Gemeente
van onze Heer Jezus Christus,
Hoor wie
klopt daar, kind’ren, hoor wie klopt daar zachtjes tegen ’t raam?
’t Is een
vreemd’ling zeker, die verdwaald is, zeker, ‘k zal eens vragen naar zijn naam.
Zo klinkt
een bekend sinterklaasliedje.
Dus dat
past wel bij deze dag. Het is immers 5 december, de dag van Sinterklaas.
Maar… in
de kerk vieren we geen Sinterklaas… tenminste niet in de kerkdienst.
Ook al is
Sinterklaas nog zo’n man van de kerk… een bisschop… een heilige…
toch
vieren we hier vandaag niet zijn feest. We vieren advent.
We oefenen
ons in volharding en verwachting.
In blijven
uitzien naar het licht, hoe donker het ook is!
Vandaag is
het de tweede zondag van de advent.
En staan
we stil bij de tweede vrouw, die genoemd wordt in de stamboom van Jezus…
in het
geslachtsregister dat Mattheus heeft geschreven.
De eerste
vrouw, daar genoemd, is Tamar.
Daarvan
hebben we vorige week gelezen…
hoe zij
het hart had… de moed om te blijven zoeken naar recht… naar echte toekomst.
Vandaag is
het de tweede vrouw in Jezus’ stamboom, die onze aandacht vraagt.
Die bij
ons aanklopt . . .
Hoor wie
klopt, daar kinderen . . .
Hee… ’t Is een vreemdelinge! Zeker!
Geen kind
van Gods volk, maar een vreemde.
Maar ze is
niet verdwaald! Integendeel!
Ze vindt
haar diepste bestemming. Ze komt thuis in Israël.
En wie
gaat vragen naar haar naam, krijgt te horen dat ze Rachab heet.
Rachab, de vrouw uit Jericho, de vreemdelinge uit een
vijandig volk wordt tot bondgenoot.
Voordat we
nader op haar verhaal ingaan, eerst even dit . . . misschien ten overvloede…
Maar nog
altijd is er kritiek op die oorlogen waarvan de bijbel vertelt.
Dat het
volk Israël andere volken verdrijft uit hun woongebied om er zelf te gaan wonen
. . .
en dat hun
God hen daartoe aanzet . . . en dus
aanzet tot oorlog . . .
Nee, dat
deugt van geen kanten. Zo luidt vaak de kritiek.
Eén stap
verder, en men verklaart daarom alle godsdienst tot een bron van strijd en
ellende en onverdraagzaamheid.
Oppervlakkig
gezien lijken zulke critici gelijk te hebben.
Maar dat
is dan inderdaad oppervlakkig gezien.
Want zo’n
redenering getuigt op z’n minst van onbegrip. En vaker nog van onwil.
Men wil
dan gewoon niet weten, dat het God juist begonnen is om vrede, en liefde en
gerechtigheid.
Ja maar…
het beloofde land mòet toch veroverd worden… ten koste van veel strijd?
Inderdaad.
Maar je
moet wel weten hoe je dat moet verstaan!
En als
eersten kunnen de joodse rabbijnen ons dat leren.
Die zijn
al eeuwenlang bezig met de uitleg van de bijbelse teksten. De bedoeling ervan!
Die kijken
al eeuwenlang verder dan de letter van de schriften. Bijvoorbeeld:
Al toen
Jezus op aarde rondliep, werden in Israël veel voorgeschreven straffen niet
meer uitgevoerd.
Met name
de doodsstraf op verschillende vergrijpen, die keihard voorgeschreven waren in de Tora… in de wet…
die waren al lang omgezet in mildere straffen… veel humaner.
Juist
vanuit de vraag: Wat wil deze tekst ons hier en nu zeggen?
Hoe kunnen
we vandaag het beste recht doen aan wat God wil?
Dat geldt
ook voor het gebod om de waarheid te spreken.
Dat is
altijd ondergeschikt aan het gebod om iemands leven niet in gevaar te brengen.
Daarom
wordt de leugen, die Rachab spreekt haar niet aangerekend.
Ze redt er
(twee) mensenlevens mee.
Zo hebben
de rabbijnen altijd al gezocht naar de betekenis achter de teksten.
Welnu,
precies zo moeten die bijbelse oorlogen verstaan worden… uitgelegd.
Dus als we
met die ogen gaan lezen over de oorlog om het beloofde land, dan blijkt het
altijd te gaan om de strijd vòòr of tegen Gods gezag. Het gaat om Gods
zeggenschap.
Wil men
Gods koninkrijk tegenhouden, of wil men mee de weg banen daar naar toe?
Dat is de
grote profetische vraag.
En daar
gaat het dan ook om in het boek Jozua.
Niet
toevallig is het boek Jozua, naar Joodse indeling, het eerste boek der profeten.
Hier staat
dus een profetische boodschap.
