ben levend. Ik adem, en ik beweeg, dus ik leef. Is dat duidelijk? Welke beproevingen ook komen, ik leef.' Hij zoog de borst vol adem en stapte in bed. 'Het is gezien,' mompelde hij. 'het is niet onopgemerkt gebleven.' Hij strekte zich uit en viel in een diepe slaap.

In de Kunsthal in Rotterdam hangen momenteel acht schilderijen van Edward Hopper. Het eerste wat me opviel was dat ze kleiner waren dan ik altijd gedacht had. Blijkbaar suggereert de ruimte in deze schilderijen dat het grote doeken zijn. In vergelijking met de kunst van de Machine Age kunstenaars viel me vervolgens op hoe liefdevol deze schilderijen gemaakt zijn. De Machine Age kunstenaars, tijd- en landgenoten van Hopper, schilderen hun onderwerp vanwege de vormen, fabrieken worden bijna abstracte installaties. Hopper houdt altijd oog voor de inhoud van wat hij schildert, datgene wat hij schildert interesseert hem. Vervreemding, melancholie, eenzaamheid, het zijn woorden die vaak vallen bij de beschrijving van zijn werk. Toch zou ik op al de plaatsen die ik afgebeeld zag in Rotterdam wel willen zijn. Laat het niet echt plaatsen zijn die je je als je thuis voorstelt, toch kun je jezelf er zo in denken. En dat komt door de blik van deze schilder, die de plaatsen ziet en wil zien. Bij het bekijken kwamen bovenstaande magistrale slotzinnen van Gerard Reve's 'De avonden' bij me boven. Verrassend was de recensie van de expositie van Joost Zwagerman die ik later las. Ook hij verwijst naar deze zinnen met de heldere vaststelling dat we in het boek instemmen met de woorden van Frits van Egters bij wijze van inleving en dat ze bij de schilderijen over ons eigen gezien worden gaan. Voor mezelf noem ik het een genadevolle, verlichtende manier van kijken, naar ons en mijn bestaan, hoe miezerig ook, die mij stimuleert om zo ook naar de ander de kijken. Wie zo kan kijken als Hopper ziet in alles en allen de grootsheid.




woensdag 28 oktober 2009

Berlijncontact (2)

In de diensten op die zondag 11 oktober (zie ook bij 21 oktober) klonken in Berlijn en in Emmen de woorden van de oerbelijdenis van Israël: 'Hoor, Israël: de HERE is onze God; de HERE is één!'. Zoals we het lazen in de Nieuwe Bijbelvertaling: 'Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige!'. 'Luister, Israël', twee aspecten, twee zijden van het geloven. Je open stellen, niet weten, luisteren, en juist daarin worden en weten wie je bent, Israël, kinderen van God, mensen in de geest. Het laatste aspect verbond ik met het stukje over het het Berlijncontact dat ik vorige week citeerde, het luisteren, leven in de open houding, vond ik in het andere stukje dat me aangereikt werd.

Door het contact met de kerk in Berlijn gingen we nadenken over ons eigen kerk-zijn. Een kerk in een cultuur die zo anders is, waar het moeilijk is om vrij te zeggen wat je denkt (er zaten vaak stasi-verspieders in de kerk). Dan ga je denken over wat geloven voor jou betekent en over wat je over hebt voor je geloof. Ds. Meinel ging vanuit West-Duitsland naar dat socialistische land omdat daar gebrek aan predikanten was. Hij wilde solidair zijn; Christen zijn in een land met een atheistisch regime. Je voelde, dat we samen geloofden in die ene God. Alle vijandsdenken achter je laten. De eerste keren kwamen bij de grens onze negatieve gevoelens uit de oorlog weer boven: het gebral van de douaniers en die uniformen. Daarna werd je zo hartelijk ontvangen door onbekenden, die duidelijk blij waren met onze komst. We werden vrienden, die elkaar al gauw bevroegen over de meest fundamentele zaken. Over verschillen in geloven, de liturgie, verschillen tussen Lutherse en Calvinistiche kerken. Zij spraken over het antisemitisme, hun schuldgevoelens (geen persoonlijke schuld, maar dat van hun land - schaamte - pijn - verzoening). Dan kijk je naar je eigen land, waar joden, die de vernietigingskampen overleefden, bij terugkeer hun eigen bezittingen niet terug konden krijgen. Wat ging er hier fout? Wat deed onze kerk daaraan? Kortom: opnieuw ontdekken, wat je geloof betekent, één zijn in verscheidenheid, tolerantie, respect, je verbonden voelen in geloof. Eén God. Die verbondenheid.



woensdag 21 oktober 2009

Berlijncontact (1)

Als gemeente hebben we contact met een gemeente in Berlijn, de Evangelischen Kirchengemeinde Berlin-Baumschulenweg. Het is een gemeente in het voormalige Oost-Berlijn en het contact stamt van voor de val van de Muur. Op zondag 11 oktober stonden we stil bij het 25-jarig jubileum van dit contact. Een groot aantal gemeenteleden was die zondag in de dienst in Berlijn, daar werd het jarige contact gevierd en parallel daaraan ook in de dienst in onze gemeente. Ik had een gesprek met enkele leden van de groep die het contact onderhoudt en vroeg of zij wat effecten konden noemen die het contact gehad heeft op de leden van de groep en mogelijk ook op onze gemeente. Samen benoemden we twee 'vormingselementen'. Als eerste werd de vraag naar het gemeente-zijn genoemd. De situatie onder het bewind in de DDR scherpte bepaalde vragen aan, waar we in de vrijheid wel eens aan voorbij leefden. Ik citeer een paar zinnen uit de mail die ik kreeg na het gesprek, later schrijf ik iets over het tweede aspect dat genoemd werd.

