
Zomerdiensten 2007
Mijn vier zomerdiensten in serie gaan dit jaar over 'De inspiratie van Augustinus'. Op deze pagina een logboek bij deze zomerdiensten die ik (Jan de Korte) leid. De diensten zijn op 22 en 29 juli in de Schepershof, op 5 en 12 augustus in de Voorhof, ze beginnen om tien uur.
11 augustus 2007
Morgen de vierde en laatste dienst rond Augustinus. Ik wil aandacht geven aan de stichter van kloostergemeenschappen. Hier wat ik deze week schreef in mijn webdagboek.
De oudste kloosterregel, zeg maar een reglement voor het leven in kloosters, die we nog hebben is geschreven door Augustinus, waarschijnlijk in 397. Wat opvalt is de heel praktische inslag en de aandacht voor het individu binnen de gemeenschap. Voor Augustinus stond het kloosterleven niet zo heel ver van het gewone leven, het was een soort oefenplaats voor het gelovig leven. Zo was de regel ook maatschappijkritisch en vormde vooral de feitelijke uitoefening van de regel kritiek op een maatschappij waarin ieder voor zich leefde. In onze tijd lijkt me het meest kritische punt de nadruk die op gemeenschap gelegd wordt, dat staat haaks op het individualisme van vandaag. En dan is het ook weer aardig om te zien hoe Augustinus binnen het gemeenschappelijk leven als gelijken steeds ruimte zoekt en vraagt voor de eigenheid van ieder. Hieronder enkele citaten uit de regel van Augustinus, klik hier voor een volledige weergave ervan in het Nederlands, met een interessante inleiding.
De gebedsruimte mag nergens anders voor gebruikt worden dan waarvoor zij bestemd is, want zij draagt die naam niet voor niets. Dan kan ieder die misschien ook buiten de vastgestelde uren wil bidden, er in zijn vrije tijd terecht zonder gestoord te worden door iemand die daar eigenlijk niets te maken heeft.
Houd u bij het zingen aan de tekst en zing niet wat niet bestemd is om gezongen te worden.
Uw kleren moeten door één of meerdere personen gemeenschappelijk beheerd worden. Zij zullen ervoor zorgen ze te luchten en motvrij te houden. Zoals uw eten uit één keuken komt, zo moeten uw kleren uit één linnenkamer komen.
Hoe het ook zij, als een medebroeder zegt dat hij zich niet goed voelt, ook al manifesteert de ziekte zich nog niet, geloof hem dan zonder meer. Maar als u er niet zeker van bent of de verzorging die iemand wil hebben, iets zal uithalen, roep er dan een dokter bij.
In de dienst beginnen we met het luisteren naar 'muziek uit het klooster'. Dat zal muziek zijn van veel later datum, ik kies twee stukjes muziek van Hildegard van Bingen. Zij was in twaalfde eeuw abdis van een klooster en schreef muziek voor de erediensten in het klooster. Verder zal ik het niet zozeer hebben over het kloosterleven, wel over het aspect van het gemeenschappelijk leven in het geloof.
8 augustus 2007
Hier een foto van de eerder genoemde schilderijen gemaakt bij de tekst 'Veel te laat heb ik u liefgekregen' (zie bij 2 augustus).

2 augustus 2007
In de kerk de schilderijen opgehangen die door gemeenteleden gemaakt zijn bij de tekst van Huub Oosterhuis 'Veel te laat heb ik jou liefgekregen'. Het is zijn weergave van een fragment uit de Belijdenissen van Augustinus.
Laat heb ik u liefgekregen, o schoonheid, zo en oud en zo nieuw, laat heb ik u liefgekregen! En gij waart binnen en ik was buiten, en daar zocht ik u, en ik rende, wanstaltig als ik was, op de schone dingen af die door u gemaakt zijn. Gij waart bij mij en ik niet bij u. Ik werd ver van u gehouden door dingen die niet bestaan zouden hebben, als ze niet in u bestaan hadden. Geroepen hebt gij, geschreeuwd en mijn doofheid doorbroken; gestraald hebt gij en mijn blindheid verjaagd; gegeurd hebt gij en ik heb ingeademd en snak nu naar u; geproefd heb ik en nu honger ik en dorst ik; aangeraakt hebt gij mij en ik ben ontvlamd naar uw vrede.
