Webdagboek Jan de Korte, 2008



woensdag 31 december 2008

Niets absoluut

Wim Jansen, predikant te Brouwershaven, heeft een boek geschreven, 'Voorbij de leegte', over een spiritualiteit zonder godsdienst. Uiteindelijk blijkt dat godsdienst voor hem nog wel een rol kan spelen, als speelruimte voor de verbeelding. In het boek is hij vooral geïnteresseerd in wat er buiten de godsdienst kan op dit gebied. Ik lees het met instemming en waardering, vooral omdat hij steeds dichtbij zijn eigen beleving blijft en daarin geen beroep wil doen op hogere machten of andere zaken buiten hemzelf. De verwijzing naar Pim van Lommel en de bijna-dood-ervaringen had er daarom voor mij niet in gehoeven, daarin klinkt toch weer de toon van 'zie je wel'. Hij ruilt God niet in voor 'iets', gelukkig niet, ook dat is een afleidende beweging van 'beroep op'. Hij is duidelijk in zijn afwijzing van verabsolutering. Ik herken die in de kerk waar we er op een vanzelfsprekende manier van uitgaan dat we het over bepaalde waarheden wel eens zijn. In de bewering dat dat wat we geloven ook echt bestaat vinden we een stevig houvast. Jansen zegt zelf dat de godsdienst hierin van zichzelf vervreemd is. Voor mij betekent dat dat de openheid en het niet-weten ook nog in de godsdienst verborgen moet zitten. In de orthodoxie van mijn jeugd was er ook de stevige overtuiging dat het allemaal 'waar' was, tegelijk had die waarheid een zodanig heilig karakter dat je er wel afbleef. 'Het staat in de Bijbel' was een zwaar argument, maar je haalde het niet in je hoofd om te beweren dat God aan je kant stond en dat was toch een relativering van het eigen gelijk en de eigen zekerheid. Hier een citaat uit 'Voorbij de leegte', waarin het gaat over de verabsolutering, het tot goddelijk feit verheffen van wat je raakt.

Zowel in de religie als in de kunst herkennen we de menselijke drang om het onzegbare te zeggen of te verbeelden. Het verschil is wellicht dat kunst over het algemeen in de expressie blijft, terwijl religieus gevoel en de expressie daarvan tot godsdienst wordt. Met andere woorden: wanneer Hans Andreus het onzegbare 'gevoel' aanduidt met de metafoor licht is er geen haar op zijn hoofd die eraan denkt om die metafoor te verabsoluteren. Het blijft een zoekend en tastend spel van niet-weten. In de godsdiensten daarentegen is die zoekende expressie van het religieuze gevoel getransformeerd tot absolute waarheid en feitelijkheid.
Daarmee is een grens overschreden waarmee de godsdienstige tradities wat mij betreft zijn
vervreemd van hun eigen wezen. Juist het heilige, het meest onzegbare van alle onzegbare dingen, kun je niet vastleggen in woorden die alleen als voorlopige expressie bedoeld kunnen zijn.



dinsdag 23 december 2008

Spiegel

Mooi voorbeeld van hoe diensten ontstaan. Voor vierde advent, afgelopen zondag, stond het verhaal over de engel Gabriël en Maria op het rooster. Met wat kernwoorden geef ik dat verhaal door aan de werkgroep liturgische schikkingen, de leden bedenken een verbeelding bij het verhaal. In de schikking van zondag twee ringen, Gabriël en Maria, in de ring van Maria een spiegel. Ik vond het een adembenemend en ontroerend beeld. Wil je weten wie je bent, kijk dan naar Maria. Zie zo jezelf als begenadigde, als drager van het licht, als de mens die buigt voor wat hij in wezen is. Mijn overdenking bestond uit het uitwerken van dit beeld, dat het evangelie heel dichtbij brengt, als woorden die zich in ons leven voltrekken. 'Laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd', dat is gehoorzaamheid in bijbelse zin, ruimte geven aan het scheppende woord. Hoe zal dat gebeuren, vraagt Maria even eerder, er was geen man, geen mens, geen menselijk ingrijpen, geen menselijke mogelijkheid. In Barth's 'De brief aan de Romeinen' kwam ik gisteren aan op pagina 270.

Dat we de mogelijkheid van het onmogelijke begrijpen en oppakken als onze eigen taak, dat is de kracht in gehoorzaamheid, waar we in staan, omdat ze de kracht is van de opstanding.



dinsdag 9 december 2008

Iona

Op een kleine eilandje voor de Schotse westkust staat een oud klooster dat het centrum geworden is van een wereldwijde oecumenische beweging, de Iona Community. De wortels van de beweging liggen in de Keltisch-christelijke spiritualiteit, een spiritualiteit die op eenvoudige manier het heilige met het alledaagse verbindt. Dat is herkenbaar in de liederen die binnen deze gemeenschap gezongen worden. De Nederlandse Iona Groep heeft gezorgd voor de uitgave van een bundeltje met Iona-liederen, 'Opstaan!' met een cd waarop ongeveer de helft van de liederen te beluisteren is. Op de website van deze groep is het titellied te beluisteren, ga naar de pagina 'Actueel' of klik op het plaatje van de bundel op de beginpagina. Aanstaande zondag zingen we een lied uit deze bundel, we zingen het als vredegroet bij het delen van brood en wijn.

Vrede wens ik je toe.
Liefde wens ik je toe.
Moge God je behoeden, leef met zijn liefde.
Vrede wens ik je toe.
Zegen wens ik je toe.
Aandacht wens ik je toe.
Dat er mensen zijn met wie je kunt delen.
Zegen wens ik je toe.



vrijdag 28 november 2008

Overbodig

'Jezus maakt God overbodig.' Een stelling die ik waagde op een dag met studievrienden, we kennen elkaar ruim 30 jaar, dus dan kun je wel eens iets wagen. We lazen samen het boek van Joseph Ratzinger, de huidige paus Benedictus XVI. 'Jezus van Nazareth' heet zijn boek. Eerlijk gezegd verwachtte ik er niet zo veel van, mijn vooroordeel, maar ik ging het al lezend steeds boeiender vinden. Ik blijf mijn vragen houden bij het God-zijn van Jezus, voor mijn gevoel beroept Ratzinger zich daar te veel op, terwijl ik denk dat we het te doen hebben met de Jezus zoals die ons verschijnt. Verrassend, ook daarom, vind ik de nadruk die de schrijver aan het eind van zijn boek legt op de 'Ik ben' uitspraken van Jezus, vooral die zonder nadere toevoeging. Hij ziet een verband met de verschijning van God aan Mozes in de brandende doornstruik. Op de vraag 'hoe is uw naam' krijgt Mozes het antwoord 'Ik ben'. Precies dat zegt Jezus ook, volgens Ratzinger zegt hij daarmee: 'in Hem is het mysterie van de ene God persoonlijk aanwezig'. Dat maakt God 'dus' overbodig, al is de tegenwerping direct dat Jezus alleen maar 'ik ben' en 'ik ben het' kan zeggen in zijn gerichtheid op God. Voor mij betekent het dat God niet te vinden en te zoeken is als iets of iemand los van ons mensen. God is er in Jezus, God is zijn lust en zijn leven, zei gisteren iemand op een kring. En God zien we en kennen we als inspiratie, als kracht, als een mens die zegt 'ik ben'. Bij Barth, ja ja, lees ik deze week over de begenadigde mens die tot het inzicht komt: Ik (niet ik!) ben. In deze begenadigde, nieuwe mens -in de eerste plaats Jezus zelf- leren we God kennen. God, het beroep op God, dat altijd een beroep op een bedachte, buiten ons zelf gedachte macht is, wordt zo overbodig. En niet alleen overbodig, dat leert de geschiedenis wel.



dinsdag 18 november 2008

Geduld

'Geduld'

Elke dag zinkt weg in de nacht,
maar er is een bron
de het licht vasthoudt, op de bodem.
Je moet aan de rand
van de donkere bron hurken
om naar het gezonken licht te hengelen,
met geduld.

