Door de ogen van Mel Gibson / Maria
Ik geloof niet in het lijden, in zweet en bloed, ik geloof niet in doornenkroon en kruis. Ik geloof in God, in Jezus, ik geloof in de liefde en de kracht van de liefde.
Mel Gibson laat in zijn film 'Te Passion of the Christ' het lijden van Jezus in zijn laatste twaalf uren zien. Met heel veel bloed, heel veel marteling. De kijker moet, zo zegt hij in een interview, over de rand geduwd worden.
In het tv-programma Spiritus heb ik ongeveer 25 seconden van de film gezien. We konden meekijken met een jonge vrouw, die naar eigen zeggen heel veel van Jezus houdt. Ze moest huilen bij het zien van de martelingen. Heel integer, heel terecht. Toch was er ook iets vreemds aan dat huilen. Wie van ons zou meer dan anderhalf uur gaan kijken naar beelden van de verkrachting, de marteling, het dood maken van onze geliefde. Dat houd je alleen vol als je aan dat lijden zelf een betekenis geeft.
Moest Jezus lijden? Voor onze zonden gestorven? God vergeeft, dat betekent dat Hij met ons omgaat zoals Hij wil, niet zoals door onze daden vereist zou worden. God is daar vrij in en de kern van vergeving is juist dat er niets tegenover hoeft te staan. Dat de mens in wie die vergeving in vlees en bloed voor ons staat vermoord wordt is de afschuwelijke waarheid van het lijden en de dood van Jezus. Steeds als ik liefde afwijs, als ik blijf zitten in mijn angst en weerstand, in mijn ongeloof en twijfel, ben ik medeschuldig aan dat lijden.
Wat me dan over de rand duwt (of beter gezegd: trekt) van weerstand en ongeloof, is de liefde van God, die niet rekent met mijn tegenstand en schuld. Die liefde ontmoet ik ook in het volhouden van Jezus, die liefde laat zich er niet uit martelen. Maar die liefde en kracht hadden al velen ervaren vóór die lijdensuren. Doven, blinden, zondaars, tollenaars, hoeren, discipelen in wording, ze werden allemaal over de rand getrokken door de lichte blik van Jezus. Ik protesteer tegen elke suggestie dat het pure lijden van Jezus me over de rand zou trekken of me anderszins zou helpen.

Tijdens de vespers in de Stille Week keken we in Oost door de ogen van Maria naar Jezus, naar zijn leven en lijden. Op de afbeelding ziet u het ontwerp van Jannie Bronda-van der Ziel voor een schildering bij die vespers. Een gestileerde Maria met op haar schoot een geknakte rietstengel. Hier zien we de kwetsbaarheid van Jezus in onze wereld verbeeld, tegelijk is het een heenwijzing naar Jesaja, over het geknakte riet dat niet verbroken zal worden. Zo wil God onder ons zijn, heel makend wat kapot gemaakt wordt.
Mijn concentratie op God, op Jezus, is een concentratie op de liefde, op het licht, op het leven.
Mijn bidden, mijn zoeken van God, is een afstemmen op de stem van de liefde. Stil staan bij het lijden van Jezus betekent aan de ene kant zien hoe gemakkelijk die liefde ongedaan gemaakt kan worden, aan de andere kant zien hoe sterk de liefde is. Aan die liefde wil ik mijn vertrouwen geven, niet aan het lijden.
Daarom ga ik niet naar de film, uit respect voor Jezus en uit respect voor mezelf.
Jan de Korte