Met de bouw van de muur veranderde de situatie van de kerk in Oostduitsland totaal. Van een min of meer staatskerk met invloed op de samenleving, werd ze door het nieuwe regiem aan de kant geschoven. De regering probeerde de taken, waarin de kerk voorheen een belangrijke rol speelde, over te nemen (sociale maatregelen, Jugendweihe op de leeftijd waarop voorheem Konfirmation plaatsvond, overname diaconale taken, enz.).
De kerk werd getolereerd door een kerkonvriendelijke staat, de vrijheid was behoorlijk beperkt. Hoe kun je als kerk toch zinvol functioneren in een dergelijke situatie? Toen onze contacten begonnen, was dit een brandende vraag in Oost Berlijn. De basisvragen van het kerk-zijn werden actueel. Deze vragen kwamen in allerlei vormen in onze gespreksonderwerpen ter sprake. Vragen, die ook voor je eigen kerk in Nederland gelden. Daarom werden die gesprekken vormend voor mijn eigen kijk op mijn kerk. Ik kreeg soms het gevoel, dat zij als kerk in een bevoorrechte positie verkeerden. omdat ze zo fundamenteel bezig waren hun kerk een gezicht te geven in de samenleving.
Na de val van de muur (waarvoor de kerken de aanzet gaven en een actief aandeel in hadden) kwam de schrik van de weer nieuw ontstane situatie: vooral een paniekreactie. De secularisatie sloeg snel en hard toe. Op onze vraag of er nog behoefte aan contact was, nu de muur was gevallen, reageerden de Berlijners: nu meer dan ooit. Vandaar, dat we de band nog in stand houden.



zaterdag 10 oktober 2009

Scheppen en scheiden

'In den beginne schiep God de hemel en de aarde.' Tussen alle beroemde openingszinnen is dit voor mij de sterkste, met vlag en wimpel. Deze week was de zin in het nieuws, de voorpagina van Trouw kopte: 'Openingszin Bijbel klopt niet'. Even schrikken is dat, 's morgens vroeg bij de brievenbus. Gelukkig stelde de intro van het artikel me al gerust: 'Het traditionele beeld van God als schepper van hemel en aarde klopt niet, stelt hoogleraar Ellen van Wolde. God schiep niet, hij scheidde.'
'Scheppen is scheiden' leerde Noordmans ons al in de jaren dertig van de vorige eeuw. Volgens hem is schepping een kritisch begrip, in de daad van het scheppen wordt vastgesteld wat wat is, alles krijgt zijn plaats, naam, functie, waarde en recht. In het hoofdstuk over de schepping in zijn 'Kijk op geloof' spreekt Henri Veldhuis over angst en vertrouwen en verwondering, het hoofdstuk loopt uit op een lofzang op de genade. Over deze dingen gaat het in het verhaal over de schepping, precies de reden dat ik die eerste zin zo mooi vind, alles, het hele evangelie, ligt er in besloten. Morgen lezen we een verhaal waarin verteld wordt dat Jezus de mens die tegenover hem staat liefdevol aankijkt, een kijken waarvan je nieuw wordt, scheppend kijken.
Scheppen is scheiden, is genadig oordeel, is liefdevol kijken, is genade. Wat ontstaat is nieuw, elk moment, elke dag, in elke liefdesblik, dat is en blijft de rechtvaardiging voor het woord scheppen. 'Creatio ex nihilo' noemt de christelijke dogmatiek dat, 'schepping uit het niets', waar niet was is nu wel iets. Het is het geloof dat we niet bepaald zijn door ons verhaal, ons verleden, onze genen, onze geschiedenis. De eerste zin van de Bijbel is direct een uitnodiging om los te laten en nieuw te zijn. De zin houden we er dus in, met dank aan Ellen van Wolde. Soms denk ik dat ik de Bijbel te intuïtief lees, mooi als je intuïtie bevestigd wordt door de wetenschap.



maandag 5 oktober 2009

'B(r)ent'

Oude teksten hebben een overleveringsgeschiedenis, de studie naar fouten daarin is een vak apart. Vaak gaat het om fouten bij het overschrijven. In ons digitale tijdperk komen die minder voor dan in de tijd van de handschriften. Ook bij ouderwets drukwerk ging er wel eens iets mis. Het gedicht van P.N. van Eyck, dat ik op 19 september doorgaf, 'Bent bridge', blijkt bij nader inzien 'Brent bridge' te heten. Toch staat het als 'Bent bridge' in een bloemlezing. Daar gaat mijn meditatie over 'bent' en het plaatje bij mijn stukje van 19 september kunnen we ook vergeten. Een ander plaatje dan maar, met dank aan de lezer die op zoek ging naar informatie over het gedicht en de fout in de titel ontdekte. Het plaatje van de brug, waar hij en ik op hoopten, ontbreekt nog, maar misschien komen we nog wel verder. De Brent is een riviertje bij Londen, dat uitloopt in de Thames, zoveel weten we al. Aardig is ook om te zien dat het gedicht opgedragen wordt aan Aldo, ongetwijfeld de zoon van de dichter, de architect Aldo van Eyck, in onze streek bekend als de maker van het schetsontwerp van het Hunebedcentrum in Borger.



dinsdag 22 september 2009

Imagine

Imagine, stel je voor, verbeeld je. Bij het binnenkomen in de kerk kregen we zondag allemaal een duifje. Daarin een rolletje papier, waar je iets op kon schrijven. De duifjes werden ingezameld en bij het uitgaan weer uitgedeeld. Spannend om thuis te kijken wat er op het briefje in mijn duifje staat: 'Imagine'. Op mijn bureau lag net het boek 'Godsdienst als speelruimte voor verbeelding'. Het duifje ligt er nu naast, 'toe maar, laat je verbeelding maar werken, laat de theorie maar waar zijn'. Bij elke knoop in je leven, bij elke knoop in je dag, bij elke knoop in je werk. Stel je voor, verbeeld je, zie het voor je: je bent een kind van God, je leeft in het licht, je bent vol van het licht, je bent zelf het licht. Ik nodig steeds mensen uit zichzelf zo te zien, nu ligt het duifje hier en herinnert mij aan wie ik echt ben. Imagine, dank je wel.



zaterdag 19 september 2009

'Bent'

'Bent Bridge'

Een vreemd man, in een vreemd land.
En vaak is er niets dan dit:
Water en loof en het wit
Van zwanen, dicht bij de rand
Gras voor de bank waar hij zit,
En straks aan de overkant.

Een man die even leest,
Het stil begin van een lied,
Dan opkijkt en om zich ziet.
En iets in hem denkt, bedeesd:
Hoe vreemd, nog ken ik het niet,
En toch is het altijd geweest.

Vreemd, in dit vreemde land,
Alleen, met niets dan dit:
Water en loof en het wit
Van een zwaan die talmt bij de kant,
Dicht langs de bank waar ik zit,
wat avondzon op mijn hand.