Bij het voorbereiden van de dienst van aanstaande zondag, waarin we gedenken hen die gestorven zijn, kwam ik bovenstaande tekst tegen van Pablo Neruda, de Chileense dichter en schrijver die in 1973 overleed. Door het beeld moet ik denken aan het geduld van de visser aan de waterkant, maar meer nog aan het geduld waarmee mensen hun nodige water putten uit een waterput, emmertje voor emmertje, uit de diepte. Geduld is dan niet afwachten tot je eindelijk krijgt wat je wilt hebben -maar dan heb je het ook en kun je het geduld verder vergeten-. Nee, geduld hoort hier bij de zaak zelf, het is de taaiheid en de traagheid van het leven, dat het niet moet hebben van instant oplossingen, een grote vis gevangen en klaar. Zo vind ik gedenken en geduld een mooie combinatie, het verleden geeft zijn vruchten geleidelijk, bij elk gedenken licht er weer iets op van de kracht voor vandaag, gedenken leidt zo tot een nieuw spreken. Hier de oude berijming van Psalm 77, die deze dagen steeds bij me bovenkomt.

'k Zal gedenken, hoe voor dezen
Ons de HEER heeft gunst bewezen;
'k Zal de wond'ren gadeslaan,
Die Gij hebt van ouds gedaan.
'k Zal nauwkeurig op Uw werken
En derzelver uitkomst merken;
En, in plaats van bitt're klacht,
Daarvan spreken dag en nacht.



zaterdag 8 november 2008

Karl Barth (2)

'Zo moet u ook uzelf zien: dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God.'

Woorden van de apostel Paulus (Romeinen 6:11), ik kom ze tegen bij mijn lezing van Barth (zie ook bij 3 september). In het licht van Jezus is het leven in de zonde voor Barth een onmogelijke mogelijkheid, zonde is immers een leven in de ontkenning en verwaarlozing van dat licht. Gods kennis van deze onmogelijke mogelijkheid noemt hij in zijn Kirchliche Dogmatik zelfs een ontkennend en verwerpend weten, een krachtig wetend niet-weten en hij verbindt dat met wat de vijf dwaze meisjes te horen krijgen vanachter de gesloten deur: ik ken jullie werkelijk niet. Zo groot is de afstand tussen een leven in het licht en een leven buiten het licht, anders gezegd: zo groot is de breuk tussen een leven in afwending en een leven in geloof, in mee-weten met God. Proef de zinnen van Karl Barth, De Brief aan de Romeinen, p. 180.

Geloof is het waagstuk te weten wat God weet, en daarom - niet te weten wat God niet meer weet. De mogelijkheid van dit waagstuk berust erop dat het als menselijke mogelijkheid in het geheel niet in aanmerking komt, dat het in twijfel trekken van alle menselijke mogelijkheden er een voorwaarde van vormt, dat het de mogelijkheid is die de mens pas heeft, in God, in God zelf, in God alleen heeft, als al zijn eigen mogelijkheden zijn uitgeput. Geloven betekent halt houden, zwijgen, aanbidden - niet weten.



donderdag 6 november 2008

Change

Temidden van alle nabeschouwingen op de schitterende overwinning werd een ouder zwart echtpaar geïnterviewd. Wat moet Obama nu gaan veranderen vroeg de verslaggever. Het verrassende antwoord: 'Hij hoeft niets te veranderen, wij Amerikanen moeten veranderen'. We moeten leren samen te leven, er moet meer liefde en betrokkenheid tussen de mensen komen. De verslaggever vond het niet genoeg, hij wilde naar zijn uitsmijter, 'dat het nog een heel karwei zou worden voor de nieuwe president', maar het mooiste antwoord had hij allang binnen. Als Obama de mensen zo kan blijven inspireren, kan hij nog heel ver komen. Jammer dat er niet even op doorgegaan werd, het echtpaar zette een lied in, een lied van geloof, van een ander spoor, van vertrouwen, van vraag om zegen.



zondag 26 oktober 2008

Intreden

Gisteren gingen we naar Abdij Sion, een klooster in de buurt van Deventer. We wilden enkele getijdendiensten meemaken, zeg maar de dagelijkse gemeenschappelijke gebeden van de kloosterlingen. Om kwart over vier 's morgens hebben zij de eerste, de eerste voor ons was hun derde, de terts, om kwart voor tien. Op de heenweg vroeg ik me af wat ik er van verwachtte, wat dacht ik daar te halen, te krijgen. Al gauw bedacht ik dat dat niet de goede vraag is, de geloofshouding is 'wat heb ik hier te geven?'. Een monnik die intreedt geeft zijn leven, aan God, aan Christus, aan de gemeenschap, in zekere zin ook aan de wereld. Zo kun je elke geloofsactiviteit zien als een intreden, als een geven van jezelf, als overgave. Over wat je geeft moet je niet te groots doen, in de eerste plaats zijn het je open, lege handen, je open, lege hart en geest. Hier ben ik, vul me, 'Kom, Schepper, Heilige Geest'. Zo gingen we verder en waren stil in de stilte van de monniken, de stilte waarin de Psalmen klonken. Zo maakten we de terts mee, we wandelden en praatten wat, we maakten de sext mee, we wandelden en praatten opnieuw en maakten de noon mee. Met een ommetje langs de IJssel tussen Olst en Wijhe gingen we weer naar huis, de monniken zouden nog twee keer in hun kerk bijeen zijn, daarna begon voor hen om acht uur de stilte van de nacht.



maandag 20 oktober 2008

Niet overal

'GOD kan niet overal zijn daarom ben IK er ook'

Een foto op VolZin van deze week, daarop een sleutelhanger te zien met deze tekst. Ik moest gelijk aan Jozef denken -eigenlijk zat ik al aan hem te denken met het oog op de dienst gistermorgen-, die bij het horen van de zorgen van de schenker en de bakker over hun dromen zei: 'De uitleg van dromen is toch een zaak van God? Vertelt u mij die dromen eens.' De uitspraak deed me verder mediteren over de relatie tussen Gods aanwezigheid en onze aanwezigheid. Tijdens mijn overdenking transformeerde ik de sleutelhangerzin tot: 'God is er, want ik ben er'. Dat te beweren is een messiaanse trek van Jozef, daarin lijkt hij op Jezus, van wie we de woorden kennen: Ik ben de weg, de waarheid en het leven, ik ben het licht voor de wereld en 'Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien'. Dat bracht me uiteindelijk tot de uitspraak, waarin Jezus ons voorgaat, 'waar ik ben, daar is God'. Messiaanse aanwezigheid, niet overal, wel hier.



woensdag 15 oktober 2008

Expositie

Met een fraai verhaal vol meer en minder verwachte duidingen opende Jan Hylkema de expositie in de kerk van Zweeloo, waar onder andere schilderijen hangen van collega Rokus Schelling en mij. Bij het zien van de schilderijen kwam bij Jan de vraag op of we soms even genoeg hadden van mensen, op de schilderijen is nauwelijks een mens te zien. Het aardige is dat we met het exposeren de mensen weer opzoeken, het was gezellig in Zweeloo en in je schilderijen laat je iets van jezelf zien. Zo hangen er van mij diverse voorbeelden van mijn voorkeur voor vervallen gebouwen, al zijn de interieurbeelden van de Voorhof niet zo bedoeld. Slooppanden, afbraakwijken, ruïnes, huizen die op instorten staan, wat me daar nu zo in trekt weet ik ook niet precies, maar ik schilder ze graag, kijk maar op de pagina schilderijen op mijn website. In ieder geval houdt verval me wel bezig, dat dingen zomaar voorbijgaan. Elf jaar geleden kreeg ik als afscheidscadeau van de gemeente in Diemen een nieuwe fiets, onlangs heb ik er een nieuw spatbord op laten zetten, het oude was compleet weggeroest. Daar kan ik met verbazing naar kijken, ergens vind ik het wonderlijk. Wie in de buurt van Zweeloo is kan daar onze schilderijen in het echt gaan bekijken, ze houden het nog wel even en het prachtige kerkje ook, het orgel is een ander verhaal hoorden we bij de opening. De kerk is open op woensdag, zaterdag en zondag, van 13.00 tot 17.00 uur. Een enkele keer is één van de exposanten aanwezig, maar dat moet u net treffen. De expostie duurt tot en met 2 november.



woensdag 8 oktober 2008

Groene kerst

'Eindelijk groene kerstballen gevonden en ik heb ze gelijk maar gekocht.' Ik hoorde het deze week vertellen, we hadden het over het vieren van feesten, dus het paste helemaal in het gesprek. Voor wie ook graag groene kerstballen wil: bij Action waren ze (en zijn ze misschien nog wel) te koop. Voor de werkgever die kerst ook graag een groen tintje wil geven is er meer dan de groene kerstbal in de vorm van groene kerstpakketten, groen in de zin van bio, eko, duurzaam of hoe je het ook maar wilt noemen. In meerdere soorten en maten, kijk eens op www.bestelbio.nl/kerstpakketten, ik heb er geen financiële belangen in, maar de baten blijven wel in de familie, dus zegt het voort. Voor diepere kerstgedachten moet u nog even geduld hebben, volgende week de eerste voorbereidende vergadering.



zondag 5 oktober 2008

Opening

Aanstaande vrijdag opening van expositie in Zweeloo, waar ook schilderijen van mij te zien zullen zijn.



dinsdag 30 september 2008

'Waar ben je?'