Toen ik vroeg welk bijbelgedeelte daar nu bij zou passen kreeg ik verschillende suggesties. Het Hooglied werd genoemd, het lied van de liefde van Paulus in 1 Corinthe 13, de gelijkenis van de verloren zoon. Zelf dacht ik aan het verhaal van de man die al achtendertig jaar ziek was. Jezus wist dat en vroeg aan hem of hij gezond wilde worden, nota bene. Deze man werd genezen, laat, te laat?
Voor de dienst heb ik gekozen voor een deel uit het Hooglied en het verhaal van de man die achtendertig jaar lag te wachten op een kans op genezing. Verder denk ik nog na over het 'te laat' van Oosterhuis, verwijten genoeg bij Augustinus, daar wil ik er geen aan toevoegen. Het 'laat' heeft, denk ik, meer te maken met de overtuiging van Augustinus dat Gods liefde en Gods zoeken (ver) vooraf gaat aan onze liefde en ons zoeken. Met andere woorden: onze liefde en ons zoeken is altijd een antwoord op iets wat er al is.
Veel te laat heb ik jou liefgekregen
schoonheid wat ben je oud wat ben je nieuw
veel te laat heb ik jou liefgekregen.
Binnen in mij was je, ik was buiten
en ik zocht jou als een ziende blinde
buiten mij, en uitgestort als water
liep ik van jou weg en liep verloren
tussen zoveel schoonheid die niet jij is.
Toen heb jij geroepen en geschreeuwd,
door mijn doofheid ben jij heengebroken.
Oogverblindend ben jij opgedaagd
om mijn blindheid op de vlucht te jagen.
Geuren deed jij en ik haalde adem,
nog snak ik naar adem en naar jou.
Proeven deed ik jou en sindsdien dorst ik,
honger ik naar jou. Mij lichtgeraakte,
heb jij doen ontbranden. En nu brand ik
lichterlaaie naar jou toe, om vrede.
26 juli 2007
De foto's hieronder zijn van de schildering met toelichting die gemaakt is door de groep met wie ik de Augustinusdiensten heb voorbereid. Jannie Bronda maakte de schildering, Gerda Klement en Bea van Arkel zorgden voor de teksten met begeleidende tekeningen. Het geheel geeft in kort bestek een overzicht van het leven van Augustinus. Aanstaande zondag staan we stil bij de bekering van Augustinus, ingezet met de woorden 'tolle lege', neem en lees. In die woorden hoor ik een herhaalde uitnodiging voor de mens die zoekt, het leven, de waarheid, God, zichzelf, noem maar op. Neem en lees, over de kracht van die uitnodiging wil ik zondag iets zeggen.
25 juli 2007


19 juli 2007
Aanstaande zondag de eerste dienst in de serie van vier. Intussen is afgesproken dat er in deze dienst ook een kind gedoopt wordt, een extra aanleiding om bij het moederschap van Monica stil te staan. Afgelopen zondag heb ik de gemeenteleden gevraagd om een krantenknipsel of iets dergelijks mee te brengen naar de dienst, waarin het over moeder- en/of vaderschap gaat. Ik vertel de droom van Monica zoals Augustinus die in zijn Belijdenissen doorgeeft en geef daar mijn commentaar bij.
Als begeleidende activiteiten organiseren we een schildermiddag, we gaan op 25 juli schilderen bij een tekst van Augustinus, en we gaan met een groep gemeenteleden naar museum het Catharijneconvent in Utrecht, waar een tentoonstelling is over kloosters. Dat bezoek is op 9 augustus.
We beginnen de diensten met een Taizélied, waarvan de tekst gebaseerd is op een tekst van Augustinus.
Eén verlangen vult mijn wezen:
wat ik ben aan U te geven, Heer.