Dit gedicht van P.N. van Eyck lezen we in het kader van een gesprek over vreemdeling zijn. Ik ga het gedicht steeds meer waarderen, de regel 'Het stil begin van een lied' ben ik helemaal weg van. Wie verzint dat nu, zei iemand in een groep, en we kregen er een mooi gesprek over. Maar vanwaar de titel? Heeft Van Eyck een bepaalde plaats in gedachten, waarbij hij zijn gedicht heeft geschreven of is de titel algemener bedoeld als een verwijzing naar het soort brug dat bent bridge genoemd wordt? Dan kom je bij een brug als op de foto, waarom die brug bent bridge genoemd wordt is trouwens volgens deskundigen niet zeker, lees hier. Interessant is dat bent in Engels van lang geleden ook grasland kan betekenen, een soort open weiland, iets als de grazige weiden van Psalm 23. Dergelijk gras speelt ook een rol in het gedicht, dus wie weet. De brug verschijnt dan veel meer in zijn rol als verbinding of als toegang. Misschien dat andere deskundigen hier hun licht nog eens op kunnen werpen, een mooi gedicht blijft het, ook zonder dat ik de titel begrijp.



dinsdag 8 september 2009

Ramen

Mooi artikel van Nicolaas Matsier in Trouw van afgelopen zaterdag over de glas-in-lood ramen in de Franse kathedralen. Het herinnerde me weer aan onze drie-kathedralen-tocht in de laatste twee dagen van onze vakantie (zie ook bij 14 juli). We waren niet alleen in Reims en Metz, maar ook in Chartres. In het artikel van Matsier lees ik dat daar twaalfduizend scènes te zien zijn. Wij stonden stil bij het grote raam met Maria en het kind Jezus, je ziet altijd het eerst wat je herkent. Een eigen foto voor het overzicht, een geleende voor het zicht. Zoals in het artikel ook gezegd wordt: zo zie je de meeste ramen niet, zo zijn ze door vele generaties voor ons nooit gezien. Gelukkig kunnen wij pendelen: van de echte kathedraal naar het fotoboek en andersom. Wij willen nog wel een keer terug naar Chartres, dan wel op een vrijdag, kunnen we het labyrint lopen, waar op die dag de stoelen van verwijderd worden.



maandag 31 augustus 2009

Lichtje

'Urlicht'

O Röschen rot!

Der Mensch liegt in größter Not!
Der Mensch liegt in größter Pein!
Je lieber möcht' ich im Himmel sein!

Da kam ich auf einen breiten Weg;
da kam ein Engelein und wollt' mich abweisen.
Ach nein, ich ließ mich nicht abweisen!
Ich bin von Gott, und will wieder zu Gott!
Der liebe Gott wird mir ein Lichtchen geben,
wird leuchten mir bis an das ewig selig' Leben!

Gistermiddag hoorden we het zingen in het Nieuwe Luxor Theater in Rotterdam, schitterende muziek van Gustav Mahler. Het was het openingsconcert van het Gergiev-festival, gedirigeerd door de grote meester zelf. Het was het laatste lied van een hele serie, prachtig hoe hij de stilte liet aanhouden na dit lied, voordat het applaus losbarstte. Intrigerende tekst ook, de rode roos aan het begin verwijst naar Maria en Christus, in het algemeen gezegd naar de mogelijkheid van een ander leven, maar wel met een herinnering aan het lijden. Dat lijden lijkt ontlopen te willen worden, een engeltje probeert dat te verhinderen. Dat dwingt de zanger om zich duidelijker uit te spreken: het is geen vlucht voor het lijden, maar een terugkeer naar God, het gaat niet om het afzien van het leven, maar om het verlangen daarnaar. Dat verlangen zal beantwoord worden met een lichtje, een lichtje dat van het leven in nood en pijn een verlicht leven maakt.
Hieronder het lied zoals het in 1968 gezongen werd door Aafje Heynis, met het Koninklijk Concertgebouw Orkest onder leiding van Bernard Haitink. Jammer dat de opname aan het eind wat 'afgehakt' is, maar het is altijd groots om deze zangeres te horen.




donderdag 27 augustus 2009

Prijs

Toen ik drie miljoen won in de Duitse lotto -dat krijg je als je zo dicht bij de grens woont-, zei ik tegen mezelf: 'En nu stoppen!'. Het is de verleiding van elke gokker om het gewonnen geld in nieuwe kansen te steken, maar ik leef nu met het principe aan geen enkele loterij mee te doen, gratis of niet. Deze week wordt het me wel erg moeilijk gemaakt. Mijn zus (een andere dan die van 28 mei), heeft een verloting uitgeschreven ter gelegenheid van haar honderdste blogje, wie reageert doet mee. Nu wil ik haar best feliciteren met haar mijlpaal, ik volg haar getrouw, maar ja, voor mij geen loterij. Dus dan maar hier -Janny, gelukgewenst- en het geeft u tevens de kans mee te doen. Ga naar haar weblog en reageer op haar honderdste bericht, wie weet wordt u net zo gelukkig als ik met mijn prijs. U kunt natuurlijk ook gewoon een staatslot kopen, hebt u kans op 27,5 miljoen (de tip hebt u van mij...).



woensdag 12 augustus 2009

Waken

Afgelopen zondag lazen we de tekst van Rumi 'Val niet weer in slaap' (zie pagina zomerdiensten 2009), aanstaande zondag lezen we een verhaal over tien meisjes die in slaap vallen, maar om middernacht gewekt worden. Het verhaal gaat over waken, wakker zijn. Daarbij past mooi het Taizé-lied 'Bleibet hier und wachet', we zingen het in de dienst met een Nederlandse tekst: 'Blijf dan hier en waak nu met mij, wakend en biddend, wakend en biddend'. U kunt het alvast oefenen bij het YouTube-filmpje.




maandag 10 augustus 2009

Kaj Munk

Mijn familie is weer terug uit Denemarken (zie mijn stukje bij 16 juli). Ze waren er, op de plek waar Kaj Munk vermoord werd door de Duitse bezetter. Ze lazen zijn preken en stonden stil bij het gedenkteken aan de Kaj Munk Weg. Goed om te zien dat dergelijke plaatsen, hoe sober soms ook, onderhouden en bezocht worden. Van een dergelijk kruis tot de enorme oorlogskerkhoven in Noord-Frankrijk waar wij van de zomer langs kwamen. Hoewel ik bij de laatste ook wel een onbehaaglijk gevoel kan hebben, zeker als er uniformen bij komen, te mooi, te glad. Oorlog blijft vuil, gruwelijk, lees de namen, lees de data, allemaal geschonden, gebroken levens. Ontroerend vind ik dan zo'n eenvoudig gedenkteken, vlak langs de weg, midden in het leven, hier is het gebeurd, laat het hier niet weer gebeuren.