Het onderwerp van een mailtje dat ik vanmorgen kreeg. Bijna drie weken hier niets van me laten horen. Heb de neiging om te gaan vertellen waar ik was. Ook om te vertellen hoe ik bezig was met de vraag 'wie ben je'. Maar deze vraag is beter, 'waar ben je?'. Niet waar was je of wie ben je, maar waar ben je. Het is de vraag die de Heer stelde aan Adam toen hij zich verborg, bang als hij was in zijn naaktheid (Genesis 3:9). In een vierdaagse retraite oefenden we 'hier' te zijn, de vraag 'waar ben je' was een herinnering aan de ruimte van het spirituele pad. In Bijbelse termen: aan de ruimte van het Koninkrijk van God, het leven in de geest, het in Christus zijn, de ruimte van de weg. Adam, waar ben je? In het paradijs, in het licht van de Heer, de vraag is ook weer niet zo open als hij lijkt. Het is een herinnerende en uitnodigende vraag, ik ben er, en jij? Je kunt ja of nee zeggen, maar dat ja en dat nee zijn niet gelijkwaardig. Het nee is de leugen, het nee is je verstoppen, het nee is een knieval voor je naaktheid, het ja is vertrouwen, het ja is openheid voor de liefde die in je stroomt, het ja is overgave.



donderdag 11 september 2008

God zien

'Niemand heeft ooit God gezien', die woorden van Johannes citeerde ik in mijn overdenking over 'Geloven in God'. Na de dienst van afgelopen zondag, waarin ik die overdenking voor de tweede keer hield, zie iemand tegen me: ik zat te wachten tot u zou zeggen dat weliswaar niemand God ziet, maar dat we God wel kunnen ervaren. Dit gedicht van Neeltje Maria Min gaat over een dergelijke ervaring, midden in het dagelijks leven, zo kan het zijn.

vanmorgen zag ik door de kieren
van de gesloten luiken licht,
dat straalde over mijn gezicht
en al het stof als vuur deed vieren.

toen werd mijn kamer warm tot op het bot
en op de kast begon de klok te zingen
van ruisende herinneringen
en plotseling verscheen mij god.



woensdag 3 september 2008

Karl Barth


Wat ik in de Zijnsoriëntatie oefen heb ik van Karl Barth geleerd. Overgave, afhankelijkheid, luisteren, nieuw-zijn, de breuk maken, de allesbepalende waarde van vertrouwen, radicaliteit. Ooit in mijn studietijd, via professor Hasselaar, later in de groep studievrienden met wie ik heel wat bladzijden van de 20e-eeuwse theoloog gelezen heb. In het Duits, soms ook nog in een gothische drukletter. Sinds twee maanden is dat anders, want deze zomer verscheen er een prachtige vertaling van Barth's 'Der Römerbrief', in het Nederlands 'De brief aan de Romeinen'. De mooie uitgave ligt al twee maanden op mijn bureau en ik lees er vrijwel iedere dag in. Om een idee te geven een paar zinnen uit de oogst van deze dag. Ze gaan over de omslag die 'door het geloof' in een mens plaatsvindt.

We zijn niet alleen wat we zijn, we zijn door het geloof wat we niet zijn.

Elk moment waarop we het aandurven op ons geloof te vertrouwen, moeten we onszelf verdacht voorkomen.

Gewoontevorming, gemoedelijkheid, nonchalance en vanzelfsprekendheid rond dit keerpunt is de leugen, de oervloek, de nauwelijks uit te roeien gifkiem in alle, bijna alle dogmatiek, prediking, zielzorg en in elk soort geloofsbelijdenis. De waarheid dat wij nieuwe mensen zijn, bestaat voor ons altijd en overal alleen als uitgangspunt.



zondag 24 augustus 2008

Yoghurt

Via de website www.bestelbio.nl kun je heel gemakkelijk biologische levensmiddelen bestellen. Het assortiment is heel ruim, maar niet zo ruim dat ik er mijn favoriete yoghurt vind. Daar wilde ik nu net zo graag een productbeoordeling over schrijven, maar dat kan alleen over producten die via de site verkrijgbaar zijn. Dus niet over mijn yoghurt die ik gewoon in de natuurwinkel haal, de yoghurt van Drentse AA Zuivel. Daarom mijn productbeoordeling voorlopig maar hier.

Verrukkelijk, deze yoghurt maakt alle andere yoghurts overbodig. "Puur noord' staat op de wikkel, hier is het woord puur geheel terecht. Eet hem ook puur, doe er vooral geen suiker bij, eventueel een beetje diksap. Laat deze witte, romige puurheid langzaam op je bordje glijden, wie er van houdt doet er een walnootje bij, neem een klein lepeltje en geniet, geniet, geniet…



vrijdag 22 augustus 2008

Dijenkletser

De medewerkers van het programma Keuringsdienst van Waarde bellen graag naar bedrijven om opheldering te vragen over de vele suggesties die op verpakkingen van levensmiddelen gedaan worden. Deze week ging het over de link die soms gelegd wordt naar kloosters: kloosterbier, kloostervarkens, kloosterbrood en vele combinaties met abdij. Zo vonden zij abdijham en belden de fabrikant met de vraag waar deze ham vandaan kwam. In volle ernst werd geantwoord dat deze ham van de dij van het varken kwam. 'Ja maar, hoezo dan ab-dijham?', waarop het nog hilarischer werd toen uitgelegd werd dat er waarschijnlijk een man was die Ab heette en deze ham van de dij van het varken in de handel gebracht had. De mensen van de Keuringsdienst van Waarde zijn dan zo dat ze heel vriendelijk bedanken voor het antwoord en met een grijns de telefoon neerleggen. Sommige grappen bedenk je niet, die overkomen je gewoon. Nu we het toch over kloosters hebben, door een artikel in Trouw over de Norbertijnen in Heeswijk-Dinther ontdekte ik de prachtige online, jawel, kloosterboekhandel. Dinsdag een paar boeken besteld, donderdag in huis, betalen komt wel, kloosterlijke handel.



donderdag 21 augustus 2008

Vier elementen

Een artikel in het blad Volzin herinnerde me aan het Zonnelied van Franciscus van Assisi. In dat lied komen ook de elementen aarde, water, lucht en vuur voorbij, aangesproken als broeder en zuster. Franciscus geeft de vier elementen een plaats in het verhaal van God en mensen. Ik geef hier de vertaalde tekst, een berijming ervan staat in het Liedboek voor de kerken als Gezang 400.

Allerhoogste, almachtige, goede Heer, van U zijn de lof, de roem, de eer en alle zegening.
U alleen, Allerhoogste, komen zij toe en geen mens is waardig U te noemen.
Geloofd zijt Gij, mijn Heer, met al uw schepselen, vooral heer broeder zon, die de dag is, en door wie Gij ons verlicht.
En hij is mooi en stralend met grote luister. Van U, Allerhoogste, draagt hij het zinnebeeld.
Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door zuster maan en de sterren. Aan de hemel hebt Gij ze gemaakt, schit-terend, kostbaar en mooi.
Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door broeder wind en door de lucht en door bewolkt en helder en ieder weer, waardoor Gij uw schepselen in leven houdt.
Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door zuster water, die heel nuttig is en nederig en kostbaar en kuis.
Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door broeder vuur, door wie Gij voor ons de nacht verlicht. En hij is mooi en vrolijk, stoer en sterk.
Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door zuster aarde, onze moeder die ons in leven houdt en leidt en allerlei gewassen met kleurige bloemen en kruiden voortbrengt.
Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door hen die vergiffenis schenken door uw liefde en ziekte en verdrukking dragen.
Gelukkig zij die dat zullen dragen in vrede,want door U, Allerhoogste, zullen zij worden gekroond. Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door onze zuster de lichamelijke dood, waaraan geen levend mens ontsnappen kan.
Wee hen die sterven in doodzonde: gelukkig wie zij aantreft in uw allerheiligste wil, want de tweede dood zal hen geen kwaad doen.
Looft en zegent mijn Heer en dankt en dient Hem met grote nederigheid.



