Je lichaam een tempel

Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest, die in u woont en die u ontvangen hebt van God?
(1 Kor. 6:19)

Een tempel
In het bos voorbij Schoonoord is een kunstroute aangelegd. Een serie kunstwerken, vaak geïnspireerd door de omgeving. We kwamen op een plek waar een kunstenaar een deel van het bos afgezet had, hij had een soort omheining gemaakt van takken en bomen. Direct kwam de gedachte op: het lijkt wel een tempel. Een bijzondere ruimte, anders, die spreekt van een andere orde, een ander leven. De tempel is het huis van God, daar woont God. In het Oude Testament lezen we over de tempel als de plaats waar God wil verschijnen, als het teken dat God wil wonen onder de mensen, als de plaats ook waar mensen heen gaan om te bidden en God te ontmoeten. Dat kan een gebouw zijn, maar ook een plek in het bos, of een kamer in je huis, of een gedicht, of een bijbelverhaal.

Je lichaam
Lust en last, die woorden komen bij me boven. Lust, genot, genieten, eten, drinken, vrijen, sporten. Door het water gaan, je spieren voelen, het engeltje op je tong, de aanraking van je geliefde. Last, ongemak, pijn, ziekte, handicap, afbraak. De confrontatie met je grenzen, met je leeftijd, de zware weg van de ziekte, de stress, het gemis en de kou. Het komt allemaal samen in je lichaam. Er is veel aandacht voor ons lichaam, goede aandacht, maar we kennen ook de uitwassen. Er is ook veel verwaarlozing, zeker zolang ons lichaam redelijk functioneert doen we vaak maar wat. Soms lijkt het lichaam God zelf, op andere momenten hebben we er niet de minste aandacht voor. Dat laatste gebeurt ook met een beroep op God: het gaat immers om het geestelijke, het verhevene, wat er lichamelijk gebeurt is maar bijzaak.

Je lichaam een tempel
'Waar woont God?' Een kind antwoordt misschien: in de hemel of in de kerk. Als gelovigen zeggen we mogelijk: in Jezus of in je hart. En samen zingen we: waar vrede is en liefde, daar vind je God. Maar in je lichaam? Je lichaam een tempel? Ja, uw lichaam, zegt Paulus, en al schrijvend vraag ik me af: wat is dat eigenlijk, mijn lichaam. Ik voel mijn vingers op het toetsenbord, ik ben me bewust van mijn adem, van de processen die zich afspelen in mijn hersens, ik zie de zon en bemerk de warmte daarvan, ik proef de koffie die ik net dronk en voel ontroering opkomen bij het besef van dit alles. En ik denk aan u, de handen waarmee u dit blad vast houdt, de ogen waarmee u leest, de adem die u nu misschien ook voelt gaan, de oren waarmee u luistert naar de mond die u voorleest. Uw lichaam, mijn lichaam, een tempel, een plaats waar God woont. Dat lichaam waarmee u misschien een haat/liefde verhouding hebt, waar u dag en nacht mee bezig bent of dat u verwaarloost, dat lichaam is de plaats waar God wil verschijnen, de plaats waar God zich manifesteert.

Van de heilige Geest
Heilig hoort bij tempel, die plek in het bos had ook iets heiligs. Heilig is anders, zo anders als God is. Het wonder van Pinksteren is dat we voor dat andere, het heilige, het licht, onze oorsprong en onze bestemming, dat we daarvoor niet bij onszelf, ons lichaam, vandaan hoeven. Dat de Geest van God, die heilig is, in ons woont, in ons lichaam. Daaraan worden we herinnerd, met Pinksteren, door Paulus, 'of weet u niet…?'.

Jan de Korte