vrijdag 7 augustus 2009

Muziek (2)

Eén van de fragmenten die we gistermiddag met een aantal gemeenteleden beluisterden was een deel van de Derde Symfonie van Saint-Saëns, de zogenaamde Orgelsymfonie. We hadden enkele uitvoeringen van de bibliotheek geleend, waaronder een opname uit 1976 met Daniël Barenboim als dirigent. Tot onze verrassing, we waren daar deze zomer, vond die uitvoering plaats in de kathedraal van Chartres en in de orgelpassages hoor je de kathedrale ruimte als het ware meezingen. Om de smaak te pakken te krijgen hier het slot, de laatste minuut, van de symfonie, inclusief de prachtige nagalm van het slotakkoord. De hele cd is in de biblitheek (in ieder geval hier in Emmen) te leen.



donderdag 30 juli 2009

Muziek

In het kader van de zomerdiensten 'Muziek' hadden we gisteren een muziekavond. Ongeveer dertig gemeenteleden kwamen samen om naar meegebrachte muziek te luisteren. Mooi en boeiend om de variatie in de voorkeuren te zien, veel klassiek, veel liturgie. Of combinaties daarvan, zoals het Requiem van Fauré en het Kol Nidrei van Max Bruch. Van de laatste vond ik een bijzondere uitvoering op You Tube met Jacqueline du Pré en Gerald Moore, wie een andere uitvoering verkiest kan ook ruim terecht op You Tube. Voor mij nieuw was het klarinetconcert van Carl Maria von Weber, opus 74, waarvan we het tweede deel beluisterden. Wat minder te vinden op You Tube, maar mooi is het om het resultaat van een masterclass te horen voor Matile Pinter. Met orkest kan het zo klinken.



woensdag 22 juli 2009

De liefste

Blijkbaar heeft Gabriël Smit een serie gedichten geschreven waarin hij 'de liefste' omschrijft. Bij het zoeken van een gedicht voor de dienst van aanstaande zondag kwam ik nummer 8 tegen. Het stond in de buurt van de berijming van Nijhoff van Psalm 23, die ik zondag voor wil lezen, 'Ik wil van God als van mijn Herder spreken. / Onder zijn hoede zal mij niets ontbreken.' En tegelijk kun je ervaren dat je zonder die ander niets bent, niet tot leven zou komen, niet tot leven gekomen zou zijn. In zijn 'nummer 8' geeft Gabriël Smit een mooie beschrijving van de samenhang van een en ander. Een liefdesgedicht dat ook model kan staan voor andersoortige relaties.

Omschrijvingen van de liefste 8

Je bent mij zo nodig. Ik weet wel dat
de Heer mijn herder is en dat Hij mij
niets laat ontbreken, maar wanneer jij
mij dat niet bent, weet ik niet wat

mijn leven nog kan zijn. Wanneer Hij jou
niet geeft, geeft Hij mij niets, want
wat mij niet gereikt wordt door jouw hand
is dood voordat ik het ooit krijgen zou.

Dat kan niet, zeg je, want dan stel je mij
voor Hem, een verantwoordelijkheid die
ik niet dragen kan. Weet je dat zeker?

Lees de psalm. Wie dorst schenkt Hij
in overvloed zijn wijn. Maar, liefste, wie
anders dan jij is mij zijn beker?



donderdag 16 juli 2009

Spreken

Broer en schoonzus gaan naar Denemarken, het land van Kierkegaard en Kaj Munk. Hij vroeg me of ik boeken van hen had en zo kwam ik weer eens bij de prekenbundel van Kaj Munk. Ik las het indrukwekkende voorwoord van vertaler Johan Winkler. Hij vertelt over de laatste woorden van Kaj Munk tot zijn gemeente. Tot verbazing van de kerkgangers blijft hij onderaan de preekstoel staan, hij dooft de kaarsen, hij laat het orgel zwijgen en Kaj Munk spreekt.

Toen ik mij gisteren voor Gods aangezicht voor deze dienst voorbereidde, heb ik gevoeld, dat het mij onmogelijk zou zijn, heden een preekstoel te beklimmen en mij voor het altaar te plaatsen. Mijn geest is vervuld van diepe smart en grote rouw, want er is een breuk gekomen in de saamhorigheid van onze kerkelijke gemeente. Enkele mannen zijn in Duitse dienst getreden, zonder dat zij daartoe waren gedwongen. In naam van de waarheid is het mijn plicht van dit feit melding te maken, in deze kerk die gebouwd is om een tempel der waarheid te zijn. Zonder twijfel vinden sommigen onder u, dat een dergelijke toespraak misplaatst is in Gods huis. Zij vergissen zich echter. Wanneer de mensen zich verkeerd gedragen in de gemeente, moeten wij daarover spreken in het huis van God. Het Woord van God staat geen enkele beperking toe. Het heeft betrekking op ons hele gedrag en ons gehele leven.

Zo begon hij zijn toespraak aan het begin van het nieuwe jaar 1944. Zijn heldere, doorsnijdende spreken kostte hem het leven, op 4 januari werd hij in opdracht van de bezetter vermoord. Opvallend is, ook in het vervolg van zijn toespraak, dat hij inzet op de gemeenschap, de gemeenschap van mensen die samenkomt in de tempel der waarheid. Uiteindelijk gaat het hem erom dat iedereen zijn plaats inneemt in deze gemeenschap van vrijheid en liefde. Daarmee gaat zijn toespraak ver uit boven moralisme, Kaj Munk weet ook niet wat mag en wat niet mag, hij weet wel dat er niets is in ons leven dat apart staat, voor hem valt alles onder de kritiek en de bevrijding van het Woord van God.



dinsdag 14 juli 2009

Chagall

Tijdens onze vakantie een klein Chagall-bedevaartje gemaakt. We waren in de kathedralen van Reims en van Metz, in beide kerken zijn glas-in-lood ramen van Chagall te zien. Hier een zelf gemaakte foto van één van de ramen in Metz en een geleende (van de prachtige fotosite www.marhov-pictures.nl) van een fragment van de ramen in Reims. Er staan nog meer Chagall plaatsen op ons reisverlanglijstje, maar voorlopig was dit genoeg.



donderdag 11 juni 2009

Aandacht

Je leest poëzie pas goed als je met honderd procent zekerheid beseft dat het om een ervaring gaat die het in het haar eentje de moeite waard maakt geleefd te hebben.