zaterdag 16 augustus 2008

Bijbel als gadget

Wie Windows Vista op zijn pc heeft, heeft de mogelijkheid zogenaamde gadgets aan zijn of haar bureaublad toe te voegen. Er worden er enkele standaard meegeleverd, zoals de klok en de kalender, maar je kunt er ook een heleboel downloaden, zo ziet menigeen de buien in een hoekje van het scherm aankomen op de buienradar. Iemand onder de naam Webbertje, gezien de andere gadgets van de maker een Zeeuw, heeft een gadget gemaakt met als inhoud het bijbelleesrooster. Het handige van deze gadget is dat je het aangegeven bijbelgedeelte kunt aanklikken en het vervolgens op je scherm krijgt. Een moderne manier om dagelijks met een bijbelwoord in aanraking te komen, ik ga deze gadget eens een tijdje uitproberen.



woensdag 6 augustus 2008

Dear Lord and Father of mankind (2)

Hieronder nog een keer de tekst van het lied van John Greanleaf Whittier (1807-1892), nu met de vertaling van J.W. Schulte Nordholt ernaast. In het Compendium bij het Liedboek maakt Schulte Nordholt ons zelf erop attent dat zijn vertaling hier en daar afwijkt van het origineel, met name in het derde couplet. Hij vertelt ook het verhaal bij het lied. Over Whittier die in zijn tuin het uitbundige zingen, bidden, loven en klappen van een naburige godsdienstige samenkomst hoorde. Hij schreef toen een gedicht over al onze manieren om de hemel dichterbij te brengen, over het gebruik van drugs en rituelen om in de juiste stemming te komen, over al onze pogingen, ook in het christendom, om onszelf op te trekken tot in de hemel. In het vervolg op dat gedicht schreef hij onderstaand lied, 'Lieve God, vergeef ons onze dwaasheden'. Dat klinkt, als je het verhaal kent, heel wat concreter dan het vage, en tegelijk beladen, begrip schuld in de vertaalde versie. Er zijn meer verschillen die opvallen, vooral in het al genoemde derde couplet, maar ook in de laatste coupletten ervaar ik een verschil van sfeer. In de vertaling ligt er net iets meer accent op het effect van de daden van God en van Jezus, bij Whittier blijft het meer bij het ontvangen daarvan, de afstemming daarop. Dat komt onder andere door het woord schuld in het eerste couplet, waar het 'van liefde zijn vervuld' wel mooi op rijmt, maar een andere tegenstelling aangeeft dan 'in purer lives' na 'our foolish ways'. In het tweede couplet laat Whittier de mensen volgen 'zonder een woord', bij Schulte Nordholt is dat geworden 'vertrouwen, volgen ongestoord'. In de vertaling meer aandacht voor het nieuwe leven, bij Whittier meer voor de aard van het vertrouwen. Zo gaat het eigenlijk het hele lied door, proef het verschil in de derde couplet. Bij het slot van het lied is het ook opvallend: in de vertaling denk ik aan Pinksteren (en dus aan het nieuwe leven met de Geest), in de oorspronkelijke tekst, met 'earthquake', is het duidelijk dat de dichter gedacht heeft aan het verhaal van Elia op de Horeb. En dat is geen verhaal over het nieuwe leven met de Geest, maar een verhaal over de bron daarvan, de stilte, waaruit alles geboren wordt. Het laatste woord 'calm' is ook te vertalen met windstilte. Samenvattend gezegd is het lied van Whittier stiller en verstilder dan de vertaling van Schulte Nordholt. Een prima vertaling overigens, maar ergens denk ik, het is een 20e-eeuwse vertaling van een 19e-eeuws lied, dat voor mij als 21e-eeuwer dichterbij komt in zijn oorspronkelijke gedaante dan in de vertaling.

Dear Lord and Father of mankind,
forgive our foolish ways;
reclothe us in our rightful mind,
in purer lives thy service find,
in deeper reverence, praise.

In simple trust like theirs who heard,
beside the Syrian sea,
the gracious calling of the Lord,
let us, like them, without a word,
rise up and follow thee.

O sabbath rest by Galilee,
O calm of hills above,
where Jesus knelt to share with thee
the silence of eternity,
interpreted by love!

Drop thy still dews of quietness,
till all our strivings cease;
take from our souls the strain and stress,
and let our ordered lives confess
the beauty of thy peace.

Breathe through the heats of our desire
thy coolness and thy balm;
let sense be dumb, let flesh retire;
speak through the earthquake, wind, and fire,
O still, small voice of calm.

O Heer die onze Vader zijt,
vergeef ons onze schuld.
Wijs ons de weg der zaligheid,
en laat ons hart, door U geleid,
met liefde zijn vervuld.

Geef dat uw roepstem wordt gehoord,
als eenmaal bij de zee.
Geef dat ook wij uw nodend woord
vertrouwen, volgen ongestoord,
op weg gaan met U mee.

O vrede van Tiberias,
o heuvels in het rond,
waar Jezus in het zachte gras
de mensen liefhad en genas,
en in hun midden stond.

Leg Heer uw stille dauw van rust
op onze duisternis.
Neem van ons hart de vrees, de lust,
en maak ons innerlijk bewust
hoe schoon uw vrede is.

Dat ons geen drift en pijn verblindt,
geen hartstocht ons verwart.
Maak Gij ons rein en welgezind,
en spreek tot ons in vuur en wind,
o stille stem in 't hart.



zondag 3 augustus 2008

Dear Lord and Father of mankind

Hier alvast de oorspronkelijke Engelse tekst van gezang 463 uit het Liedboek voor de kerken. Mijn commentaar volgt komende week.

Dear Lord and Father of mankind,
forgive our foolish ways;
reclothe us in our rightful mind,
in purer lives thy service find,
in deeper reverence, praise.

In simple trust like theirs who heard,
beside the Syrian sea,
the gracious calling of the Lord,
let us, like them, without a word,
rise up and follow thee.

O sabbath rest by Galilee,
O calm of hills above,
where Jesus knelt to share with thee
the silence of eternity,
interpreted by love!

Drop thy still dews of quietness,
till all our strivings cease;
take from our souls the strain and stress,
and let our ordered lives confess
the beauty of thy peace.

Breathe through the heats of our desire
thy coolness and thy balm;
let sense be dumb, let flesh retire;
speak through the earthquake, wind, and fire,
O still, small voice of calm.



woensdag 30 juli 2008

In heaven

Twee keer verwees ik naar een film in mijn overdenkingen tijdens de zomerdiensten, het ging beide keren om de film 'As it is in heaven'. Mooie titel voor een mooie film. Geen hemel van eeuwige rust, maar veel dynamiek in deze film. Wel vooral innerlijke dynamiek, het is geen actiefilm, meer een 'feel good movie' zoals ik ze graag zie. Een dirigent die geen dirigent meer kan zijn -hij was een heel grote- wordt toch weer dirigent. Van het kerkkoor in het dorpje waar hij is gaan wonen. 'Muziek maken die de harten van mensen opent' dat was wat hij altijd al wilde, dat is wat hier gebeurt. Eigenlijk hoeft de muziek niet meer gemaakt te worden, zoals hij zelf zegt tegen de koorleden, de muziek is er al, hoeft alleen maar gevonden te worden. Hij helpt ieder zijn en haar eigen klank te vinden, zo krijgen de mensen stem, hun eigen stem. En niet alleen in het zingen, ook in de rest van hun leven komen ze tot stem, in hun eigenheid, een feest om te zien. Over stem hebben en stem krijgen kun je ook lezen in de Happinez van deze maand met als thema 'je eigen stem'.





dinsdag 22 juli 2008

Zoals een verlangen

In de overdenking van afgelopen zondag ging het over verlangen. In onderstaand gedicht van Rutger Kopland kwam ik een mooi beeld van verlangen tegen, het land achter de horizon, een wereld op zich, maar het is niet je dagelijkse wereld, niet de wereld daar beneden. De vogel weet er misschien meer van, hij is onderweg, maar waarheen, ach... Zoals ik zondag zei: het gaat niet om de vervulling van het verlangen, maar om het vuur dat erin is.

