Orde
van de dienst
op
zondag 30 juli 2006
Het
Drentse landschap:
de
vraag om het leven te genieten
De Schepershof 9.30 uur
De vierde dienst rond landschappen. De polder, de zee, de bergen en vandaag tenslotte het Drentse landschap.
Ter inleiding een citaat van Rutger Kopland, hij geeft antwoord op de vraag waar het landschap van de Drentse A hem raakt.
'Voor mij is de vraag altijd nog waarom ik mij zo aangetrokken voel tot dit landschap. Het vervult mij met diepe rust en tegelijkertijd geeft het mij een gevoel van hevige onrust - alsof ik geconfronteerd word met een ten diepste onvervulbaar verlangen. Als ik zo om me heen kijk, denk ik: zo is het. Dit blijft. Ik zou bij wijze van spreken graag bij dit blijvende willen horen. Tegelijkertijd besef ik: ik hoor er niet bij, ik zal er nooit bijhoren, dit is de zogenaamde objectieve werkelijkheid waar ik als subject geen deel aan heb. Dit landschap zal zich niets van mij aantrekken als ik verdwijn. Het staat in principe volstrekt onverschillig tegenover mijn aanwezigheid.'
Vooraf orgelspel
Aansteken van de paaskaars
Welkom en mededelingen
Psalm 67
Stil gebed
Votum en groet
Inleidend woord
'Drentse A'
I
Morgens aan de
rivier, morgens waarin
hij nog lijkt te
overwegen
waarheen hij die dag
weer zal gaan,
of hij diezelfde
hevige bewegingen
zal maken als
altijd,
of niet meer,
of zijn deze
eindeloze aarzelingen
de lege gebaren van
iemand
die al niet meer bestaat,
en zich heeft neergelegd
bij wat hij is,
tussen zijn oevers,
in het zinloze spoor
dat hij groef
II
Alsof hij opnieuw
zou willen beginnen,
zo rusteloos lijken
zijn bewegingen,
alsof hij terug kon
naar zijn land van
herkomst,
zijn schemerig verleden in
en dan hier weer komen liggen,
maar hij is stil
tussen
zijn oevers, en ook
zijn oevers zijn stil.
III
Alsof hij verder zou
willen gaan
dan hier, er een
bestemming zou zijn,
ergens een plek waar
hij
nog nooit is geweest
en daar zou kunnen komen,
maar daar, in de
verte
is hij al – dezelfde
als hier.
IV
Morgen aan de
rivier,
morgen waarin hij
eindelijk
niets meer zal zijn
dan de rivier.
Muziek (J.S. Bach, Synfonia uit Cantate 42)
'Psalm 23'
God is mien skeper,
en van Hum wi'k spreken.
Under zien zörg zal
't mij an niks ontbreken.
Gruun is het laand
waor Hij mij rust wil geven,
fris is de bron, het
water van het leven.
Hij hef de leide,
gef mij grote zegen,
en um zien naam wis Hij mij rechte wegen.
Al gao ik deur een dal
van duusternissen,
zölfs in de dood
huuf ik dien zörg niet missen.
Do wils mij met dien
stok en stut omgeven;
dit is de treust
veur hiel mien zörgvol leven.
Do lats mij van dien
volle taofel eten.
Zij zult het zien, de vijand zal het weten.
Do wils mien beker
vol van vrede schinken,
mien heufd met eulie
zalven en mij drenken
met trouw en
goedheid. Do wil blieven dragen
met trouwe zörge aal
mien levensdagen.
Ik mag in 't hoes
gaon van mien God en Here;
zolang ik leef, zal ik bij Hum verkeren.
Gezang 431:1,2 en 3
Gebed om de opening van het Woord
Prediker 1:2-11
2 Lucht en leegte, zegt Prediker,
lucht en leegte,
alles is leegte.
3 Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij
heeft verworven,
al zijn moeizaam
gezwoeg onder de zon?
4 Generaties gaan, generaties komen,
maar de aarde blijft
altijd bestaan.
5 De zon komt op, de zon gaat onder,
en altijd snelt ze
naar de plaats waar ze weer op zal gaan.
6 De wind waait naar het zuiden,
dan draait hij naar
het noorden.
Hij draait en waait
en draait,
en al draaiend waait
de wind weer terug.
7 Alle rivieren stromen naar de zee,
toch raakt de zee
niet vol.
De rivieren keren
om,
ze gaan weer naar de
plaats vanwaar ze komen,
en beginnen weer
opnieuw te stromen.
8 Alles is vermoeiend,
zozeer dat er geen
woorden voor te vinden zijn.
De ogen van een mens
kijken, en vinden geen rust,
zijn oren horen, en
ze blijven horen.
9 Wat er was, zal er altijd weer zijn,
wat er is gedaan,
zal altijd weer worden gedaan.
Er is niets nieuws
onder de zon.
10 Wanneer men van iets zegt: ‘Kijk, iets
nieuws,’
dan is het altijd
iets dat er sinds langvervlogen tijden is geweest.
11 De vroegere generaties zijn vergeten,
en ook de komende zullen weer worden vergeten.
Gezang 425:1,3 en 5
Overdenking
Prediker
8:15
15 Daarom prijs ik de vreugde, want er is onder
de zon niets beters voor de mens dan dat hij zich aan eten en drinken te goed
doet en geniet. De vreugde is zijn metgezel wanneer hij zwoegt op elke
levensdag onder de zon die God hem heeft gegeven.
Prediker 9:7-9
7 Dus eet je brood met vreugde, drink met een
vrolijk hart je wijn. God ziet alles wat je doet allang met welbehagen aan. 8 Draag
altijd vrolijke kleren, kies een feestelijke geur. 9 Geniet van het leven met de vrouw die je
bemint. Geniet op alle dagen van je leven, die God je heeft gegeven. Het
bestaan is leeg en vluchtig en je zwoegt en zwoegt onder de zon, dus geniet op
elke dag. Het is het loon dat God je heeft gegeven.
Prediker 11:7-9
7 Het licht is een genot. Wat een weldaad voor
de ogen om de zon te zien! 8 Wanneer een mens lang leeft, laat hij dan van
elke dag genieten en bedenken dat de dagen van de duisternis ontelbaar zullen
zijn. De toekomst is niets dan leegte. 9 Geniet dus, beste vriend, van je jonge jaren,
haal je hart op aan de dagen van je jeugd. Volg de wegen die je hart wil gaan,
gun je ogen wat ze wensen.
Muziek (Eleni Karaïndrou, Young Man's Theme uit 'The Weeping Meadow')
Dankgebed en voorbede
Inzameling van de gaven
Gezang 479
Zegen, gemeente zingt AMEN
tekst:
'Drentse A':
Rutger Kopland
'Psalm 23': uit 'Psalms en gezangen in Dreents'