Ik lees het citaat van Gerrit Komrij in het prachtige boek van Kees Bregman, waarin hij de dichter Martinus Nijhoff beluistert met het oog op preken. Een zin die heel mooi aangeeft wat het betekent de dingen met aandacht te doen. Voor poëzie kun je ook de Bijbel invullen of welk boek dan ook, voor het lezen van poëzie kun je een activiteit invullen, je kunt er het luisteren naar de ander invullen. Wat je ook doet, je doet het goed als je op dat moment niets anders doet en niets anders hoeft en niets anders wilt. Dat is de aandacht waar de Benedictijnen het over hebben, dat is leven in het besef dat het leven van dit moment het leven is dat je hebt en de moeite waard is. Dat is leven in liefde, dat is leven als lofzang.



donderdag 28 mei 2009

Heimwee

Leuke zus heb ik, stuurt me een serie foto's en mailt daarbij: 'Zo mooi is Flakkee nu. Heb je toch wel eens heimwee naar?' Nu kan ik hier ook wel een mooi plaatje schieten, maar ik weet dat het niet helpt, zo werkt dat niet bij heimwee. Laatst hebben we op een kring eens twee lijstjes gemaakt, één bij heimwee, één bij herinnering, dat leverde heldere inzichten op. Heimwee wil terug naar het verleden, herinnering brengt het verleden naar het heden. Herinnering zie ik als de kunst om je verleden in je leven van nu mee te laten spelen, heimwee wil het liefst weer toen leven en daar. Dat kan niet en doet onrecht aan je leven nu, maar Flakkee is toch wel erg mooi...

PS: de foto's zijn van een paar weken geleden, de meidoorns bloeiden toen, wie spoorslags afreist zal een ander eiland te zien krijgen, ook mooi, altijd mooi, in mijn ogen.



maandag 18 mei 2009

Wolk

We willen wel graag zon met Hemelvaartsdag, maar het is de dag van de wolk. De leerlingen zagen Jezus niet meer, ze zagen een wolk. Dat is in de Bijbelse symbooltaal niet niets. Lees maar eens wat de priester Ezechiël in een wolk zag, vanaf die dag was hij profeet. We lezen aanstaande donderdag zijn visioen, we laten het op ons inwerken en zijn vervolgens stil bij Brahms, het poco allegretto uit zijn derde symfonie. Wie voor wil proeven klikke op deze link.



dinsdag 12 mei 2009

Vergeten?

Vergeving betekent iedere wens opgeven dat het verleden beter zou zijn geweest.

Was jarig. Kreeg een boek van Jack Kornfield, boeddhistisch leraar, 'De kracht van vergeven'. Sluit mooi aan bij mijn vorige stukje, daarom hier bovenstaande citaat. Naar aanleiding van het stukje kreeg ik een mailtje, 'vergeven ja, maar vergeten'. Het eerste dat bij me opkomt is dat je wel kunt willen vergeten, maar dat niet kunt sturen. In het boek van Kornfield staat onderstaand stukje, de kern daarvan is dat bij vergeven juist niet vergeten hoort. In mijn woorden: vergeven is met alle herinneringen, die soms heel zwaar op ons drukken, als nieuwe mensen leven. Vergeven stelt ons in staat, zonder te vergeten, nu te leven.

VERGEVING VERGEET NOCH VERGOELIJKT HET VERLEDEN.

Vergeving is wijs. Zij erkent wat onrechtvaardig, beschadigend en verkeerd is. Zij heeft de macht het lijden in het verleden onder ogen te zien en begrijpt de omstandigheden die dit veroorzaakten. Vergiffenis is krachtig. Als wij vergeven kunnen wij ook zeggen: 'Deze dingen zullen nooit meer gebeuren.' Wij besluiten niet toe te staan dat dit onrecht ons of anderen ooit weer overkomt.



maandag 4 mei 2009

Immoreel

'Vergeven is immoreel', het staat in grote letters voorop één van de bijlagen van Trouw. Het is de krant die verschijnt tussen 30 april 2009 en 4 mei, data waarbij het begrip vergeven wel het een en ander oproept. Ik heb niet kunnen vinden naar welk artikel de kop verwijst, maar de uitspraak blijft me bij. Je kunt hem horen als waarschuwing, als afkeuring zelfs. Vergeven past niet bij een goede moraal, doet geen recht aan de slachtoffers bijvoorbeeld. Ik ben eerder geneigd de uitspraak als een stelling te lezen, een stelling die iets wil zeggen over vergeving. Vergeving ontstijgt de discussie over wat goed en kwaad is, over wat hoort en niet hoort. Die discussie laat je door te vergeven achter je. Dat betekent dat er in het leven meer telt dan of iets goed of kwaad is, mag of niet mag. Als je vergeeft stap je in dat 'meer', in een wereld waarin niet alles te beredeneren en te meten is, waar de uitroep 'maar dat is toch niet eerlijk' of 'dat kun je niet van me vragen' niet meer geldt. Uiteraard kun je van niemand eisen dat hij of zij vergeeft, maar van tijd tot tijd ben ik er heilig van overtuigd dat vergeven de ene weg ten leven is. Vergeven is leven, maakt je vrij, haalt je uit het slachtofferschap, ontslaat de ander jou gelukkig te maken, legt de verantwoordelijkheid voor je leven bij jezelf, geeft je een open blik naar de ander. Zo doet vergeving vooral iets met jezelf, daar begint het. Het is het verhaal van Jezus, van de Geest, van God. Geen vergeving omdat het zo hoort, omdat het moreel verplicht is, maar omdat het het leven zelf is. Gemakkelijk is het niet, klein is het ook niet. God is vergeving, vergeving is God.



zondag 19 april 2009

Verwondingen

Vanmorgen in de dienst geciteerd uit het boek van Henri Nouwen, 'Binnen geroepen'. Ik introduceerde het als een boek dat gaat over het terugkomen uit een depressieve periode. In vele korte hoofdstukjes noemt Nouwen die dingen die voor hem belangrijk waren in zijn duister. We lazen het verhaal waarin Jezus zijn wonden toont aan zijn leerlingen, vervolgens worden ze blij, 'omdat ze de Heer zagen'. Ik las een paar zinnen voor van Nouwen.