Winter van Breughel, de heuvel met jagers
en honden, aan hun voeten het dal met het dorp.
Nog even, maar hun doodmoeie houding, hun stap
in de sneeuw, een terugkeer, maar bijna zo

langzaam als stilstand. Aan hun voeten groeit
en groeit de diepte, wordt wijder en verder,
tot het landschap verdwijnt in een landschap
dat er moet zijn, en er is, maar alleen

zoals een verlangen er is.

Voor hen uit duikt een pikzwarte vogel. Is het spot
met de moeizame poging tot terugkeer naar het leven
daar beneden: de schaatsende kinderen op de vijver,
de boerderijen met wachtende vrouwen en vee?

Een pijl onderweg, en hij lacht om zijn doel.



woensdag 16 juli 2008

Dorpelwachter

Eén dag is in Uw huis mij meer
Dan duizend, waar ik U ontbeer;
'k Waar liever in mijns Bondsgods woning
Een dorpelwachter, dan gewend
Aan d'ijd'le vreugd' in 's bozen tent.

Er zit wel humor in de psalmberijming van 1773, al zal het wel niet zo bedoeld zijn. Ik moet altijd wat grinniken als ik me deze regels herinner. We zongen ze, heel statig, 700-koppig, in de kerk van mijn jeugdjaren, op hele noten. Wat rijmde dat lekker, tent op gewend, en dan al die verkorte en samengetrokken woorden, toch knap hoeveel er dan in een enkel zinnetje past. De woorden raken me, omdat er zo duidelijk een voorkeur uitgesproken wordt en de keus gemaakt. Liever een dag leven in de omgeving van de Heer, in het licht, in de inspiratie, dan duizend daarbuiten. Liever daar mijn eigen bescheiden rol, dan groots en meeslepend meetellen in de zogenaamde echte wereld. Over kwaliteit van leven gesproken. Als ik deze woorden tot me door laat dringen, besef ik de enorme kracht die hier achter zit, hier is het vuur waar ik het aanstaande zondag over wil hebben. Als compensatie voor het gebroken Nederlands van bovenstaande berijming de tekst nog een keer in de vertaling van Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde.

In ùw voorhoven is mij één dag
   meer toch dan duizend dagen;
liever te staan op diè drempel
dáár, in het huis van mijn God,
   dan te wijlen in de tenten der boosheid.



donderdag 10 juli 2008

Donald Duck

De Donald Duck, 'een vrolijk weekblad', is het meest gelezen tijdschrift onder studenten. Ik las het vanmorgen in de krant. Deze week ging er een opruimorkaan door ons huis en te midden van de storm hoorde ik nog net: 'zullen we de oude DD's ook maar weg doen?'. In een vlaag van helderheid antwoordde ik: dat zou ik dan wel eerst even tegen de jongens zeggen. Ze zijn allang het huis uit, maar in dit soort zaken hebben ze nog wel enig gezag. Contact hierover met één zoon was genoeg, het opruimplan werd afgeblazen.
Geen groter plezier dan in een huis komen waar een abonnement op de Donald Duck is (geweest), altijd iets te lezen. Onze tweelingneven ontleenden aan de avonturen van de eend in hun kinderjaren een compleet wereldbeeld. Als je om suiker in de koffie vroeg, noemden zij een verhaal waarin dat een rol speelde, zo ook als je accu het niet deed of als je te laat gekomen was bij een sollicitatie.
Ons abonnement werd opgezegd toen de kinderen groot waren, ik heb het nog geprobeerd met ingezonden brieven van mannen van 37, die zo dankbaar waren dat ze hun abonnement mochten houden van hun vrouw, maar weinig kans, ik had geen redelijke argumenten. Ik behelp me wel met de stapel achter in de kast, het blad is in de loop der jaren toch geen steek veranderd, al laat het plaatje zien dat Donald wel met zijn tijd meegaat. Met mijn zoons heb ik wel eens geprobeerd vast te stellen wat nu het succes is van deze simpele getekende verhalen. We kwamen niet veel verder dan wat opmerkingen over Amerikaanse maakbaarheid, over de kansen van de pechvogel en over de fascinatie voor rijkdom die gelijk gerelativeerd wordt. Ik zie me nog geen serie zomerdiensten houden over de inwoners van Duckstad, maar eentje, wie weet….



dinsdag 1 juli 2008

Je eigen bron

Over water gaat het zondag, in de serie zomerdiensten rond de vier elementen. Al bladerend in de Bijbel kwam ik ook onderstaande teksten uit Spreuken 5 tegen. De lezer wordt gewaarschuwd voor 'de lichtzinnige vrouw' en dan volgen onderstaande woorden. Die woorden ga ik zondag niet lezen, daar moet ik veel te veel voor uitleggen, maar u wil ik ze graag doorgeven. Probeer je eens los te maken van de veronderstelde man/vrouw verhouding, dan blinken deze woorden in al hun schoonheid en wijsheid. Laat je niet van de wijs brengen door praatjes die veel beloven, maar weinig inhouden. Laat je niet van de wijs brengen door praatjes die je van je zelf weghalen. Blijf trouw aan je eigen bron, laat de zegen daarvan niet vervliegen door je oren en ogen en hart te lenen aan van alles wat afleidt. Bij 'de geliefde van je jeugd' is door lezers wel gedacht aan de Thora, de levenwekkende woorden van de Heer. Een prachtig beeld krijg je dan, het zijn woorden waarin je weg kunt zinken, het is een zinken, een ondergaan, een gedoopt en gedrenkt worden in liefde.

Drink water uit je eigen bekken,
ga naar de stromen van je eigen bron.
Je wilt toch niet dat ze de vrije loop krijgen
en de pleinen overstromen?
Ze zijn van jou, van jou alleen,
laat niemand anders ervan drinken.
Moge je bron gezegend zijn,
moge de geliefde van je jeugd je vreugde geven.
Ze is zo lieflijk als een hinde, bekoorlijk als een ree.
Ze laat je altijd van haar borsten drinken,
je kunt eindeloos verzinken in haar liefde.



woensdag 25 juni 2008

De wind

(Voor Lucas en alle anderen)

Tijdens een retraite citeerde ik uit mijn hoofd 'de woorden over de geest, als de wind die gaat waarheen zij wil, en niemand weet vanwaar zij komt en niemand weet waarheen zij gaat, zo is de geest, de spirit'. Het is een woord van Jezus dat ons anders is overgeleverd: 'De wind waait waarheen hij wil; je hoort zijn geluid, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is'. In de retraite moest ik nog proberen de Geest en de geest wat dichter bij elkaar te brengen, in het originele citaat hoeft dat niet meer. Ik, als mens van het licht, als kind van God, als verlichte, ben als de wind, nieuw en verrassend als de wind, vrij en oorspronkelijk als de wind, onherleidbaar en onvoorspelbaar als de wind. Zo is de mens die het licht opzoekt, die zich laat bewegen door het waaien van de Geest, daar alle voorrang aan geeft.



woensdag 18 juni 2008

Ararat

Weer was ik op de Ararat (zie ook bij 25 juni 2006), opnieuw via de verbeelding van een kunstenaar, een schrijver deze keer. Frank Westerman schreef een boek over zijn wens en zijn poging om de Ararat te beklimmen, de berg waar volgens het bijbelse zondvloedverhaal Noach met zijn ark weer vaste grond vond na de grote vloed. Dat maakt direct duidelijk waarom water een grote rol speelt in dit boek. Aarde ook trouwens en alles wat onder de aarde gebeurt. Zo past het verhaal over het in de aarde verdwijnen van een boortoren bij 't Haantje net als een verhaal over wadlopen uitstekend in dit boek over een berg van meer dan 5000 meter hoog. Met veel gevoel voor drama weet Westerman herinneringen en gebeurtenissen in te passen in het verslag van zijn zoektocht. Extra nabij wordt dit boek omdat hij opgegroeid is in Emmen en herinneringen aan de Drentse tijd steeds een rol spelen. Hij vertelt over zijn doop door ds. Alkema, gisteravond hoorde ik tijdens de jubileumbijeenkomst van de plaatselijke Raad van Kerken dat hij predikant was in Emmermeer, later industriepredikant, en de eerste voorzitter was van wat toen nog heette de Werkgemeenschap van Kerken. Meeslepend wordt het allemaal verteld, zelfs het lezen van zijn doopkaart is een dramatisch moment. Het is de verwondering die alles met elkaar verbindt, misschien heeft de schrijver daar wel het antwoord op zijn vraag: waar is het geloof van mijn kinderjaren gebleven? Met zijn geologieprofessor heeft hij gemeen, dat hij zich kan verbazen over het onbeduidende, die verbazing, die verwondering, maakt de schrijver en het boek voor mij fascinerend en geloofwaardig.
In het boek ook veel over allerlei expedities en voorvallen rond de Ararat. Die geschiedenis gaat door, inmiddels heeft Greenpeace een ark gebouwd halverwege de berg. De foto hierbij is uit de weblog van Tessie, één van de vrijwilligers die mee hielp bij het oprichten van dit aandachtssignaal bij de klimaatverandering.



donderdag 22 mei 2008

Dorstend

Op zoek naar een mooi zomergedicht kwam ik dit gedicht van Bert Voeten tegen. Prachtig hoe hij zijn verlangen als dichter beschrijft en daarmee tegelijk ons aller verlangen naar leven. Terwijl het zich in een oneindigheid aanbiedt: dorstend boven een zee van taal. Ieder zal daar zijn eigen lied van moeten maken, dat is volwassen leven.

