Marcus 1:1-8

Begin van het Evangelie van Jezus Christus.
Gelijk geschreven staat bij de profeet Jesaja: Zie, Ik zend mijn bode voor uw aangezicht uit, die uw weg bereiden zal; de stem van een, die roept in de woestijn: Bereidt de weg des Heren, maakt recht zijn paden, geschiedde het, dat Johannes doopte in de woestijn en de doop der bekering tot vergeving van zonden predikte. En het gehele Joodse land liep tot hem uit en alle inwoners van Jeruzalem, en zij lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan onder belijdenis van hun zonden. En Johannes was gekleed met kameelhaar en met een lederen gordel om zijn lendenen, en hij at sprinkhanen en wilde honing. En hij predikte en zeide: Na mij komt, die sterker is dan ik, wiens schoenriem ik niet waardig ben, nederbukkende, los te maken. Ik heb u gedoopt met water, maar Hij zal u dopen met de heilige Geest.

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

Vluchtelingen bestaan niet,
er bestaan alleen weggewaaide mensen
die door de wind
over de wereld zijn geblazen.

Bijna een miljoen vluchtelingen rond Birma, weggewaaide mensen. Duizenden en duizenden asielzoekers in ons eigen land, en de getallen worden pas echt duizelingwekkend als je de enkelingen ontmoet. De angstige, zoekende, onzekere mensen. De moeders en vaders met hun kinderen. Stuk voor stuk verhalen die doen zuchten en vaak wanhopen. Weggewaaide mensen, en nog is het einde niet… Oorlogen, armoede, bedreiging, marteling, zal er ooit een eind aan komen. Het kan ons somber en machteloos maken. Het kan ons onverschillig en hard maken. Het kan ons opgewonden en actief maken.

Begin van het evangelie van Jezus Christus. De woorden klinken in een wereld als de onze, een bezet land, een bedreigde stad, een volk dat moe en wanhopig is, en nog is het einde niet.
Begin van het evangelie van Jezus Christus. De woorden van Marcus klinken als een gongslag, middenin alle gespeculeer over het einde, middenin de wanhoop, middenin de roep om harde actie. Met het woord begin staat Marcus ineens aan de andere kant, het gaat niet over het einde, het einde van de samenleving of het einde van het onrecht, of welk einde dan ook. Het gaat niet om het afmaken van iets, om het voortgaan van een proces, niet om een positieve wending van de geschiedenis. Nee, het gaat om begin, zo luidt hij de gong, zo schudt hij zijn tijdgenoten wakker. Die gong klinkt ook vandaag. Begin staat er, als een echo van de eerste woorden van de Bijbel, 'In den beginne'. Woorden van schepping, van begin, van iets waar niets was. Probeert u dat mee te denken, het gaat niet om een nieuw begin, niet om een nieuw begin van uw leven, niet om een nieuw begin voor de wereld, het gaat hier om begin, om schepping, om de daad van God waardoor is wat er is.

Begin van het evangelie van Jezus Christus. Dat is niet een hoofdstukaanduiding, zo van: nu ga ik jullie iets vertellen over Jezus Christus. Het is eerder een korte inhoud, een aanduiding van het fundamenteel andere dat volgt. We krijgen dan het verhaal over een stem in de woestijn, over de doop in de Jordaan, over mensen die in het water ondergaan, die er niet zijn, die er wel zijn. Wat is dit voor een leven, wat is dit voor een wereld, dat is het ondergaan in het water van de Jordaan. Begin, begin van Godswege, leven dat kan en mag, dat is het bovenkomen uit het water van de Jordaan.
De doop symboliseert de breuk met leven dat geen leven is, de breuk met de ideologie van eigen volk eerst, maar ook de breuk met de wanhoop en de machteloosheid, en ook de breuk met de overspannen verwachting. De doop symboliseert vooral de schepping, het begin, van mens, van leven, van het leven op aarde.

Begin van het evangelie van Jezus Christus. Evangelie is het goede bericht van Jezus Christus, evangelie is de aanduiding van de werkelijkheid van Jezus Christus, van het leven dat Hij meebrengt en geeft. Dat is begin, dat geeft begin, dat is altijd weer begin. Waar die gongslag klinkt doorbreekt die alle zuchten en wanhopen over het naderende einde, doorbreekt die ook alle uitzien naar het einde. In ons leven, geworden tot wat het is, met alle schade en schande, staat daar Marcus. Marcus, wat moeten we nog, wat moeten we nog meer, hoe moeten we verder, hoe zal het aflopen? En Marcus opent de mond, pakt de pen, en schrijft op: Begin van het evangelie van Jezus Christus. Laat alles achter je, en besef dat hier je leven en het leven voor de wereld ligt.

En hij vertelt over de doop, de doop van Johannes, die verwijst naar de doop met de Heilige Geest. Want het begin dat hij afkondigt is het begin van het evangelie van Jezus Christus. Het begin van het leven dat Hij meebrengt en oproept. Dat is het leven in de Geest, de Geest die leven is en leven doet, de Geest die recht zet en goede vruchten geeft. De Geest van God die in den beginne boven de wateren zweefde, zweeft ook hier boven de wateren, boven het water van de doop. Waar God is en waar de Geest van God is, is begin. Daar gaat het niet over uitzichtloze situaties, over doodlopende wegen, daar gaat het niet over dweilen met de kraan open, daar gaat het over begin, over schepping, over leven waar geen leven was.

We hoeven hier geen politieke oplossing te geven voor het wereldwijde probleem van vluchtelingen, van oorlog, van armoede. De enige vraag hier is: geloven we dit, geloven we in deze gongslag, in dit begin, in de Heer van dit begin. In dat geloof kunnen we nog wel zuchten en wanhopen, ons machteloos voelen, misschien soms wel cynisch worden, maar dat alles telt niet, wat telt is wat we horen van Marcus: begin van het evangelie van Jezus Christus. Gelovend in dit begin geven we onze bijdrage in energie en in geld. Gelovend in dat begin ondersteunen we het werk van 'Op 't Stee' en geven we onze gaven voor het werelddiaconaat. Niet omdat het moet of omdat we ons schuldig voelen, maar omdat we het woord van het begin gehoord hebben: vlak vóór u ligt de weg ten leven.

Amen.

Jan de Korte