De kunst is, je verwondingen te doorleven in plaats van ze te doordenken. Het is beter om te huilen dan om te piekeren, beter om je verwondingen diep te voelen dan ze te begrijpen, beter om ze in zwijgen te hullen dan erover te praten. Je hebt de keus om je kwetsuren in je hoofd of in je hart te voelen. In je hoofd kun je ze analyseren, kun je oorzaken en gevolgen vinden, woorden bedenken waarmee je erover kunt spreken en schrijven. Maar daar zal geen echte genezing van komen. Je moet je verwondingen in je hart toelaten. Dan kun je ze doorleven, en zul je ervaren dat ze je niet kapotmaken.'

Die ervaring is een paaservaring, het licht zien in het duister, het leven ervaren in de gebrokenheid, je heelheid in je verwondingen. Dat is 'de Heer zien' in een gekwetste, verslagen, mishandelde man.



zondag 12 april, Pasen, 2009

Aan of uit?

Een jaarlijks terugkerende vraag op Stille Zaterdag, de dag tussen Goede Vrijdag en Pasen. In de dienst op Goede Vrijdag hebben we bij het horen van het sterven van Jezus de paaskaars gedoofd. Met Pasen is er een nieuwe paaskaars, die voor het eerst ontstoken wordt. Wat doe je dan op de zaterdag ertussen als we samenkomen in een vesper? Na enig nadenken kies ik voor aan. Het doven op Goede Vrijdag zie ik als een symbolische aanduiding van de dood van Jezus, een moment van verstilling en inkeer, maar daar wil allerminst mee gezegd worden dat het nu voortaan donker is. Jezus leeft, ook op Goede Vrijdag, in zijn geloof en vertrouwen, in de trouw van God, ondanks het feit dat hij een wrede dood sterft. De paaskaars brandt altijd, als symbool van het licht dat ons vooraf gaat. Daarom vind ik het uitdoven een symbool op het randje, voor je het weet fixeer je elkaar op het sterven van Jezus. Zeker op Stille Zaterdag wil ik de kaars aan hebben, we zijn daar bijeen op de tweede van de drie dagen, de drie dagen die we tellen naar de dag van Pasen. Vandaag is er geen twijfel meer mogelijk, de nieuwe kaars gaat aan, onder het zingen van 'Licht dat ons aanstoot in de morgen, voortijdig licht waarin wij staan'.



vrijdag 3 april 2009

Kijken met je hart

De term kwam in beeld als aanduiding voor bidden. Kijken met je hart. Je kunt ook kijken met je hoofd, calculerend, strategisch, wat is hier voor me te halen? Kijken met je hart is liefdevol kijken, betrokken kijken. Kijken zonder te oordelen. 'En waar kijk je dan naar?' vroeg ik. Naar alles wat zich aandient, wat je bezighoudt, wat je ontvangen hebt en wat je verlangt. Al pratend kreeg het bidden er voor mij een glans van, de glans van ontvankelijkheid en waarachtigheid, de glans van mededogen. Zo je eigen leven en dat van anderen aan God voorleggen, het is een soort meekijken met God. Het gebed wordt een praten, een denken, een voelen, een overwegen, vanuit Gods perspectief. Heel intiem ook, kijken met je hart is het kijken van het hart en het kijken in het hart. Het hart gezien als de plaats van ontmoeting met het heilige, de tempel van het hart.



dinsdag 31 maart 2009

Onnavolgbaar

De titel van het veertigdagenproject dat we met de kinderen in de diensten volgen. Ik snap best dat het niet meevalt om elk jaar weer met een nieuwe invalshoek te komen, maar met deze kon ik in ieder geval niet veel. Jezus is onnavolgbaar, dat zal best, maar het klinkt mij te veel als een excuus, als een ontwijking. Uit een soort recalcitrantie heb ik voor de vespers in de Stille Week voorgesteld als thema 'Jezus volgen' te nemen. Of we dat kunnen of niet -natuurlijk kunnen we dat niet- is helemaal de kwestie niet, het evangelie is dat in het volgen van Jezus het leven ligt. Of, om het met de woorden van Henri Nouwen te zeggen, 'blijf voor God kiezen' en niet voor je onzekere of je onmachtige of je vluchtende ik. In elke situatie opnieuw afstemmen, vertrouwen, onvoorwaardelijk. In de vespers luisteren we ook naar woorden van Martin Luther King. Hieronder mijn vertaling van zijn laatste woorden in het openbaar, het slot van de zogenaamde 'Mountaintop-speech', 3 april 1968, de volgende dag werd hij vermoord.

Ik weet niet wat er nu gaat gebeuren. We hebben enkele zware dagen voor de boeg. Maar het maakt mij niets uit. Want ik heb de top van de berg gezien. En ik heb geen zorgen. Als iedereen, wens ik een lang leven. Dat heeft zijn recht. Maar nu gaat het me daar niet om. Nu wil ik Gods wil doen. En Hij heeft me toegestaan de berg op te gaan. En ik heb het uitzicht gezien. Ik heb gezien het beloofde land. Misschien zal ik daar niet binnen gaan met jullie. Maar ik wil dat jullie deze avond weten, dat wij, als volk, het beloofde land zullen binnengaan. En ik ben gelukkig, vanavond. En ik maak me over geen ding bezorgd. Ik ben voor niemand bang. Mijn ogen hebben de heerlijkheid van de Heer, die komt, gezien.



zaterdag 21 maart 2009

Dood

Merkwaardig hoe verkwikkend een gesprek over de dood kan zijn. Jammer dat velen daar zo tegenop zien. 'Werkelijke gemeenschap tussen mensen vindt plaats in het negatieve, waar het hun aan ontbreekt.' Ik lees het net bij Barth, geen hang naar het negatieve is dit, maar een waarachtige openheid voor onze situatie. En juist in die waarachtigheid, op de bodem, vinden we elkaar. 'Laat iedereen gaan zitten', dat horen we Jezus morgen zeggen, het maakt een eind aan al onze onwaarachtigheid, aan alle pogingen iets van onszelf te maken, en het opent de weg naar het zien van wie we werkelijk zijn. Dan vindt een mens zich - met nog een paar woorden van mijn leermeester Barth - 'in handen van de goddelijke barmhartigheid'. En dan kunnen we op een ontspannen manier alles onder ogen zien en overal over praten. Over de dood hier een gedicht van J.C. van Schagen, uit de bloemlezing geciteerd, die ik vorige week noemde.