De zon op mijn hand

Schrijvend met de zon op mijn hand
ademend tussen blote woorden
op de strandwei van het papier
zie ik een kind door de regels lopen,
zorgeloos, met ogen die alles
drinken tot op de bodem. Alles.

Als ik het roep bij mijn eigen naam
blijft het even tussen twee zinnen
wachten, kijkt mij verwachtend aan,
ledigt mij en laat mij achter:
dorstend boven een zee van taal.



donderdag 15 mei 2008

Kunstig

Op mijn verjaardag kwam een deel van mijn familie op bezoek, mijn oudste zus (altijd nog jonger dan ik trouwens) had een kaart gemaakt in patchwork. Ze had zich laten inspireren door een schilderij van mij, dat ik abstract noemde, maar ik had een toren in gedachten waarvanaf je het landschap ziet. Zo roept de ene kunstigheid de andere kunstigheid op, u ziet wel wat het patchwork is en wat het schilderij.



zaterdag 10 mei 2008

11 mei

Morgen is het Pinksteren, in de dienst zingt de cantorij delen van het Pinksteroratorium 'Aanwezig'. Van dit woord ben ik uitgegaan voor deze dienst, het is een woord dat heel precies de werking van de Geest aangeeft. Aanwezig, God is aanwezig, de Geest is aanwezig, wij worden uitgenodigd aanwezig te zijn. Zoekend naar een gedicht bij deze aanwezigheid kwam ik bij Ida Gerhardt. Pinksteren valt dit jaar op 11 mei, haar geboortedag. Wie haar stem eens wil horen kan terecht op wwww.idagerhardt.nl, volgens de site is daar de enige geluidsopname te horen die ooit gemaakt is van Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde. Marie leest een aantal gedichten uit de laatste bundel van Ida, zelf geef ze zo nu en dan commentaar, een schitterende en unieke gelegenheid voor liefhebbers van haar poëzie. Op de orde voor morgenochtend staat het gedicht 'Zondagmorgen', een prachtig gedicht over aanwezigheid en verlangen, morgen te lezen als pinkstergedicht.

Zondagmorgen

Het licht begint te wandelen door het huis
en raakt de dingen aan. Wij eten
ons vroege brood gedoopt in zon.
Je hebt het witte kleed gespreid
en grassen in een glas gezet.
Dit is de dag waarop de arbeid rust.
De handpalm is geopend naar het licht.



zondag 4 mei 2008

Vrijheid

Vandaag komt de vrijheid in beeld in het gedenken, zo maken we gebruik van onze vrijheid. Van de vrijheid om te zeggen waar het op staat, de waarheid over wat er gebeurd is en wat er nu gebeurd in onze wereld. Vanmorgen zingt het koor in de dienst 'The captive's hymn', een lied dat voor het eerst gezongen werd in een Japans vrouwenkamp op Sumatra. Het is juli 1942 en dertig vrouwen zingen regelmatig met elkaar liederen die zij kennen. Eén van hen maakt ook nieuwe liederen, zo is 'The captive's hymn' ontstaan. Misschien is dit wel de ware vrijheid, een lied als dit te kunnen zingen terwijl je gevangen gehouden en bedreigd wordt. Hier een vertaling van het eerste couplet.

Vader, in gevangenschap
richten wij ons gebed tot U
omring ons immer door uw liefde
geef dat wij dagelijks laten zien
dat zij die op U vertrouwen
meer dan overwinnaars zijn.



woensdag 30 april 2008

Oranje



donderdag 24 april 2008

Je lichaam een tempel

Ons kerkblad Op Weg ligt intussen in de schappen en na een heleboel, meer en minder leuk, gedoe met mijn nieuwe pc kan ik dan nu mijn voorpagina-artikel ook hier plaatsen. Lees 'Je lichaam een tempel'.



maandag 14 april 2008

Lichaam

'Uw lichaam een tempel', een boek met als ondertitel 'Jeugd en sexe in deze tijd', van P.J.F. Dupuis. Het verscheen begin jaren zestig, het kwam in beeld toen we het aan tafel hadden over het heilige, wat is dat en wat heeft het te maken met het dagelijkse, aardse leven? De titel van het boek is ontleend aan de apostel Paulus, die ons er aan herinnert dat ons lichaam een tempel van de heilige Geest is. Een opvallend samengaan, ik mediteer daar verder over op de voorpagina van ons kerkblad dat volgende week verschijnt. Na verschijnen zal ik het stukje ook hier opnemen. Nu alvast het schilderij dat ik ooit maakte en waarvan ik een deel -op zijn kop gezet- gebruik als illustratie bij het artikel. Het is een abstract schilderij, maar al zoekend kwam ik hierbij, het heeft wel iets lichamelijks en iets tempelachtigs, bedenkt u zelf maar wat dat dan is.



donderdag 3 april 2008

Herkenning

Deze weken lezen we de verhalen over de verschijningen van Jezus na zijn dood. Wel of niet herkennen speelt daarin steeds een rol. Meer elementen van deze verhalen zijn terug te vinden in het gedicht 'Libera nos, domine!' van Geerten Gossaert. Zonder het uit te spreken heeft de dichter het hier onmiskenbaar over een verschijning van Jezus. Opvallend is de haat in het hart van de bezochte, we zijn daar meestal niet zo open over, maar vreemd is het niet als je bedenkt dat een bezoek als dit je leven volledig op zijn kop zet. Raadselachtig is het slot, het roept bij mij ook de vraag op of ik soms als God wil zijn door het te willen begrijpen. Het herinnert me deze week vooral aan het verhaal van afgelopen zondag waarin Jezus verschijnt aan zijn leerlingen en hen zijn wonden laat zien. Ik hoorde daarin dat hij zijn kwetsing laat zien, zijn vermoord-zijn, zijn afwezigheid. Bijzonder in een verhaal waarin het ook gaat over zien en niet zien. Het bezoek van de bezoeker is een bezoek, een zien, dat je nooit meer loslaat, ook als hij weg is, in het niet-zien dus. Jezus, de liefde en de vrede, is aan het kruis geslagen, is gehaat in zijn komst, dat is de bitterheid van het lied, en tegelijk waait er door het gedicht een wind van vrede en een bede om bevrijding.

LIBERA NOS, DOMINE!

De wind woei om het eenzaam huis
In 't laatste avonduur;
Toen lichtte een vreemde de klink der deur
En zat bij 't open vuur.

Ik dierf niet vragen wie hij was
En hij gaf teeken noch taal;
En ik noodde hem niet, maar hij zat aan
Naast mij aan 't avondmaal.

Mijn lippen trilden en in mijn hart
Laayde hittige haat;
Maar hij glimlachte en hief tot mij
Zijn bitterschoon gelaat.

En 'k sprak en zei: ik kén u niet!
Wat, aan mijn haard, zoekt gij?
Doch hij antwoordde niet, maar hief zijn hand,
En brak het brood met mij.

En ik herkende...; 's morgens vroeg
Is hij weer heengegaan...
Maar 't laatste van dit bitter lied
Zal God alléén verstaan.



donderdag 20 maart 2008

Tranen

Können Tränen meiner Wangen
nichts erlangen,
O, so nehmt mein Herz hinein!
Aber lasst es bei den Fluten,
Wenn die Wunden milde bluten,
Auch die Opferschale sein!