Onrust kent mijn hart en blijft verwachten,
totdat het verstilt in U.
12 juni 2007
Vorige week hebben we een tweede overleg gehad over de zomerdiensten rond Augustinus. Allerlei mensen zijn al bezig met de voorbereidingen. Zo komt er een geschilderd overzicht van het leven van Augustinus, zodat je in de dienst in één oogopslag een beetje op de hoogte bent. We proberen een uitstapje te organiseren, mogelijk naar een expositie die raakvlakken heeft met het werk van Augustinus en we willen iet met muziek en zang. Het is allemaal nog in de beginfase, daarom zeggen we er nog niet te veel over, het moet nog van de grond komen. Wel werd in het overleg duidelijk dat we in ieder geval een dienst houden rond de moeder van Augustinus, Monica, en wat zij voor hem betekend heeft. De volgende dienst zou dan kunnen gaan over de bekering van Augustinus, het moment dat hij tot zijn bevrijdende inzicht kwam. Daarna nog twee diensten, dat kan er één zijn rond zijn 'Belijdenissen', het boek waarin hij veel geschreven heeft over zijn weg in het geloof, de laatste dienst zou kunnen gaan over zijn kloosteridealen. Zo begint het een en ander vorm te krijgen, als u ideeën hebt of iets in denkt te kunnen brengen, horen we dat graag van u.
21 mei 2007
Vanmorgen een eerste overleg gehad over de serie zomerdiensten die ik deze zomer wil houden. We gaan iets doen met Augustinus, de kerkvader. Vier diensten met als uitgangspunt een thema ontleend aan het werk van Augustinus, zijn kloosterregel, zijn preken, zijn belijdenissen. Om er in te komen hier een preekfragment, ooit verkozen als 'het mooiste preekfragment aller tijden' (nou, nou...).
Wie is er nu niet afgemat in deze wereld? Kan iemand mij zeggen wie er niet afgemat is van het werken of van het piekeren? De arme is afgemat van het werken, de rijke van het piekeren. De arme is afgemat omdat hij streeft naar bezit, de rijke omdat hij streeft naar behoud. En omdat hij ook nog winst wil maken, is de rijke nog veel afgematter. Je draagt dus in feite je eigen last: de zonden waaronder je gebukt gaat. En toch probeer je je te verheffen, ondanks het enorme gewicht van de zonden. En je trots zwelt op, ook al ben je zwaar beladen.
Daarom zegt de Heer... Nou, wat zegt Hij? Juist, ’Ik zal u verkwikken. Neem mijn juk op en leer van Mij.’ Wat kunnen we dan van U leren, Heer? Wij weten dat u in het begin het Woord was, en dat het Woord bij God was en dat het Woord God was. Wij weten dat alles door U is gemaakt, het zichtbare en het onzichtbare. Wat kunnen wij van u leren? De hemel ophangen? De aarde vastzetten? De zee uitspreiden? De lucht uitspannen? Alle vier de elementen van de bijpassende wezens voorzien? De tijdperken ordenen? De afwisseling in de jaargetijden aanbrengen? Is dat wat wij van U kunnen leren? Of wilt u ons misschien leren wat U op aarde hebt gedaan? Wilt U ons dát leren? Dan kunnen we van U leren hoe we melaatsen moeten reinigen, hoe we demonen moeten uitdrijven, koortsen verjagen, de golven van de zee tot bedaren brengen, doden tot leven wekken...
’Niets van dat alles’, zegt Hij.
Maar wat dan wel?
Zachtmoedigheid en nederigheid van hart.
Schaam je, trotse mens, schaam je voor God. Het Woord van God zegt, God zegt, de Eniggeborene zegt, de Allerhoogste zegt: ’Leer van Mij dat ik zachtmoedig ben en nederig van hart’. Zijn hoge majesteit is afgedaald naar de nederigheid. En dan durf jij, mens, je nog op te blazen? Mens, kom tot jezelf, breng jezelf terug tot de nederigheid van Christus en blaas jezelf niet op tot je van trots uit elkaar barst.