En de Here ging voort tot Achaz te spreken: Vraag voor
u een teken van de Here, uw God, diep in het dodenrijk
of boven in den hoge. Maar Achaz zeide: Ik zal er geen
vragen, en de Here niet verzoeken. Toen zeide hij:
Hoort toch, gij huis van David! Is het u niet genoeg mensen
te vermoeien, dat gij ook mijn God vermoeit? Daarom zal
de Here zelf u een teken geven: Zie, de jonkvrouw zal
zwanger worden en een zoon baren; en zij zal hem
de naam Immanuël geven.
(Jesaja 7:10-14)
En dan… mochten we een opstel schrijven:
En toen gingen we de bus in,
en toen kwamen we in de dierentuin,
en toen gingen we weer in de bus,
en toen stonden we stil voor de brug,
en toen gingen we weer rijden,
en toen kwamen we weer thuis.
Zo mocht dat niet,
het eerste woord van de zin mocht niet 'en' zijn.
Maar het gaf zo mooi de vaart van de dag aan.
Steeds gebeurde er weer iets nieuws.
En toch mocht het niet.
Soms mag het wel.
Eén van de mooiste
en misschien wel het bekendste verhaal in de Bijbel
begint met 'en'.
En het geschiedde in die dagen.
Ook daar houdt dat woordje 'en' de vaart erin.
Anders gezegd: het verbindt heden en verleden,
zet wat verteld gaat worden in een verband,
in een reeks, in een geschiedenis.
Geeft aan dat er na alles wat er gebeurd is
iets nieuws gaat gebeuren.
Zie nou Achaz, koning van Juda in Jeruzalem.
Hij ziet de dreiging van koningen en legers van naburige landen.
Het levert hem knikkende knieën en slappe handen op.
Hij kan niets meer, de overmacht maakt hem machteloos.
Jesaja verwacht meer van een koning in Jeruzalem:
als jij niet gelooft, dan wordt het inderdaad niets meer.
Vraag een teken, durf het, heb de moed
te zien dat er meer is dan de platte werkelijkheid,
vraag een teken in den hoge of in de diepte.
Achaz verschuilt zich achter vrome praatjes,
waar de mensen en God moe van worden.
'Ik wil het licht wel zien, wel verdieping en troost in mijn leven,
maar de Bijbel, daar staan zoveel ongeloofwaardige dingen in,
en in de kerk, daar zitten zoveel huichelachtige mensen,
trouwens de hele godsdienst, al dat geweld in de naam van.'
Voor Achaz is het afgelopen, einde verhaal,
voor hem geen zin meer die met 'en' begint,
hoewel hij uitgedaagd wordt daarnaar te vragen.
Een mooi verhaal over Zadkine, de beeldhouwer,
vertelt over zijn woorden bij de onthulling
van zijn beeld 'Verwoeste stad',
gemaakt bij de verwoesting van Rotterdam in 1940,
het beeld zonder hart, dat daar staat
met de armen ten hemel geheven,
hartverscheurend, om de stad zonder hart,
een wereld vol bomkraters:
'Een stad zonder hart. Een mensheid met
een gapende leegte waar zijn hart hoorde te zijn.
Voor sommigen geneest die leegte nooit meer.
Daar zijn we intussen wel achter.
Nu kàn het zijn dat er in die leegte
- in dat gat in het beeld -
een vogel een nest komt bouwen.
Ik hoop dat de schoonmaakdienst van deze stad
dat nest dan niet opruimt.
Als er in de leegte nieuw leven onstaat,
dan beantwoordt mijn beeld aan mijn bedoeling'.
Zo doet de beeldhouwer, wat de koning van Jeruzalem naliet,
zo vraagt Zadkine om een teken,
laat je leegte maar zien, je armoede, je vraag,
je wanhoop, je verdriet,
durf je leegte te laten zien
en hef je armen omhoog.
Achaz durft niet, voor hem geen 'en' meer,
maar God zelf geeft hem een teken,
zijn vogelnestje, een vrouw zal een kind krijgen
en zij zal hem de naam Immanuël geven,
dat betekent God-met-ons.
Stel u voor, daar gaat die kleine jongen,
door het Jeruzalem van Achaz,
door het Jeruzalem van vandaag,
langs de prikkeldraadversperringen,
langs de bomkraters, om de mijnen heen,
door het vluchtelingenkamp,
en hij draag de naam God-met-ons.
Wat is het helemaal, een naam, een woord,
en verder loopt die jongen met lege handen.
Zo leeg als onze kerstbomen,
ons kaarsenlicht en kerstgedachten en -liederen.
Laten we al die glitter van ons verstaan
als de roep, als de vraag, als het verlangen,
God-met-ons,
zoals de woorden als een zucht weer op de euro staan,
God zij met ons.
Meer kunnen we niet doen:
de armen omhoog heffen en onze leegte laten zien.
Dat is de vraag om een teken.
En het geschiedde,
het is het 'en' van Gods nieuwe daden,
van het licht in het donker,
van Gods komst in een wereld waarin Hij afwezig lijkt.
In het vertrouwen op dat 'en' heffen wij onze armen omhoog
en laten onze leegte zien.
En het zal geschieden, in onze dagen.
Jan de Korte