Voor mij één van de mooiste aria's uit Bach's Matthäus-Passion, vooral als deze aria door een vrouw gezongen wordt, beluister Julia Hamari eens. Wat er gezongen wordt is niet zo gemakkelijk te vatten. De woorden klinken als een reactie op de geseling van Jezus. Casper Höweler schreef: 'De gedachte kan zijn: hier baten geen tranen van medelijden, doch alleen het geven van het eigen hart'. Een mooie sleutel die hij hier aanreikt, kan zelfs gelden voor het gehele werk waar we in deze dagen weer vol ontroering naar luisteren. Met tranen is niets mis, ze kunnen uiting geven aan eigen verdriet en geraakt zijn. Een andere stap is echter het geven van je hart, je verbinden met het lijden, van de ander en van jezelf. De geseling van Jezus is een deel van zijn geven, het gaan van de weg van de liefde tot het uiterste. Medelijden is niet wat hij vraagt, wel vraagt hij te waken, mee wakker te blijven. Zo kan ik in de laatste regels van de aria iets horen van: laat daar waar Jezus zich geeft, vol is van liefde en genade, laat ik daar ook overvloeien van liefde en genade, laat mijn hart de schaal zijn van het aanbod, van de gift aan de ander. Zo maken we van Jezus geen slachtoffer van het lijden, maar zien we hem als de beelddrager van de liefde en het licht van God, die ons voorgaat.



donderdag 13 maart 2008

Zorn

Vorige week wandelden we in de Eifel, we liepen via Baasem en Berk terug naar Kronenburg. In Baasem liepen we even het kerkje in, mooie akoestiek, en we vonden daar de folder van Misereor, de pendant van onze Kerkinactie. Die folder bracht me weer even bij Nehemia, we hadden net gelezen over zijn woede bij het horen van het onrecht onder zijn volksgenoten. Woede staat in de kerk vaak niet zo hoog aangeschreven en ook van huis uit ben ik er niet vertrouwd mee geraakt. Bij Nehemia brengt zijn woede iets op gang: hij gaat bij zichzelf te rade en besluit deze en gene ter verantwoording te roepen. Op de folder van Misereor vond ik die woede terug: Mit Zorn und Zärtlichkeit an der Seite der Armen. Bij de woede moet wel gelijk de tederheid genoemd worden, maar het staat er toch maar. Een woede die de zaken bij de naam noemt, helderheid verschaft en tot daden leidt.



woensdag 27 februari 2008

Eckhart

'Geloven in God', een gesprekshandleiding voor kringgesprekken. Gemaakt door mij naar aanleiding van het boek van Klaas Hendrikse, 'Geloven in een God die niet bestaat'. Eerder schreef ik een wat afwerend stukje over zijn presentatie (8 november 2007), intussen heb ik zijn boek gelezen en werd ik enthousiast. Hij stelt iets aan de orde dat bij veel gemeenteleden leeft en hij doet dat op een heel democratische, laagdrempelige manier. Nog vragen genoeg bij wat hij zegt, maar het is het waard om te bespreken. Dat lukt vaak heel goed in de groothuisbezoeken waarvoor ik mijn handleiding schreef, het levert verrassende en inspirerende gesprekken op. Men gaat ook weer verder zoeken en lezen op internet en zo kreeg ik de tip van het verslag van ds Henk Ekker over zijn studieverlof met Meister Eckhart. Een aardige manier om ingeleid te worden in de gedachten van deze mysticus. Wat ik niet meemaak is de zogenaamde zielenvonk, een stukje God in de mens ingeschapen. Ik hoop altijd dat Eckhart dat niet echt zo bedoelt, zelf zoek ik naar een mystiek waarin het gewone het bijzondere blijkt te zijn, de aarde is schepping, het mensenkind is een kind van God. Wie dat ziet is verlicht zonder (een beetje) God te hoeven worden.



woensdag 20 februari 2008

Pius

'Pie Jesu' zingt Margriet bij de piano (pie uit te spreken als twee lettergrepen, 'pieje'). Ze vraagt me naar de betekenis van pie, mijn eerste antwoord is: pie is de aanspreekvorm van pius en dat betekent vroom. Ik ga zoeken in mijn woordenboek Latijn en het blijkt, zoals vaker bij woorden uit oude talen als het Latijn, dat het woord nog niet zo gemakkelijk te vertalen is. Het hangt erg af van de situatie waarin het gebruikt wordt, precieser gezegd: de betekenis hangt af van tegenover wie of wat je staat. Het komt van pietatis en volgens mijn woordenboek betekent dat plichtsgevoel, liefde. In die volgorde, het is dus liefde ingevuld door de relatie die je met iemand hebt, liefde die opgeroepen wordt in de ontmoeting. Zo kan het ouderliefde zijn, maar ook kinderliefde, broeder- en zusterliefde en bijvoorbeeld ook vaderlandsliefde. Het woordenboek noemt de dichter Arcitenens die met 'pius' duidde op de dankbaarheid jegens zijn geboortegrond. Zo kun je ook pius zijn tegenover de goden of God, dan vertalen we het meestal met vroom.

Mooi woord, pius, het gaat over de liefde die door de relatie gekleurd is, over liefde die past bij de relatie. Zo kan ik het ook op mezelf betrekken, ik ben pius in mezelf als ik trouw ben aan mezelf, als ik leef en handel zoals bij mij past, bij mijn diepste zelf. 'Pie Jesu', de mens die trouw bleef aan zichzelf door trouw te blijven aan de ander, aan de mens die hij ontmoette, aan de God op wie hij vertrouwde. De mens wiens leven en spreken en gaan samenviel met zijn diepste zelf, mens uit één stuk, bij hem geen splitsing tussen goddelijk en menselijk, hij doet aan beide en aan alles recht, in zichzelf en in de ander. Zo wordt hij in ieder geval bezongen met de woorden 'Pie Jesu', ik zou het niet vertalen, zoals ik wel vind op internet, met goede, zoete of zachte, ook niet met lieve, al komt dat er dichterbij door de verwijzing naar liefde. Als je het in het Nederlands wilt zingen zou ik kiezen voor 'trouwe Jezus', maar pie blijft toch mooier. Beluister bijvoorbeeld dit 'Pie Jesu' van Fauré, op 'YouTube' vindt u er nog veel meer.



maandag 11 februari 2008

Een man die huilt

Gisteren begonnen we in de dienst met een serie lezingen over Nehemia. Nehemia, topambtenaar, opperschenker aan het hof van de koning, verderop in het verhaal ontpopt hij zich als een slimme diplomaat, een gedreven leider, een vrome visionair. Als deze man hoort van de ellende van zijn volksgenoten in en rond Jeruzalem gaat hij op de grond zitten en huilt. Een mededeling om eens even goed bij stil te staan en dat heb ik gisteren ook gedaan. Nehemia gaf zelf de driedeling voor mijn verhaal over zijn en ons huilen: (a) hij rouwt, (b) hij vast en (c) hij richt zich tot de God van de hemel. (a) Hij onderkent zijn verdriet, weet waarom hij huilt, (b) hij geeft vorm aan zijn verdriet, richt zijn aandacht, maakt ruimte in zijn hoofd en zijn hart en (c) hij zet zijn verdriet in het grote verband van het verhaal van God en de mensen, hemel en aarde. Zo gaat hij in openheid en vertrouwen naar de koning, met pijn in zijn lijf, met het verlangen en het vuur in zijn hart, met ideeën in zijn hoofd. Door een boeiende samenloop van omstandigheden kreeg ik rond die dienst van een gemeentelid een gedicht aangereikt van Les Murray, 'An Absolutely Ordinary Rainbow'. Het gedicht doet denken aan 'Het uur U' van Martinus Nijhoff, dat gedicht citeerde ik in de dienst van twee weken geleden en daarom gaf zij mij het gedicht van Murray door, ze had dat acht jaar geleden in de krant gelezen en bewaard (!). En nu de samenloop: het gedicht van Murray gaat over een man die huilt, midden op straat in de stad. Hij veroorzaakt daarmee veel onrust, net als de man die in Nijhoff's gedicht door een doodstille straat loopt. En ook in beide gedichten zijn het de kinderen die niet in paniek raken. 'Alleen de kleinste kinderen / en zij met een blik uit het Paradijs naderen hem / en zitten aan zijn voeten, met honden en stoffige duiven' schrijft Murray. Hieronder nog een fragment van het bijzondere gedicht van Les Murray in de vertaling van Theo de Boer.