Zieketroost

Als ik nu doodga
zal de grote zee mij nemen
en ik zal zijn in de eindeloze golven.
ik zal zijn in de branding aan verre stranden en in de witte
feesten van de maannacht
In het kolken van het water in het paalhoofd
altijd hetzelfde - altijd

Als ik nu doodga,
zal de grote wind mij nemen
en ik zal zijn in zijn eeuwig zwerven
ik zal zijn in de drift der wolken en in de diepe ontroeringen
van de herfst
in het sprookje, dat waarschuwt aan uw oor, des nachts,
op een eenzame weg
altijd hetzelfde - altijd

Als ik nu doodga,
zal de grote aarde mij nemen
en ik zal zijn in haar warme adem
ik zal zijn in het gras langs de stille wegen en in de nevel
's avonds over de landen
in de verre schreeuw van een hoog trekkende vogel, een
septembermiddag
altijd hetzelfde - altijd



donderdag 12 maart 2009

Van Schagen

Morgen naar de boekhandel, besteld boek ophalen, de onlangs verschenen bloemlezing van gedichten van J.C. van Schagen. Onderstaand gedicht is het eerste dat ik ooit van hem hoorde en las, het maakte me nieuwsgierig naar deze dichter. Ben benieuwd naar wat ik aantref in de bloemlezing, ik houd u op de hoogte. Hier alvast een gedicht waarvan voor mij de titel niet echt klopt, bij murmuren denk ik aan mopperen, klagen, een beetje verdekt, terwijl dit gedicht een krachtig, radicaal, zelfbewust geluid laat horen en ook consequenties trekt.

Slotmurmureersel, 3

niet ademen - de lucht is kunstig bijgewerkt
niet drinken - het water is onrein van opzettelijkheid
niet eten - het voedsel is subtiel vergiftigd
niet luisteren - wat je verneemt is geraffineerd gelogen
niet kijken - wat je ziet is gefabriceerde schijn
niet geloven - wat je weet is bijgestuurd, gericht naar stiekem doel
neem de Nessusmantel niet aan - hij brandt zich aan je vast
NEEN wezen is het enige dat rest
vervreemden van de gemanipuleerde vervreemding
laten we ons niet verkopen
laten we wèggaan



dinsdag 3 maart 2009

Hovenier

Vandaag bezig geweest met de voorbereiding van de paasdienst. Er worden enkele kinderen gedoopt en de cantorij zingt. In het tijdschrift bij het oecumenisch leesrooster 'De eerste dag' wordt gesuggereerd het gedicht van Ida Gerhardt 'Christus als hovenier' te lezen. Zij schreef het gedicht bij een schilderij van Rembrandt, die hij maakte bij het opstandingsverhaal uit Johannes. In dat verhaal verwart Maria van Magdala Jezus met de hovenier, het mooie van het gedicht is dat Ida Gerhardt van de verwarring gebruik maakt en het beeld van de hovenier gebruikt voor Jezus, 'Hij is de hovenier'. Voor mij is het een mooi uitgangspunt voor de dienst met Pasen, natuurlijk is Jezus de hovenier, hij die het ontkiemende leven als van de lente met eerbiedige tederheid begeleidt. Aan deze hovenier kun je je toevertrouwen in leven en in sterven.

Christus als hovenier

             Zij dacht dat het de hovenier was.
                                      Joh. 20: 15

Eén Rembrandt kende als kind ik goed:
de Christus met de grote hoed
wandelend in de ochtendstond.
En, naar erbij geschreven stond:
Hij was een hovenier.

En nòg laat ik mijn tranen gaan
als in de gaarde ik Hem zie staan,
en - wat terzijde - in stille schrik
die éne, zij die dacht als ik:
Het was de hovenier.

O kinderdroom van groen en goud -
géén die ontnam wat ik behoud.
De laatste hoven naderen schier
en ijler wordt de ochtend hier.

Hij is de hovenier.



dinsdag 24 februari 2009

Beker

Bij de voorbereiding van een 'Ontmoeting op zondag' kwam de beker van Jozef ter sprake, die beker wordt op een slecht moment gevonden in de graanzak van Benjamin. De beker is tot symbool geworden van het leven, 'je beker leeg drinken' herinnert aan Socrates, veroordeeld tot de gifbeker. Jezus vraagt in Getsemane of deze beker aan hem voorbij mag gaan. Je beker is je lot, je kunt ook zeggen, je zegen. Zo wordt de beker van Jozef verbonden met zijn waarzeggende gaven (Genesis 44:5), juist die beker zou door de broers van Jozef gestolen zijn. Ik herinner me een column van Nico ter Linden over de beker, waarin hij de kinderbeker noemt die grootouders aan hun pasgeboren kleinkind cadeau doen, 'Moge je leven zo uniek en kostbaar en duurzaam zijn als deze beker. Moge je leven een rijke inhoud hebben. Moge je beker overvloeien.' De duurzame kinderbekers van Gero - ik had er één met een eekhoorntje, symbool van spaarzame vlijt - zijn niet meer te koop, kampioensbekers zijn er in overvloed. Bij het avondmaal drinken we uit de beker van Jezus, zo verbinden we ons met zijn leven en sterven. Meerdere avondmaalsliederen, zie het onderstaande voorbeeld, zijn geschreven in de vom van een kelk, door ze te zingen drinken we al uit de beker, de beker van zegen.