En dan
krijgt met name de stad Jericho een profetische betekenis!
Want
Jericho staat symbool voor alle machten, die Gods toekomst willen blokkeren.
Jericho,
met zijn dikke muren en zware torens, is hèt bolwerk van vijandschap tegen God.
Jericho
verzet zich uit alle macht tegen Gods wil… tegen zijn heil.
Pas zo
gaan we echt zien om welke strijd het gaat… eigenlijk alle eeuwen door.
Nl om de
strijd tussen Gods volk en Gods vijanden.
Intussen
hebben we geleerd dat die strijd niet gevoerd moet worden met wapens…
-
en dat is nu net wat fundamentalisten maar niet begrijpen …
maar die hebben dan ook meer op met de letter dan met de geest –
In elk
geval: tegen deze achtergrond gaan we Rachab zien in het goede licht.
Want
anders zou ze niet meer zijn dan een ordinaire overloopster, een collaborateur,
een landverraadster.
Maar in
het profetische licht is Rachab een vrouw… een mens, die kiest voor God, ook al
gaat dat in tegen heel haar afkomst en omgeving.
In het
spoor van Abraham verlaat ze haar stad, haar volk, haar familie en kiest voor
het land van Gods belofte…
…nou ja,
haar familie neemt ze mee… die gunt ze ook redding… toekomst in het land van
Israëls God.
Rachab, de
hoer wordt een moeder in Israël.
Hoewel…
daar is nogal wat over te doen geweest. Volgens een bepaalde rabbijnse uitleg
was Rachab geen hoer maar dreef ze een herberg.
Tenslotte
is zij ook een voormoeder van de grote koning David… en blijkbaar werd het wat
al te pijnlijk gevonden, dat de stamboom van koning David ook een prostituee
zou omvatten.
Voor mij
persoonlijk zou de boodschap er alleen maar sterker door klinken…
als het
een hoer zou zijn, die geroepen is tot een ereplaats in het geslacht van de
Messias.
Zei Jezus
niet, dat de hoeren en tollenaars menige brave burger voorgaan in het
koninkrijk van God?
En laat
dit niet eens te meer zien, dat God nooit kijkt naar iemands achtergrond… naar
iemands verleden.
Niet naar
wat er van iemand geworden is, maar wat iemand worden kan, daar is God op uit.
Daarom
schrijft Hij geen mens af. Laat staan een hele groep of een heel volk.
Want de
kring van Gods volk is niet een gesloten kring, maar een open kring.
De grenzen
liggen nooit voorgoed vast. Grenzen kunnen doorbroken worden.
Er is
verandering mogelijk, omkeer, een nieuw begin. Altijd!
Daarvan is
Rachab het levende bewijs.
En dat
zouden wij kunnen bedenken, als wijzelf kijken naar andere mensen… en naar
andere groepen. Naar de allochtonen, bijvoorbeeld, moslims… Antillianen… of wie
dan ook.
Het laat
zich van buiten af niet zomaar aanwijzen… wie er aan Gods kant staan, en wie
zijn vijanden zijn.
Dat brengt
de vraag terug op onszelf:
Waar staan
wijzelf eigenlijk? Aan Gods kant? Of blokkeren wij juist zijn wil… zijn
toekomst?
De
kernvraag van de advent, nietwaar?
Hoe zal ik
U ontvangen?
Overigens
blijft het toch opvallend, als we het geslachtsregister van Jezus doorlezen.
Dat de
vrouwen, die daar genoemd worden uitgerekend dubieuze vrouwen waren… je zou
haast zeggen: de zwarte schapen.
Geen Sara,
Rebekka of Lea wordt daar genoemd. Maar een Tamar, een Rachab, een Bathseba…
toch min of meer omstreden figuren, niet van onbesproken gedrag.
Het is
altijd maar weer hetzelfde refrein:
Voor God
worden de minsten de meesten, en zijn de laatste de eersten.
Wie geen
naam heeft, geen betekenis, neemt Hij onder zijn hoede.
En bereidt
Hij een ereplaats in zijn heilsgeschiedenis.
Rachab, de
vrouw, die vanuit de nacht van Jericho aan de dag trad in Israël.
Eentje van
het volk, dat in duisternis wandelt, maar het licht heeft zien opgaan.
Een
lichtend voorbeeld van de advent.
Een vrouw,
die precies wist om welke vraag het gaat, als je te maken krijgt met Israëls
God… met zijn heil…voor ons werkelijkheid geworden in Jezus Messias.
De
kernvraag: Hoe zal ik Hem ontvangen.
Rachab
wist het juiste antwoord.
Zouden wij
ook maar in de schaduw van Rachab kunnen staan?
Of moet je
juist in haar schaduw staan om met haar mee het licht te kunnen begroeten?
Het Licht
der wereld? De Messias
Hoor, wie
klopt daar, kind’ren?
Amen
Hans Bijleveld