Daar verderop is een figuur die huilt. Niemand kan hem stoppen.
De man die we omringen, de man die niemand nadert
huilt eenvoudig, en verbergt het niet, huilt
niet als een kind, niet als de wind, als een man
en zonder toneel, zich niet op de borst slaand, noch
luid snikkend -toch houdt de waardigheid van zijn huilen
ons op afstand van zijn plek, de holte die hij rond zich schept
in het licht van de middag, in zijn pentagram van verdriet,
en uniformen achter in de menigte die hem trachten te grijpen
blijven staan kijken, en voelen, met verbazing, hun geesten
verlangen naar tranen als kinderen naar een regenboog.



dinsdag 5 februari 2008

Stilte in de nacht

Naar aanleiding van mijn gepeins over stilte kreeg ik van een groepsgenoot een gedicht van P.C. Boutens aangereikt. (Wie meer wil lezen over dit gedicht leze bijvoorbeeld het opstel van W. Blok, ooit verschenen in het tijdschrift Merlyn.) In het gedicht is het nacht, maar daarom nog niet stil, velen weten er alles van, wat een lawaai alle stemmen in ons kunnen maken. De lezer wordt uitgenodigd stil te zijn om zo op te kunnen merken wat er in de stilte van de nacht gebeurt. Door alle afleiding van de dag heen, 'der dagen ijl gegons', is er het directe spreken, 'zonder smet van taal of teeken' spreekt God in elk van ons. Spreken zonder taal of teken, hoe het kan? Stil, wees stil...

Nacht-Stilte

Stil, wees stil: op zilvren voeten
Schrijdt de stilte door den nacht,
Stilte die der goden groeten
Overbrengt naar lage wacht...
Wat niet ziel tot ziel kon spreken
Door der dagen ijl gegons,
Spreekt uit overluchtsche streken,
Klaar als ster in licht zoû breken,
Zonder smet van taal of teeken
God in elk van ons.



woensdag 30 januari 2008

Mens van het licht

Al in de schoot van mijn moeder
heeft de HEER mij geroepen,
nog voor ze mij baarde noemde hij mijn naam.

Soms gaat het vanzelf en ga ik op vleugels, die me trouwens in een kerstwens toegewenst werden. Ik las dit woord van Jesaja en kon het onmiddellijk op mezelf betrekken. Drager van het licht ben je, 'de knecht van de Heer', Israël, Jezus, wij. En daar hoef je geen examen voor te doen, geen kwaliteiten voor te hebben, je geschiedenis niet voor ongedaan te maken, niet boven je zelf uit te stijgen: al in de schoot van mijn moeder... Zondag heb ik de mensen voor me uitgenodigd dit woord zo te lezen, in de hoop dat ze ook de vreugde ervan zouden ervaren. Dit ben ik, in mijn wezen, in mijn kern, dit is mijn ware aard: mens in Gods licht, mens van het licht. Daar zit geen millimeter tussen, laat daar geen millimeter tussen komen. Ik heb mijn verhaal afgesloten met een lied van Sytze de Vries, voor sommigen was dit lied al genoeg, mooi, neem het mee en wees er licht van.

In de schoot van mijn moeder geweven,
als een wonder bereid,
aan het licht toegewijd,
gaf Jouw liefde al vorm aan mijn leven.

Lang voor ik van Jouw woorden kon weten,
eer de dag nog begon,
ging Jij op als de Zon
die mijn licht en mijn leven wilt heten.

Voordat ik aan het licht ben gekomen
was Jij met mij vertrouwd,
heb Jij mij al gebouwd
en mijn naam op Jouw lippen genomen.

In de mond, die nog nauw'lijks kon spreken
is de toon al gezet,
is het lied al gelegd
dat voorgoed door de stilte kan breken.

Jij die de kleinen Jouw grootheid doet zingen,
laat het lied om Jouw Naam
al mijn dagen beslaan
om de dreigende nacht te bedwingen.



donderdag 24 januari 2008

Waarheid

Mooie woorden van Bonhoeffer vanmorgen, bij de opening van ons collegiale overleg. Woorden die er wel inhakken als je ze serieus neemt. De zogenaamde eeuwige waarheid blijft altijd onze zelfbedachte en gewenste waarheid. Op dat spoor stuiten we alleen maar op een goddelijke dubbelganger in onszelf, zegt hij iets verder. Het is de ultieme kritiek op het fundamentalisme, op alle zoeken naar waarheid buiten onze betrokkenheid, buiten onze relatie met God, onszelf en de ander. 'Eeuwige waarheid', de echte, enige waarheid, de Waarheid, allemaal onderstreping, verdubbeling van jezelf. Lees de nieuwheid, de frisheid, de openheid, in de woorden van Bonhoeffer.

Zo lees ik de bijbel. Bij iedere plaats vraag ik: Wat heeft God hier tot ons te zeggen? En ik vraag God, ons duidelijk te maken, wat Hij zeggen wil. M.a.w., wij mogen helemaal niet naar algemene, eeuwige waarheden zoeke die bij ons 'eeuwige' wezen zouden passen en als zodanig evident te maken zouden zijn. Maar wij zoeken naar Gods wil, die ons volkomen vreemd en onnatuurlijk voorkomt, wiens wegen niet onze wegen en wiens gedachten niet onze gedachten zijn, die zich voor ons verbergt onder het teken van het kruis, waar al onze wegen en gedachten ophouden. God is iets heel anders dan de zogenaamde eeuwige waarheid. Dat blijft altijd onze zelfbedachte en gewenste eeuwigheid.



maandag 21 januari 2008

Engelen

We hadden een mooi gesprek over engelen. Op mijn eerste vraag, 'welk beeld hebben jullie van engelen', kwam direct als antwoord: ik maak liever zo weinig mogelijk beeld. Dat was een goede basis voor een open gesprek, een gesprek over eigen ervaringen. Ervaringen van de weg gewezen worden, ervaringen van nieuwheid, van onverwachte aanwijzingen en inzichten, van onvoorstelbaar 'geluk hebben', van vleugels krijgen. Zo verliep de 'ontmoeting op zondag', intussen maakten de kinderen een mooie ketting om weg te geven aan een engel en luisterden ze naar het liedje van Elly en Rikkert.

Ik ben nooit alleen,
want er zijn engelen,
engelen om mij heen.



dinsdag 15 januari 2008

Blij

Jaren geleden kwamen ze voor het eerst bij ons in de kerk, als mensen op zoek naar een veilige woonplaats. Afgelopen zondag vertelde hij zelf, mede namens zijn vrouw, dat ze een verblijfsvergunning gekregen hebben. Wat een feest, na bijna 10 jaar, vele jaren van onzekerheid, waarin de spanningen soms zeer hoog opliepen. Soms konden we ze een beetje ondersteunen en moed geven. Ik heb ze bedankt voor het feit dat ze bij ons als gemeente binnen kwamen, ons vertrouwen gaven, en ons zo herinnerden aan de vraag 'wie zijn wij, als gemeente, als mensen die de weg van Jezus willen gaan, hoe leven we dat met elkaar en met de mensen die hier binnen komen?'. Deze dag ging dat vanzelf, zij trakteerden en wij wensten hen geluk en samen zongen we als feestlied het liedje van Hanna Lam.

Liefde is blij zijn,
een arm om je heen.
Liefde is lachen,
is nooit meer alleen.
Liefde is luist'ren,
de woorden gaan door.
Liefde is fluist'ren,
heel zacht in je oor.

Liefde is lopen,
mijn hand in jouw hand.
Liefde is hopen,
is gaan langs het strand.
Liefde is amen,
is wolken, is wind.
Liefde is samen,
is spelen als kind.

Liefde is zingen,
is wit en is groen.
Liefde is zacht
is een kus in 't plantsoen.
Liefde is leven,
je ademt weer op.
Liefde is geven,
is leven met God.



zondag 6 januari 2008

Laten spreken

Afgelopen week had ik vrij. Die tijd heb ik gebruikt om aan mijn werkstuk te werken dat ik te maken had in het kader van de training die ik volg. Mijn onderwerp was stilte, dus ook een goede gelegenheid om de film 'Into great silence' eens te bekijken. Een meditatie op zich, het bekijken van deze film, bijna drie uur kijken naar monniken die vooral proberen de stilte te beoefenen. Beelden die een enkele keer onderbroken worden door een bijbeltekst, één keer door een tekst van onbekende oorsprong. Een tekst om bij stil te staan, om bij stil te zijn.

Ziet, dit is de stilte: de Heer een Woord in ons laten spreken dat Hij zelf is.

Een mooie is ook de dichtregel van de Drentse dichteres Janny Alberts-Hofman, komt er dicht bij.

Stilte, lig in het laand van luustern.