"Op, waakt op!" zo klinkt het luide.
Wat wil dit roepen toch beduiden,
gij torenwachter van de tijd?
"Middernacht is aangebroken,
zijn uwe lampen wel ontstoken,
gij maagden, die de Heer verbeidt?
Gij, slapenden, ontwaakt,
uw bruidegom genaakt!
Halleluja,
nu opgestaan!
Het feest breekt aan;
gij moet Hem ijlings tegengaan."



zaterdag 14 februari 2009

Min

Het is toevallig dat dit hier staat op Valentijnsdag, maar goed, het past er wel bij, dit gedicht over min. Deze week vroeg iemand me naar de herkomst van het gedicht van Neeltje Maria Min dat ik een tijdje terug hier noemde en weergaf. Ik ontdekte dat de bundel met dat gedicht een paar jaar geleden herdrukt was, maar intussen helaas weer al uitverkocht is. Gelukkig zijn er ook andere manieren om haar gedichten te lezen, tijdens een wandeling door Leiden kun je het titelgedicht van de gezochte bundel zelfs op een muur zien staan. Wie meer muurgedichten wil lezen en niet toekomt aan een wandeling door Leiden klikke hier.




dinsdag 10 februari 2009

Vroeg

Vroeg in de ochtend, toen het nog helemaal donker was, stond hij op, ging naar buiten en liep naar een eenzame plek om daar te bidden.

Marcus vertelt het over Jezus, afgelopen zondag lazen we het in de dienst. Gisteren hebben we het op een meditatieve manier op ons zelf betrokken, in de kring geloofsoefening. Vanmorgen schrijft Ephimenco in Trouw over zijn depressieve gevoelens bij het wakker worden, vroeg in de ochtend, duisternis. Zijn remedie is opstaan, zo hebben we al drie van de zes elementen van bovenstaande Marcus-zin. Vroeg wakker worden duidt vaak op zorgen, gevoelens van onlust of onrust. Maar de vroegte kan ook beleefd worden als een belofte, een belofte van nieuwheid, de openheid en leegheid van voor de schepping. Ton Lemaire pleit ervoor om juist het vroege morgenuur te besteden aan meditatie of gebed, alles is nog open en ontvankelijk, jijzelf ook, in ieder geval meer dan als je de vele indrukken van de dag achter de rug hebt. Het is een mooie oefening om bij jezelf na te gaan wat je gang is in de vroege ochtend en misschien helpt het je te laten sturen door wat Marcus over Jezus vertelt. Opstaan, naar buiten gaan, op weg naar een eenzame plek, laat het daden van vertrouwen zijn, waarmee je je de dag tot jouw dag laat zijn en die dag in het licht zet en ziet van liefde en genade.



dinsdag 27 januari 2009

'O' (2)

We blijven nog even bij het woordje 'o'. Toen K.H. Miskotte predikant werd in Cortgene begon hij zijn 'Gemeenteblaadje Cortgene'. In deze tijd zou hij vast een weblog begonnen zijn, zoveel had hij altijd te vertellen en hij wilde het graag doorgeven. Hij begint op 27 oktober 1923 met een proefnummer waarin hij schrijft: 'Laat men toch bedenken: dit is geen kerkelijk blad; het is voor ieder belangstellend mens.' In dat proefnummer geeft hij een klein versje om de kleintjes te leren, waarbij hij opmerkt: 'laat ze vooral heel lang en vol dat woordje o! zeggen'.

Moe, ik geloof: m'n oogjes gaan dicht
Breng me naar bedje toe - zonder licht;
De sterren schijnen en ...o!... God waakt
Tot de zon en moe me wakker maakt.



zaterdag 17 januari 2009

'O'

O als ik niet met opgeheven hoofde
zijn heil van dag tot dag verwachten mocht!
O als ik van zijn goedheid niet geloofde,
dat Hij te vinden is voor wie Hem zocht!

Enkele regels uit de berijming van Psalm 27. Voor kringgesprekken over deze psalm suggereerde ik eens stil te staan bij het 'o' in deze regels. Bij een vooroefening met de gespreksleiders deden we het ook. Het 'o' vraagt attentie, roept op tot oplettendheid, was een reactie. Ook: het drukt verbazing uit, verwondering. Het kondigt een conclusie aan, opperde iemand, en dat bracht ons bij het 'o' in de gedichten van Martinus Nijhoff. Ik citeer hier enkele zinnen uit het proefschrift van Kees Bregman, 'De stem uit de oneindigheid. Over de talige vormgeving van preken in het licht van poëzie en poëtica van Martinus Nijhoff'. Hij schrijft hier over het gedicht 'De moeder de vrouw' van Nijhoff.

'O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer' is de meest emotionele regel in het gedicht. De herhaalde interjectie 'o' duidt op grote persoonlijke betrokkenheid, een moment waarop de taal stokt: wie 'o' zegt is bijna sprakeloos. Nijhoff roept nogal eens 'o' in zijn gedichten, meestal wanneer het hem als dichter niet gaat lukken. Een sterk voorbeeld hiervan is de viervoudige uitroep 'o' in de slotregels van Het stenen kindje (link van mij, JdK). De dichter loopt tegen de grenzen van zijn taal op. Zulk 'o'-zeggen heeft in het vooroorlogse taalgebruik religieuze strekking: hier rijst een vermoeden van God.



dinsdag 6 januari 2009

Stroming

Twee wandaden heeft mijn volk begaan:
het heeft mij verlaten, de bron van levend water,
en het heeft waterkelders uitgehouwen,
kelders vol scheuren, waarin het water niet blijft staan.

Twee wandaden, misstappen, vergissingen, dwaalwegen. Het zijn twee kanten van hetzelfde gebeuren. Een mens kan alles gebruiken om zichzelf overeind te houden. Ook, juist, de kennis van God, het licht uit de hemel, de dragende grond. De vonk in ons leven maken we tot ons eigen vuurtje, vrijheid wordt ons privédomein, waarin we los van iedereen onze gang denken te kunnen gaan. Liefdesrelatie wordt een veilige vesting voor ons tweetjes, anderen worden buitengesloten, ontvangen zegen wordt tot verworven recht, waarvoor we desnoods de wapens opnemen. Het levende, stromende water proberen we te kanaliseren en op te slaan voor eigen gebruik. En dat lukt dus niet, 'kelders vol scheuren, waarin het water niet blijft staan'. Het licht, het heil, de zegen, je geluk, de liefde, het laat zich niet opslaan, het zal stromen of het gaat dood. Onze remedie is vaak om nog meer water in de kelders te pompen, om de muren sterker en hoger en dichter te maken. Vergeefs, de enige weg is om het op te geven en je over de geven aan de stroom uit de bron van het levende water.
Het citaat is van de profeet Jeremia, rond 600 voor Christus actief rond Jeruzalem, Jeremia 2:13.