Orde
van de dienst
op
zondag 13 juli 2008
'Ik
ben gemaakt van ….'
Lucht
De Schepershof 10.00 uur
Bij deze dienst
Vandaag de derde dienst in de serie diensten rond de vier elementen. Lucht, het meest ongrijpbare van de vier. Toch konden de oude filosofen zich de kosmos niet voorstellen zonder het element lucht. Lucht is ruimte, is leegte, is vrijheid. Rond die drie woorden gaat deze dienst, van de Psalmen, naar Prediker, naar Paulus. En de dichters helpen ons een handje.
Na binnenkomst van de kerkenraad stemmen we
ons in stilte af op deze dienst
'Gij zijt de lucht
om mij heen'
voorg.: Onze hulp is in de naam van de
Heer,
allen.: DIE HEMEL EN AARDE GEMAAKT HEEFT
voorg.: Licht en vrede voor u, van God
de Vader
en van Jezus, de Heer.
allen.: AMEN
Inleidend woord
'Uit staat en stand'
Uit staat en stand en wijsheid losgewoeld.
Omgewaaid. Ontwortelde plataan.
Toen heeft hij licht onder zijn schors gevoeld,
een vlaag van knoppen die op springen staan.
Uit jij en jou en woorden weggevlucht.
Ergens heen gejaagd. Boomgrens voorbij.
Op adem komen in de dunne lucht,
je eigen hartslag horen. Vogelvrij.
Uit eigen aard en huid naar iemand toe,
onontkoombaar. En niet wonen meer
tot ik Hem, Hij mij vinden zal, en hoe –
een zee van dromen gaat in mij tekeer.
Muziek
'Kom, Geest van God'
we
zingen deze tekst drie maal
Kom, Geest van God,
maak onze harten open,
dat
Christus bij ons woning vindt!
Ruimte
Psalm
18:2-7 en 17-19
Ik
heb u lief, HEER, mijn sterkte,
3 HEER, mijn rots, mijn vesting, mijn
bevrijder,
God,
mijn steenrots, bij u kan ik schuilen,
mijn
schild, kracht die mij redt, mijn burcht.
4 Ik
roep: ‘Geloofd zij de HEER,’
want ik ben van mijn vijanden verlost.
5 Mij
omsloten de banden van de dood,
de
kolkende afgrond joeg mij angst aan,
6 de
banden van het dodenrijk omklemden mij,
op mijn weg lagen de valstrikken van de dood.
7 In
mijn nood riep ik tot de HEER,
ik
schreeuwde naar mijn God om hulp.
In
zijn paleis hoorde hij mijn stem,
mijn roepen bereikte zijn oren.
17 Hij
bood hulp van omhoog, greep mij vast
en
trok mij op uit de woeste wateren,
18 ontrukte
mij aan mijn machtige vijand,
aan mijn haters, die sterker waren dan ik.
19 Op
de dag van mijn ondergang vielen zij aan,
maar
de HEER was mij tot steun.
20 Hij
leidde mij weg uit de nood en gaf mij ruimte,
bevrijdde mij, omdat hij mij liefhad.
'Ik sta voor U in
leegte en gemis'
Ik sta voor U in leegte en gemis,
vreemd is uw naam, onvindbaar zijn uw wegen.
Gij zijt mijn God,
sinds mensenheugenis –
dood is mijn lot, hebt Gij geen and're zegen?
Zijt Gij de God bij wie mijn toekomst is?
Heer, ik geloof,
waarom staat Gij mij tegen.
Mijn dagen zijn door twijfel overmand,
ik ben gevangen in mijn onvermogen.
Hebt Gij mijn naam geschreven in uw hand,
zult Gij mij bergen in uw mededogen?
Mag ik nog levend wonen in uw land,
mag ik U eenmaal zien
met nieuwe ogen?
Spreek Gij het woord dat mij vertroosting
geeft,
dat mij bevrijdt en opneemt in uw vrede.
Open de wereld die geen einde heeft,
wil alle liefde aan uw mens besteden.
Wees Gij vandaag mijn brood, zowaar Gij leeft
–
Gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebeden.
Leegte
Prediker 1:2-8
2 Lucht
en leegte, zegt Prediker,
lucht
en leegte, alles is leegte.
3 Welk
voordeel heeft de mens van alles wat hij heeft verworven,
al
zijn moeizaam gezwoeg onder de zon?
4 Generaties
gaan, generaties komen,
maar
de aarde blijft altijd bestaan.
5 De
zon komt op, de zon gaat onder,
en
altijd snelt ze naar de plaats waar ze weer op zal gaan.
6 De
wind waait naar het zuiden,
dan
draait hij naar het noorden.
Hij
draait en waait en draait,
en al
draaiend waait de wind weer terug.
7 Alle
rivieren stromen naar de zee,
toch
raakt de zee niet vol.
De
rivieren keren om,
ze
gaan weer naar de plaats van waar ze komen,
en
beginnen weer opnieuw te stromen.
8 Alles
is vermoeiend,
zozeer
dat er geen woorden voor te vinden zijn.
De
ogen van een mens kijken, en vinden geen rust,
zijn oren horen, en ze blijven horen.
Gezang
210:1,2 en 3
Overdenking
Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild, dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.
Vrijheid
Romeinen
8:19-24
19 De
schepping ziet er reikhalzend naar uit dat openbaar wordt wie Gods kinderen
zijn. 20 Want de schepping is ten prooi
aan zinloosheid, niet uit eigen wil, maar door hem die haar daaraan heeft
onderworpen. Maar ze heeft hoop gekregen, 21 omdat
ook de schepping zelf zal worden bevrijd uit de slavernij van de
vergankelijkheid en zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen
geschonken wordt. 22 Wij weten dat
de hele schepping nog altijd als in barensweeën zucht en lijdt. 23 En
dat niet alleen, ook wijzelf, die als voorschot de Geest hebben ontvangen, ook
wij zuchten in onszelf in afwachting van de openbaring dat we kinderen van God
zijn, de verlossing van ons sterfelijk bestaan. 24 In
deze hoop zijn we gered.
'Eén verlangen'
we zingen deze tekst twee maal
Eén verlangen vult mijn wezen:
wat ik ben aan U te geven,
Heer.
Onrust kent mijn hart en
blijft verwachten,
totdat
het verstilt in U.
Dankgebed
en voorbede
Inzameling
van de gaven
Gezang
249
Zegen,
gemeente zingt AMEN
tekst/melodie:
'Uit staat
en stand': Huub Oosterhuis
'Kom, Geest van God': Sytze de
Vries/Willem Vogel
'Ga nu maar liggen…': Rutger
Kopland
'Eén
verlangen vult mijn wezen': broeder Roger/J.S. Bach